Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Macroeconomie (MAN-BCU163) Samenvatting Boek en hoorcolleges 2020/2021 (cijfer; 8.0)

Beoordeling
4,2
(5)
Verkocht
15
Pagina's
81
Geüpload op
02-11-2020
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting van de hoorcolleges van leerjaar 2020/2021 en het boek; Macroeconomics, a European perspective (2018) van Olivier Blanchard De samenvatting is up-to-date voor het tentamen van 5 januari 2021

Voorbeeld van de inhoud

Macro economie
2020-2021


Chapter 1
Drie belangrijke variabelen in de macro-economie;
1) Output (productie); het productieniveau van de economie als geheel en het
groeipercentage
2) Unemployment rate; het aandeel werknemers in de economie dat geen baan heeft en op
zoek is naar een baan
3) Inflation rate; de snelheid waarmee de gemiddelde prijs van de goederen in de economie
in de loop van de tijd stijgt

Chapter 2
Aggregate = total

Aggregate output = totale output
- Door middel van GDP (BBP) kan dit gemeten worden

Intermediate good; een goed gebruikt bij de productie van een ander goed
Final good; een goed dat klaar is om verkocht te worden
- Example; Aardappels die rechtstreeks aan klanten worden verkocht, zijn final goods
Aardappels die worden gebruikt om chips te produceren, zijn intermediaire
goederen

2 manieren om over de GDP (BBP) te denken (van de productie kant);
1) GDP is de waarde van finale goederen/diensten geproduceerd gedurende een specifieke
periode
- we willen alleen de productie van final goods tellen, geen intermediate goods
2) GDP is de som van toegevoegde waarde in de economie gedurende een specifieke
periode
- De toegevoegde waarde van een onderneming = de waarde van zijn productie – de
waarde van de bij de productie gebruikte intermediate goods

De twee definities impliceren dus dat de waarde van final goods/services ook kan worden
beschouwd als de som van de toegevoegde waarde van alle bedrijven in de economie

Tot nu toe hebben we GDP bekeken vanuit de productie kant, een andere manier naar het
kijken van GDP is vanuit de inkomen kant

Een andere manier om over GDP te denken (van de inkomen kant);
1) GDP is de som van de inkomens in de economie gedurende een specifieke periode
- = inkomen uit arbeid + indirecte belastingen (bijv. BTW) + winsten




1

,Nominal GDP; de som van de geproduceerde hoeveelheden final goods × hun huidige
prijzen

Real GDP; de som van de hoeveelheden final goods × hun constante prijzen

Example;
Year Quantity of cars Price of cars Nominal GDP Real GDP (2005 prices)
2004 10 €20,000 €200,000 €240,000
2005 12 €24,000 €288,000 €288,000
2006 13 €26,000 €338,000 €312,000


Yt (real GDP in year t) = real GDP = GDP
€Yt (nominal GDP in year t) = nominal GDP

GDP growth; growth of real GDP
- Expansions; Perioden van positieve GDP growth
- Recessions; Perioden van negatieve GDP growth

Employment; het aantal mensen dat een baan heeft
Unemployment; het aantal mensen dat geen baan heeft, maar er wel naar op zoek is
Labor force; de som van employment en unemployment

L = N + U
Labor force = employment + unemployment


Unemployment rate; de verhouding tussen het aantal mensen dat is unemployed en het
aantal mensen die zich in de labor force bevinden

u = U / L
unemployment rate = unemployment / labor force


Not in the labor force; degenen die geen baan hebben en er niet naar op zoek zijn

Discouraged workers; de unemployment’s die het zoeken naar een baan opgeven
- Ze kunnen ontmoedigd raken hoor de hoge werkloosheidgraad

Participation rate; het percentage van de labor force van de totale population of working
age
- Participation rate = labor force / population

Inflation rate; de snelheid waarmee het prijsniveau stijgt
- Price level; het algemene prijsniveau




2

,Deflation; aanhoudende daling van de price level
- Negative inflation rate

Maar hoe meten we de price level, zodat de inflatie kan worden gemeten?
Macro-economie kijkt meestal naar 2 maten van de price level;
1) GDP deflator
2) Consumer price index

