§1 Context
Natievorming staat centraal als proces bij de vorming van de collectieve identiteit. Hierbij is
er sprake van externe collectieve identiteit (wat het buitenland vindt van Nederland). In het
proces van socialisatie leren mensen om zich op een bepaalde manier te gedragen, en dat
verschilt ook per groep en natie. Nationale identiteit heeft te maken met bindingen: mensen
voelen zich verbonden door sociale cohesie en gedeelde normen en waarden die zij hebben
ontwikkeld tijdens groepsvorming. De bindingen zijn hierdoor vooral politiek en affectief.
Bij het functionalisme paradigma is sociale cohesie en bindingen tussen mensen het
belangrijkste, terwijl er bij het conflict paradigma meer waarde wordt gehecht aan de
absentie van sociale cohesie en de conflicten die ontstaan door culturele verschillen. Binnen
het sociaal constructivisme-paradigma wordt er gekeken naar individuele identificaties en de
bindingen die een individu heeft met anderen. Het draait om subjectieve opvattingen en
dynamische, meervoudige identificatie (multiple identity). Bij het rationele actor-paradigma
zijn bindingen ruilrelaties waarbij het draait om de baten die mensen verkrijgen door het in
stand houden van de bindingen.