Uitwerking toetsmatrijs Rekenkundige ontwikkeling bij kinderen tentamen blok
1
1. Je kunt aangeven hoe de telontwikkeling bij jonge kinderen (voorschoolse periode t/
m groep 2) verloopt:
Context gebonden handelen en redeneren, dus betekenissen en functies van getallen en
rekenvoorwaarden.
Kleuterwiskunde: de verschillende onderdelen
Ontluikende gecijferdheid
Meten en meetkunde
Spelen en spel
Redeneren
Ontwikkelingsproces van het leren tellen
Tellen via herkennen: (hele) kleine hoeveelheden in een keer zien: 2,3 (2 snoepjes
herkennen ze direct). Nog geen idee van de betekenis!!
Akoestisch (akoestiek=klank) tellen: opzeggen van een vaste volgorde. Geen
inhoudelijke betekenis; dat komt later (’t zou ook Russisch kunnen…)
A-synchroon tellen via de telrij, maar niet precies met aanwijzen; dat gaat over in
synchroon tellen, via veel voordoen.
Oog krijgen voor de verschillende betekenissen van een getal.
o Aantal: 5 appels (een hoeveelheid)
o Telgetal: de 5e van links
o Meetgetal: 5 meter (ook leeftijd)
o Rekengetal: 2 + 3 = 5
o Naamgetal: (rug)nummer 5 in het elftal
Uiteindelijk gaat het kind resultatief tellen = tellen met als resultaat de bepaling van
het getal, maar wanneer kan een kind dat?
o Principe van de vaste volgorde (akoestisch tellen, de telrij correct
opzeggen)
o Een-een principe: synchroon tellen zonder elementen over te slaan (of
dubbel aan te wijzen)
o Abstractieprincipe: afzien van niet relevante verschillen, zoals grootte, vorm
of kleur
o Kardinaalprincipe: laatst-getelde getal is tevens het aantal, de hoeveelheid
(‘het resultaat’)
2. Je kunt aangeven wat verstaan wordt onder getalbegrip en je kunt daarbij de
verschillende aspecten van getalbegrip verduidelijken:
Getalbegrip
Maatbegrip:
o Gevoel hebben voor verhoudingen
o De begrippen groot – klein e.d. zijn relatief, want het hangt er maar net van af
wat je als eenheid kiest
Conservatie: een hoeveelheid blijft hetzelfde ook als de vorm anders wordt (Piaget &
Vygotski)
1
1. Je kunt aangeven hoe de telontwikkeling bij jonge kinderen (voorschoolse periode t/
m groep 2) verloopt:
Context gebonden handelen en redeneren, dus betekenissen en functies van getallen en
rekenvoorwaarden.
Kleuterwiskunde: de verschillende onderdelen
Ontluikende gecijferdheid
Meten en meetkunde
Spelen en spel
Redeneren
Ontwikkelingsproces van het leren tellen
Tellen via herkennen: (hele) kleine hoeveelheden in een keer zien: 2,3 (2 snoepjes
herkennen ze direct). Nog geen idee van de betekenis!!
Akoestisch (akoestiek=klank) tellen: opzeggen van een vaste volgorde. Geen
inhoudelijke betekenis; dat komt later (’t zou ook Russisch kunnen…)
A-synchroon tellen via de telrij, maar niet precies met aanwijzen; dat gaat over in
synchroon tellen, via veel voordoen.
Oog krijgen voor de verschillende betekenissen van een getal.
o Aantal: 5 appels (een hoeveelheid)
o Telgetal: de 5e van links
o Meetgetal: 5 meter (ook leeftijd)
o Rekengetal: 2 + 3 = 5
o Naamgetal: (rug)nummer 5 in het elftal
Uiteindelijk gaat het kind resultatief tellen = tellen met als resultaat de bepaling van
het getal, maar wanneer kan een kind dat?
o Principe van de vaste volgorde (akoestisch tellen, de telrij correct
opzeggen)
o Een-een principe: synchroon tellen zonder elementen over te slaan (of
dubbel aan te wijzen)
o Abstractieprincipe: afzien van niet relevante verschillen, zoals grootte, vorm
of kleur
o Kardinaalprincipe: laatst-getelde getal is tevens het aantal, de hoeveelheid
(‘het resultaat’)
2. Je kunt aangeven wat verstaan wordt onder getalbegrip en je kunt daarbij de
verschillende aspecten van getalbegrip verduidelijken:
Getalbegrip
Maatbegrip:
o Gevoel hebben voor verhoudingen
o De begrippen groot – klein e.d. zijn relatief, want het hangt er maar net van af
wat je als eenheid kiest
Conservatie: een hoeveelheid blijft hetzelfde ook als de vorm anders wordt (Piaget &
Vygotski)