GDP deflator;
- GDP deflator (𝑃! ); Gemiddelde prijs van de goederen die in de economie geproduceerd
zijn
"#$%"&' )*+ €/
- 𝑃! = ,-&' )*+ ! = / ! ----> €𝑌! = 𝑃! 𝑌!
! !
- GDP deflator kijkt meer naar de productie

Consumer price index;
- CPI; heeft betrekking op goederen/diensten die door een gemiddeld huishouden in een
basisjaar voor consumptie zijn aangeschaft (het pakket goederen/diensten wordt ook
wel een mandje genoemd)
- CPI wordt gemeten door de gemiddelde prijs van een mandje goederen/diensten te
vergelijken met het basisjaar
- Betaal ik meer/minder voor hetzelfde mandje voor producten t.o.v. het basisjaar
- HCIP; in Europa wordt vaak HCIP gebruikt
- CPI/HCIP kijkt meer naar de consumptie

Omdat de twee indexen (meestal) samen bewegen, maken we er geen onderscheid tussen
- We zullen het hebben over het prijsniveau en dit aangeven met 𝑃! , zonder aan te geven
of we de HCIP/CPI of GDP-deflator in gedachten hebben

Er zijn 2 belangrijke relaties tussen output, unemployment en inflatie
1. Okuns’s Law; hoge output groei gaat gepaard met een daling in de unemployment rate
2. Philips curve; een lage unemployment leidt tot een hogere inflatie




3

, Chapter 3
We gaan in deze chapter praten over de goederenmarkt

Output = production (zijn synoniemen van elkaar)

Consumptie (C); goederen/diensten die worden gekocht door consumenten

Investeringen (I); bestaan uit investeringen van zowel bedrijven als particulieren
- De som van non-residential investment en residential investment
- Non-residential investment; investeringen in kapitaal door bedrijven
(bijv. machines, gereedschappen, fabrieken)
- Residential investment; investeringen door mensen in huizen/appartementen

Overheidsuitgaven (G); de aankopen van goederen/diensten door de overheid
- Government transfers zijn niet inbegrepen, het is namelijk geen goed/dienst
(maar een overdracht/rentebetaling)
(voorbeelden government transfers; werkloosheiduitkeringen, pensioenen,
rentebetalingen, staatsschuld)

Importeren (IM); het kopen van goederen/diensten uit het buitenland

Exporteren (EX); het verkopen van goederen/diensten aan het buitenland
Net export = Export – Import (trade balance)
- Export > Import ----> trade surplus
- Export < Import ----> trade deficit

Inventory investment; het verschil tussen productie en de verkoop
- Inventory investment = Production – Sales
- Production > Sales ----> Positive inventory investment
- Production < Sales ----> Negative inventory investment


Totale vraag naar goederen (Z); 𝑍 ≡ 𝐶 + 𝐼 + 𝐺 + 𝑋 − 𝐼𝑀

Enkele aannames in het model;
- Alle bedrijven produceren hetzelfde goed (er is maar 1 markt)
- Alle bedrijven zijn bereid om elke hoeveelheid van dat goed aan te bieden bij een
gegeven prijs P
- Deze assumptie is alleen geldig in de short-run, want we willen hier kijken wat de rol
van de vraag is op output
- Short run; output wordt bepaald door vraag
- Het is een gesloten economie, het buitenland speelt geen rol
- Er is dus geen import en export (X en IM vallen weg in de vergelijking)
- X = IM = 0

Totale vraag naar goederen (Z); 𝑍 ≡𝐶+𝐼+𝐺




4

,Consumption (C);
Disposable income (besteedbaar inkomen) (𝑌* ); 𝑌* ≡ 𝑌 − 𝑇
- Het inkomen dat overblijft nadat consumers geld hebben ontvangen van de overheid en
hun belastingen hebben betaald
- 𝑌* ­ -----> 𝐶 ­
- Als het disposable inkomen stijgt, dan gaan consumers meer goederen kopen
- 𝑌* ¯ -----> 𝐶 ¯
- Als het disposable inkomen daalt, dan gaan consumers minder goederen kopen


Consumptiefunctie; 𝐶 = 𝐶(𝑌* ) (gedragsvergelijking/behavioural equation)
( + )
- Het plusje duidt erop dat wanneer het disposable income stijgt, de consumption ook
stijgt (en vice versa)
- 𝑌* ­ -----> 𝐶 ­

