SBG1 (HAN ALO)
Vlakken en assen
Bewegingen vinden altijd plaats in een vlak en
op een as.
Het transversale vlak is van voor naar achter.
Deze loopt dus horizontaal door je heen.
Het frontale vlak is van boven naar beneden.
Deze loopt door de lengte (verticaal) en je kijkt
er bij een persoon dus vaak tegen aan.
Het sagittale vlak loopt van links naar rechts.
Deze loopt dus schuin door je heen.
Naast deze vlakken beweeg je op assen.
De longitudinale as loopt verticaal door de lengte van je lichaam. Een pirouetje maak je om
deze as. De beweging die aan deze as gekoppeld is, is de exorotatie en de endorotatie. Bij
exorotatie beweeg je je arm naar buiten toe, van je lichaam af. Bij endorotatie beweeg je je
arm naar binnen toe, naar je lichaam toe.
De transversale as loopt dwars door je lichaam heen, horizontaal dus. Een salto maak je om
deze as. De beweging die aan deze as gekoppeld is, is de flexie en extensie. Bij flexie beweeg
je je rug naar voren, je verkort hierbij je spier. Bij extensie strek je je rug naar achteren, je
verlengt hierbij je spier en rekt deze uit.
De sagittale as loopt schuin door je lichaam. Een beweging waarbij je je heupen schut doe je
om deze as. De beweging die aan deze as gekoppeld is, is de abductie en de adductie. Bij
abductie wordt er van het lichaam af bewogen. Bij adductie wordt er naar het lichaam toe
bewogen.
De vlakken en assen zijn aan elkaar te koppelen.
Een beweging op het transversale vlak vind plaats om de longitudinale as.
Een beweging op het frontale vlak vind plaats om de sagittale as.
Een beweging op het sagittale vlak vind plaats om de transversale as.
Pagina 1 van 6