§1 Conclusies trekken
Als je de conclusies gaat trekken, is het moment aangebroken om op de ‘onderzoeksweg’
stil te staan en terug te kijken. Bij het trekken van conclusies verbind je de
onderzoeksresultaten met de probleemstelling. Je interpreteert de resultaten dus aan de
hand van de probleemstelling en je beantwoordt de vraag. Ook ga je in op de vraag of je met
deze antwoorden je onderzoeksdoel kunt bereiken. Conclusies trekken is dus niet
simpelweg het samenvatten van de resultaten: er komt meer bij kijken.
Kenmerken van de conclusie
Een goede conclusie heeft een aantal specifieke kenmerken:
Feedbackloop: terug naar de probleemstelling
Allereerst pak je de probleemstelling en de doelstelling van je onderzoek erbij. Meestal heb
je veel meer analyses gedaan dan nodig is om een goed antwoord op de vraag te
formuleren. Je zult nu dus een selectie uit je analyses moeten maken, en alleen de meest
relevante resultaten vermelden.
Ook al is het trekken van conclusies niet hetzelfde als het geven van een samenvatting van
je resultaten, toch moet je wel een soort samenvatting maken. Eerst schets je kort de
aanleiding van je onderzoek en herhaal je de probleemstelling. Dan stip je de opzet van
het onderzoek nog eens aan. Vervolgens ga je de deelvragen beantwoorden en daarna de
probleemstelling.
Geen herhaling van het resultaat
De schrijver trekt conclusies naar aanleiding van het toetsen van hypothesen, en geeft een
overzicht van de cijfermatige beschrijving van het onderzoek. Maar het is niet de bedoeling
dat je de resultaten herhaalt, die spreken al voor zich. Het doel van de conclusies is om een
goed (en liefst) bondig antwoord op de probleemstelling te formuleren. Dat doe je in je
eigen woorden.
Zinnen, geen cijfers
Doe je kwantitatief onderzoek, vermijd dan het gebruik van de numerieke resultaten; die heb
je al vermeld toen je ze besprak in het hoofdstuk over de analyse. De conclusie bestaat uit
zinnen, geen cijfers. Je stelt de conclusie samen op basis van de resultaten.
Conclusies uitleggen
In je resultaten heb je alleen de uitkomsten beschreven, zonder interpretaties. In de
conclusies ga je de resultaten interpreteren, of een mogelijke verklaring geven voor het
gevonden resultaat. Ook kan het zo zijn dat je resultaten de uitkomsten uit een ander
onderzoek bevestigen of tegenspreken. In je conclusie bespreek je deze overeenkomsten of
verschillen en beschrijf je hoe je denkt dat ze tot stand zijn gekomen.
Eerst resultaat, dan conclusie … of …?
Meestal presenteer je eerst de resultaten van je onderzoek, voordat je met de conclusies
komt. Maar korte artikelen over onderzoek die in dag- en weekbladen verschijnen, wijken
vaak van deze volgorde af. De journalist begint met de conclusie, vervolgens verduidelijkt hij
de conclusie in het artikel zelf aan de hand van de resultaten. Daarna volgen de interpretatie