De consumptiefunctie bestaat uit 2 onderdelen; 𝐶 = 𝑐0 + 𝑐1 𝑌*
𝑐0 ; autonome consumptie
- Consumptions die er altijd zijn, ongeacht inkomen
- 𝑐0 is positief
𝑐1 ; marginal propensity to consume
- Geeft het effect dat een extra dollar van disposable income heeft op de consumptie
weer
- Inkomen neemt met €100 toe, en geeft hiervan €80 uit ---> 𝑐1 = 0.8
- Je geeft van iedere euro, €0.80 uit
- 𝑐1 is positief en kleiner dan 1 (0 < 𝑐1 < 1)

Disposable income (𝑌* ); 𝑌* ≡ 𝑌 − 𝑇
- 𝑌 ; income
- 𝑇 ; taxes – government transfers

Endogenous variable; variabelen die worden verklaard binnen het model
- Hangen af van andere variabelen
- C is een endogenous variable

Exogenous variable; variabelen die niet binnen het model worden verklaar
- Taken as given
- I , T , G zijn exogenous variables

Investeringen (I);
Investeringen is een exogenous variable (taken as given)

𝐼 = 𝐼̅
- Door een streepje erboven te zetten, word aangegeven dat we investeringen als taken as
given beschouwen
- We nemen investeringen als ‘as given’ om het model simpel te houden




5

,Overheidsuitgaven (G);
Fiscal policy; de keuze voor taxes en overheidsuitgaven door de overheid
- Taxes (T) en overheidsuitgaven (G) zijn exogenous variables
- Note; met taxes wordt Taxes – Government transfers bedoelt

𝑍 ≡𝐶+𝐼+𝐺
𝑍 ≡ 𝑐0 + 𝑐1 𝑌* + 𝐼 + 𝐺
𝑍 ≡ 𝑐0 + 𝑐1 (𝑌 − 𝑇) + 𝐼 ̅ + 𝐺
De vraag naar goederen (Z) hangt af van inkomen (Y), taxes (T), investeringen (I) en
overheidsuitgaven (G)

Wanneer inventory investment precies is hoe bedrijven het willen, dan is production (Y)
gelijk aan de vraag naar goederen (Z)
- Er is een evenwicht (equilibrium) in de goederenmarkt (Y = Z)

𝑍 ≡ 𝑐0 + 𝑐1 (𝑌 − 𝑇) + 𝐼 ̅ + 𝐺 ------> 𝑌 ≡ 𝑐0 + 𝑐1 (𝑌 − 𝑇) + 𝐼 ̅ + 𝐺

𝑌 ≡ 𝑐0 + 𝑐1 (𝑌 − 𝑇) + 𝐼 ̅ + 𝐺
- Linker kant van de vergelijking (Y) ; production
- Rechter kant van de vergelijking (𝑐0 + 𝑐1 (𝑌 − 𝑇) + 𝐼 ̅ + 𝐺) ; vraag

Het symbool Y wordt gebruikt voor production en inkomen, dit is omdat het immers gelijk
aan elkaar is

1) 𝑌 ≡ 𝑐0 + 𝑐1 (𝑌 − 𝑇) + 𝐼 ̅ + 𝐺
2) 𝑌 ≡ 𝑐0 + 𝑐1 𝑌 − 𝑐1 𝑇 + 𝐼 ̅ + 𝐺
3) 𝑌 − 𝑐1 𝑌 ≡ 𝑐0 − 𝑐1 𝑇 + 𝐼 ̅ + 𝐺
4) 𝑌(1 − 𝑐1 ) ≡ 𝑐0 − 𝑐1 𝑇 + 𝐼 ̅ + 𝐺
1
5) 𝑌 ≡ (134 ) (𝑐0 − 𝑐1 𝑇 + 𝐼 ̅ + 𝐺)
"


(𝑐0 − 𝑐1 𝑇 + 𝐼 ̅ + 𝐺) ; het gedeelte van de vraag aan goederen dat niet afhangt van de output
- Autonomous spending

1
(134" )
; multiplier
- Hoe dichter 𝑐1 bij de 1 komt, hoe groter de multiplier

Maar wat geeft de multiplier aan?
- Het wordt ook wel het sneeuwbaleffect genoemd
- Het verandert de output met meer dan zijn directe effect op de autonomous spending
- Een autonome stijging van de vraag leidt tot een grotere toename in het nationale
inkomen
- Een stijging in vraag heeft een stijging in productie tot gevolg. Productie is gelijk aan
inkomen, dus inkomen stijgt met zelfde hoeveelheid. Deze stijging in inkomen heeft
weer een stijging in vraag tot gevolg, etcetera…..




