Hoofdstuk 2 - Grootboekrekeningen
Voor elke post die op de balans en winst-en-verliesrekening voorkomt, wordt er een
grootboekrekening aangelegd. Hierop zijn alle mutaties die op de rekening
plaatsvinden, zichtbaar. Een verzameling van alle grootboekrekeningen noemen we
het grootboek.
De openingsregels voor grootboekrekeningen in de nieuwe periode zijn als volgt:
- Een rekening van bezit wordt bij het openen gedebiteerd met het bedrag waarvoor
die bezitting debet op de balans staat.
- Een rekening van schuld wordt bij het openen gecrediteerd met het bedrag
waarvoor die schuld credit op de balans staat.
- De rekening Eigen vermogen wordt bij het openen gecrediteerd met het bedrag
waarvoor deze rekening credit op de balans staat.
- Op hulprekeningen van het eigen vermogen die betrekking hebben op kosten en
opbrengsten, worden geen bezittingen of schulden vastgelegd. Ze staan dus niet op
de balans maar op de winst-en-verliesrekening.
Een bedrag dat in de debetkolom van een grootboekrekening wordt geregisteerd, noemen
we debiteren, gebeurt dit in de creditkolom, dan noemen we dit crediteren.
Grootboekrekeningen zijn te verdelen in drie categorieen:
1. Grootboekrekening van bezit:
- Bij het onstaan of toenemen van een bezit wordt de grootboekrekening
gedebiteerd, immers het bezit staat ook aan de debet-kant van de balans.
- Bij afname van het bezit wordt de rekening gecrediteerd.
2. Grootboekrekeing van schuld:
- Bij het ontstaan of toenemen van een schuld wordt de rekening gecrediteerd,
immers schulden staan credit op de balans.
- Bij afname van een schuld wordt de rekening gedebiteerd.
3. Grootboekrekening ( hulprekeningen ) van het eigen vermogen:
- Bij het ontstaan en toenemen van het eigen vermogen wordt de rekening
gecrediteerd, immers, het eigen vermogen staat credit op de balans.
- Bij afname van het eigen vermogen wordt de rekening gedebiteerd.
Bij grootboekrekening gebruik maken van opbrengst verkopen en inkoopwaarde van de
verkopen als hulprekening van het eigen vermogen.
Interestkosten is een hulprekening van het eigen vermogen.