Hoofdstuk 14 – motivation, affect and their effects
Motivatie is een interne staat die ons aanzet tot actie, ons duwt in verschillende richtingen en ons
betrokken houdt. Motivatie is ook een deels een functie van de leeromgeving, dit wordt situated
motivation genoemd.
General effects of motivation
Motivatie heeft een aantal effecten op gedrag
en leren:
Het leidt gedrag naar bepaalde doelen
Het vergroot de moeite en energie voor
een bepaald doel
Het vergroot de volhoudendheid in
bepaalde situaties
Het heeft invloed op cognitieve
processen
Het bepaald welke consequenties
belonend zijn en welke straffend
Extrinsieke motivatie is wanneer de bron van
motivatie buiten het individu ligt, zoals inkomen.
Intrinsieke motivatie is wanneer de bron van
motivatie binnen het individu ligt, zoals het leuk
vinden. Intrinsieke heeft een aantal voordelen
over extrinsieke motivatie:
1. Het doen van een taak op eigen initiatief
2. Streven naar goed begrijpen van iets
3. Volhouden ondanks mislukking
4. Etc.
Flow is een staat waarin opname, focus en
concentratie centraal staan, andere taken worden
compleet genegeerd. Dit is een vorm van
intrinsieke motivatie.
Basic human needs
Er zijn een aantal behoeftes die universeel zijn voor de mensen, deze
worden hieronder besproken.
Drive reduction
Een drive is een interne staat van nodig hebben, zoals het nodig
hebben van eten. Hull gaf een voorstelling van de sterkte van gedrag.
Deze zou bepaald worden door drive vermenigvuldigd met habit (de
mate waarin een bepaalde stimulus-response associatie geleerd is).
Sterkte van gedrag = habit x drive.
Somme drives zijn acquired drives die worden verkregen door de associatie tussen een neutrale
stimulus en een drive zoals eten. Incentives zijn karakteristieken van het doel dat behaald wordt, zo
kan dat zijn de hoeveelheid eten die er ligt als je een stukje hebt gerend.
, Sterkte van gedrag = habit x drive x incentive
Incentive motivation is een mediator (M) tussen stimuli en responses, beïnvloeden op welke stimuli
een respons komt en welke niet.
S Mincentive R
Arousal
Arousal refereert naar de huidige interne energie van een
organisme. Dit is laag wanneer een organisme relaxt is en hoger
als bijvoorbeeld iemand angstig is. Mensen hebben een
behoefte een aan optimaal level van arousal.
Maslow’s hierarchy of needs
Maslow was onderdeel van humanisme, een stroming in
de psychologie die focust op hoe individuen emoties,
attitudes, waarden en vaardigheden verkrijgen. Maslow gaf
5 soorten van behoeften in een piramide. Als de een
eronder niet voldaan was kon je niet naar die daarboven.
De eerste 4 waren volgens Maslow deficiency needs deze
kunnen behartigd worden met externe middelen. En de
bovenste is een growth need, deze zorgt voor persoonlijke
groei en ontwikkeling.
Zijn piramide werd bekritiseerd, omdat iemand wel liefde
kan hebben maar geen eten.
Competence and self-worth
Competence is een behoefte om te geloven dat
je om kan gaan met je omgeving. Jonge
kinderen krijgen dit door veel te spelen. Self-
worth is een van de hoogste prioriteiten van
mensen. Dit is het beschermen van iemands
gevoel van competentie. Mensen vermijden
hierdoor mogelijke mislukking.
Self-handicapping is het ondermijnen van je
kansen om succes te hebben, dit kan meerdere
vormen aannemen:
Zetten van te hoge doelen
Te veel hooi op je vork nemen
Creëren van belemmeringen
Uitstellen
Verminderen van moeite
Valsspelen (afkijken)
Gebruik van alcohol of drugs
Self-worth wordt groter als mensen ouder worden. Mensen die hun self-worth baseren op eerder
successen en mislukkingen, contingent self-worth, zijn vaan onstabiel (emotioneel).
Autonomy
Autonomie is het gevoel van eigen controle over dingen die je doet en in welke richting je leven gaat.
Wanneer mensen door de omgeving niet het gevoel hebben van autonomie kunnen ze minder
intrinsieke motivatie hebben. Er zijn een aantal dingen die invloed hebben op het gevoel van
autonomie:
Keuzes; mensen hebben een sterker gevoel van autonomie als eigen keuzes kunnen maken