6

,Deze grafische weergave van een evenwicht op de goederenmarkt laat goed zien wat de
multiplier doet
Een stijging in consumption van €1 miljoen, leidt
tot een stijging in vraag met €1 miljoen -->
Afstand AB

Door de hogere vraag gaan bedrijven hun
productie verhogen met €1 miljoen (income =
production), dus als de productie verhoogd
wordt met €1 miljoen, wordt income verhoogd
met €1 miljoen --> Afstand BC

Door de stijging in income, gaat de vraag nog
meer stijgen --> Afstand CD

Door de hogere vraag, gaat de productie weer
stijgen, etc.

Dit proces gaat door tot we bij A’ zijn, dit is het
punt waar production en vraag weer gelijk zijn
- Dit is het nieuwe evenwicht (equilibrium)

De multiplier is de som van alle succesvolle stijgingen in de production

In woorden;
Production hangt af van de vraag, wat weer afhangt van inkomen. Inkomen is gelijk aan
production.

Een stijging in de vraag ---> stijging in production ----> gelijke stijging in inkomen ---> verdere
stijging in de vraag ---> stijging in production ---> gelijke stijging in inkomen ----> etc…
- Het eindresultaat; een toename van de output die groter is dan de initiële verschuiving in
de vraag, met een factor die gelijk is aan de multiplier

Tot nu toe hebben we gekeken naar het evenwicht in de goederenmarkt in termen van de
gelijkheid van de production en de vraag naar goederen. Een alternatieve kijk op het
evenwicht is a.d.h.v. investeringen en savings

Savings; de som van private savings en public savings

Private saving (𝑆); savings van consumers
- 𝑆 = 𝑌* − 𝐶 ----> 𝑆 =𝑌−𝑇−𝐶

Public Saving; T – G (Taxes – Government spending)
- T > G ----> Budget Surplus
- T < G ----> Budget Deficit




7

,Als we de vergelijking van de het evenwicht op de goederenmarkt er weer bij pakken;
1) 𝑌 = 𝐶 + 𝐼 ̅ + 𝐺
2) 𝑌 − 𝑇 = 𝐶 + 𝐼 ̅ + 𝐺 − 𝑇 (trekken van beide kanten taxes (T) af)
3) 𝑌 − 𝑇 − 𝐶 = +𝐼 ̅ + 𝐺 − 𝑇
4) 𝑆 = 𝐼 ̅ + 𝐺 − 𝑇 -----> 𝐼 ̅ = 𝑆 + (𝑇 − 𝐺)

𝐼 ̅ = 𝑆 + (𝑇 − 𝐺)
- Linker kant van de vergelijking (𝐼 )̅ ; investment
- Rechter kant van de vergelijking (𝑆 + (𝑇 − 𝐺)) ; saving
- Saving = private saving (S) + public saving (T – G)

𝐼 ̅ = 𝑆 + (𝑇 − 𝐺) geeft ons andere kijk op het evenwicht in de goederenmarkt; evenwicht op
de goederenmarkt vereist dat investment gelijk is aan saving (invesment = saving)
- Dit wordt de IS-relatie genoemd; investment is gelijk aan saving
- Wat bedrijven willen investeren moet gelijk zijn aan wat mensen en de overheid wil
sparen

Samengevat; er zijn twee gelijkwaardige manieren om de voorwaarde voor een evenwicht
op de goederenmarkt te vermelden;
1) Production = vraag
2) Investment = Saving

Hou in gedachten dat consumptie en saving beslissingen hetzelfde zijn, wanneer consumers
hun consumptie hebben gekozen, hebben ze tegelijkertijd dus ook gekozen hoeveel te
sparen
- Wat ze niet consumeren, wordt gespaard


Private saving;
1) 𝑆 = 𝑌 − 𝑇 − 𝐶
2) 𝑆 = 𝑌 − 𝑇 − 𝑐0 − 𝑐1 (𝑌 − 𝑇)
3) 𝑆 = −𝑐0 + (1 − 𝑐1 )(𝑌 − 𝑇)
(1 − 𝑐1 ) = propensity to save

propensity to save; hoeveel men van een extra eenheid aan inkomen sparen
- (1 − 𝑐1 ) is positief en kleiner dan 1 (0 < (1 − 𝑐1 ) < 1)




8

, Chapter 4
We gaan in deze chapter praten over de financiële markt (de geldmarkt)

Valkuilen van economische begrippen;
Income; wat je verdient door een baan, plus wat je krijgt aan rente en dividend
- Flow variable (stroom); uitgedrukt in een tijdseenheid

Saving; deel van je belastbaar inkomen dat je niet consumeert
- Flow variable; uitgedrukt in een tijdseenheid

Fiancial wealth; waarde van al je financiële bezittingen minus je schulden
- Stock variable (voorraad); op een bepaald moment in de tijd

Money; financiële bezittingen die direct gebruikt kunnen worden om goederen te kopen
- Stock variable (voorraad); op een bepaald moment in de tijd

Financial investment; het kopen van aandelen/obligaties/…

Investment; het aankopen van nieuwe kapitaalgoederen/installaties/machines/gebouwen/…


Geld; kan gebruikt worden voor transacties (betaald geen rente)
- Er zijn twee soorten geld;
- Currency (chartaal); munten en biljetten
- Deposit accounts (giraal); bankrekening

Bonds (waardepapieren); betalen een positieve rente, i
- Kan niet gebruikt worden voor transacties
- Voorbeeld van een bond; obligatie

Er zijn 2 aspecten die een rol spelen in de beslissing of je je geld (gedeeltelijk) in money of in
bonds houdt;
1) De hoeveelheid transacties; hoe meer transacties je doet, hoe meer money je moet
hebben
2) Interest rate on bonds; hoe hoger de interest op obligaties, hoe meer bonds je in je bezit
wilt hebben

Veel instanties waar iemand zijn geld in kan stoppen, zij money market funds; zij beleggen
het geld dan in obligaties




9

, 𝑀6 = €𝑌𝐿(𝑖)
(-)
𝑀6 = vraag naar geld
€𝑌 = nominaal inkomen
𝐿(𝑖) = functie van de interest rate, i
- Het min teken onder de functie geeft aan dat de interest rate een negatief effect heeft
op de vraag naar geld
- Hoe hoger de interest rate, hoe meer bonds je in bezit wilt hebben (en dus minder geld
wilt houden ---> minder vraag naar geld)
- 𝑖­ -----> 𝑀6 ¯

De relatie tussen de vraag naar geld, het nominaal inkomen en de interest rate is weergeven
in dit figuur
De relatie tussen de vraag naar geld en de interest rate
voor een gegeven niveau van nominal inkomen is
weergeven in de Md curve

De curve is downward sloping; hoe lager de interest rate,
hoe hoger de vraag naar geld

Voor een gegeven interest rate, een stijging in nonimaal
inkomen zorgt voor een stijging in de vraag naar geld
- verschuift de Md naar rechts (van Md naar Md’)




Deposit accounts; geleverd door banken
Currency; geleverd door centrale banken
- We zullen er nu even vanuit gaan dat deposit accounts niet bestaan (dus alleen currency
bestaat)

Een evenwicht in financiële markten vereist dat;
Money supply = money demand
Ms = Md
Ms = €𝑌𝐿(𝑖)

Ms = €𝑌𝐿(𝑖) ---> LM-relation
- De interest rate (i) moet zodanig zijn dat mensen, gezien hun inkomen (€Y) bereid zijn
een hoeveelheid geld aan te houden die gelijk is aan de bestaande geld aanbod (M)
- L in LM-relation staat voor liquidity; hoe snel een asset kan worden omgezet in geld
- M in LM-relation staat voor money
- De vraag naar liquidity moet gelijk zijn aan het aanbod van geld (Ms)




10

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
2 november 2020
Bestand laatst geupdate op
9 februari 2021
Aantal pagina's
81
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING
€4,99
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 15 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 5 reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

3 jaar geleden

3 jaar geleden

3 jaar geleden

3 jaar geleden

4,2

5 beoordelingen

5
3
4
1
3
0
2
1
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ek99 Radboud Universiteit Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
387
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
257
Documenten
1
Laatst verkocht
2 weken geleden

4,0

61 beoordelingen

5
18
4
30
3
9
2
3
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen