Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting volkenrecht (lesnotities, boek, powerpoint, arresten)

Beoordeling
5,0
(1)
Verkocht
19
Pagina's
211
Geüpload op
02-08-2025
Geschreven in
2024/2025

Zeer volledige samenvatting volkenrecht: aangevuld met slides, lesnotities, boek, arresten en extra uitleg voor belangrijke concepten. + inhoudstafel achteraan!

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING
VOLKENRECHT
2024-2025




1

,DEEL 2: BRONNEN


Internationaal publiekrecht is het recht dat de relaties tussen staten,
internationale organisaties en soms ook individuen regelt. Maar hoe weten
we wat het recht precies zegt? Welke regels zijn bindend, en waar komen
ze vandaan? Dat is waar het begrip bronnen van recht centraal staat. In
dit hoofdstuk leer je welke vormen van rechtsregels erkend worden binnen
het internationaal recht, hoe ze tot stand komen en waarom ze als
bindend worden beschouwd.



1. CASES



SS Lotus (France v Turkey) PCIJ 1927

Het Lotus-arrest (PCIJ, 1927) benadrukt dat staten vrij mogen handelen
tenzij een verdrag of gewoonterecht dit expliciet verbiedt, en dus alleen
gebonden zijn aan beperkingen waarop ze zelf via verdragen hebben
toegestemd.

Inhoudelijk ging het om een botsing op volle zee tussen een Frans en een
Turks schip, waarna Turkije een Franse officier strafrechtelijk vervolgde en
het Hof oordeelde dat dit niet door een verbod in een verdrag werd
uitgesloten.



ICJ Barcelona Traction (Be v Spain) 1970

De Barcelona Traction-zaak (ICJ, 1970) benadrukt het belang van
toestemming in het internationaal recht door te stellen dat staten enkel
andere staten kunnen aanklagen als ze daar zelf direct bij betrokken zijn,
bijvoorbeeld als de benadeelde partij hun nationaliteit heeft. In dit geval kon
Canada geen bescherming bieden aan aandeelhouders van een Belgisch
bedrijf, omdat het geen juridische band had met de rechtspersoon.

Het Internationaal Gerechtshof bevestigde daarmee dat staten in principe
enkel op kunnen treden op basis van hun eigen rechten, tenzij het gaat om
schendingen van erga omnes-verplichtingen (zoals bij genocide of slavernij),
waarbij álle staten een belang hebben. De zaak bevestigt dus dat het
internationaal recht grotendeels werkt op basis van staatstoestemming.


2

,A4 Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua
(Nicaragua v US),para. 186

In 1984 startte Nicaragua een procedure bij het Internationaal Gerechtshof
(ICJ) tegen de Verenigde Staten, omdat die illegale militaire en paramilitaire
acties in en tegen Nicaragua zouden hebben gesteund. De VS betwistte de
rechtsmacht van het Hof en stelde dat Nicaragua’s verzoek niet-ontvankelijk
was.

De VS had echter in 1946 een verklaring afgelegd waarin het zich onder
voorwaarden onder de verplichte rechtsmacht van het Hof plaatste. In 1984
probeerde de VS dit alsnog te beperken voor geschillen met Centraal-
Amerikaanse staten. Nicaragua verwees op zijn beurt naar een eigen
(oudere) verklaring uit 1929 bij de voorganger van het ICJ.

Het Hof oordeelde dat het wel degelijk rechtsmacht had, omdat beide staten
het Hof hadden erkend. Ook was de verklaring van Nicaragua geldig
gebleven, ondanks dat deze nooit officieel was neergelegd. Bovendien
waren er geen geldige gronden om Nicaragua’s verzoek niet-ontvankelijk te
verklaren.

Kortom: het ICJ mocht de zaak behandelen, en het verzoek van Nicaragua
was toelaatbaar.



ICJ Adv. Op. Legal consequences of the separation of the Chagos
Archipelago from Mauritius in 1965

In 1965 werd het Chagosarchipel door het Verenigd Koninkrijk afgesplitst
van Mauritius, drie jaar vóór Mauritius onafhankelijk werd. De VN-
Vergadering vroeg in 2017 het Internationaal Gerechtshof om advies over
de legaliteit van deze afscheiding.

In zijn advies van 25 februari 2019 oordeelde het Hof dat de afscheiding van
de Chagosarchipel onrechtmatig was en in strijd met het recht op
zelfbeschikking van het volk van Mauritius. De ontmanteling van Mauritius
als kolonie was niet op basis van vrije, geïnformeerde en echte instemming
gebeurd.

Het Hof concludeerde dat het VK verplicht is om zijn bestuur over de
Chagosarchipel zo snel mogelijk te beëindigen en dat alle VN-lidstaten dit
proces moeten ondersteunen. De uitspraak had geen bindend karakter,
maar versterkte de internationale druk op het VK om het gebied terug te
geven aan Mauritius.
3

,ICJ Adv. Op. Legal consequences of construction of a wall in the
occupied Palestinian territory 2004

In 2004 gaf het Internationaal Gerechtshof op verzoek van de Algemene
Vergadering van de VN een advies over de legaliteit van de door Israël
gebouwde muur op de Westelijke Jordaanoever.

Het Hof oordeelde dat de bouw van de muur in bezet Palestijns gebied in
strijd was met internationaal recht. De muur en bijbehorende maatregelen
beperkten de bewegingsvrijheid van Palestijnen, belemmerden de toegang
tot werk, scholen, gezondheidszorg en ondermijnden hun recht op
zelfbeschikking. De muur droeg ook bij aan de annexatie van delen van
Palestijns grondgebied.

Volgens het Hof moest Israël de illegale delen van de muur afbreken, alle
schade vergoeden, en andere staten mochten deze situatie niet erkennen of
ondersteunen. Het advies bevestigde dat ook in bezet gebied
mensenrechten en humanitair recht van toepassing blijven.



ICJ Adv. Op. Fisheries case (UK v Norway) (1951)

In deze zaak betwistte het Verenigd Koninkrijk de wijze waarop Noorwegen
in 1935 zijn visserijzone had afgebakend langs de Noorse kust. De Noren
gebruikten hiervoor rechte basislijnen die soms diep tussen fjorden en
eilanden lagen. Het VK vond dat deze methode internationaalrechtelijk
onaanvaardbaar was en vorderde dat Noorwegen zich aan meer
conventionele (e.g. lagewaterlijn-gebaseerde) methodes zou houden.

Het Internationaal Gerechtshof oordeelde op 18 december 1951 in het
voordeel van Noorwegen. Het Hof erkende dat de Noorse kust door haar
geografische kenmerken – met talloze fjorden, scheren en eilanden – een
bijzondere aanpak vereiste. Noorwegens methode van rechte basislijnen
was consistent toegepast en internationaal voldoende kenbaar. Bovendien
was er geen systematisch internationaal protest tegen dit gebruik
geweest.Het Hof benadrukte ook het belang van effectivités: het langdurig
vreedzaam en effectief uitoefenen van gezag over maritieme zones speelde
in Noorwegens voordeel. Het VK had die praktijk jarenlang getolereerd.

Conclusie: Noorwegen had het recht om zijn visserijgrenzen volgens zijn
specifieke geografische situatie af te bakenen, en had hiermee het
internationaal recht niet geschonden. Deze zaak is een belangrijk precedent



4

,voor het internationaal zeerecht, vooral wat betreft het trekken van rechte
basislijnen in complexe kustgebieden.



Advisory Opinion on the Legality of the Threat or Use of Nuclear
Weapons (ICJ, 1996)

In de Advisory Opinion on the Legality of the Threat or Use of Nuclear
Weapons (ICJ, 1996) bespreekt het Hof opinio juris in het kader van de vraag
of er een gewoonterechtelijk verbod op kernwapens bestaat. Het Hof erkent
dat veel staten kernwapens afwijzen en verwijst naar resoluties van de VN
en ontwapeningsverdragen, maar stelt dat dit nog geen overtuigend bewijs
vormt van een algemeen aanvaarde opinio juris. Er is volgens het Hof geen
voldoende uniforme overtuiging onder staten dat het gebruik van
kernwapens in alle omstandigheden juridisch verboden is. Daarom kon het
geen gewoonterechtelijk totaalverbod vaststellen.



PCIJ Legal status of Eastern Greenland (Denmark v Norway) (1933)

In 1931 claimde Noorwegen een deel van Oost-Groenland, waarop
Denemarken naar het Permanent Hof van Internationale Justitie (PCIJ)
stapte. Denemarken stelde dat het soevereiniteit had over heel Groenland,
inclusief het oostelijke, grotendeels onbewoonde deel. Noorwegen betoogde
dat Denemarken geen effectief gezag uitoefende in het gebied.

Het Hof oordeelde dat Denemarken wel degelijk soevereiniteit had, mede op
basis van een Noorse diplomatieke verklaring uit 1919 waarin Noorwegen
uitdrukkelijk had erkend geen bezwaar te hebben tegen Deense
soevereiniteit over geheel Groenland. Het Hof beschouwde die verklaring als
juridisch bindend.

Bovendien hoefde Denemarken volgens het Hof in zulke afgelegen gebieden
geen permanent bestuur uit te oefenen om zijn rechten te behouden.
Daarmee werd de Noorse claim verworpen, en Oost-Groenland bleef onder
Deens gezag. De uitspraak is belangrijk voor het internationaal recht rond
soevereiniteit, eenzijdige verklaringen en effectiviteit.



Kadi

De Kadi-zaak draaide om de vraag of Europese sancties die de VN-
Veiligheidsraad oplegde, in dit geval het bevriezen van tegoeden van


5

,personen die gelinkt zouden zijn aan terrorisme, zonder meer mochten
worden overgenomen door de EU, zonder individuele rechtsbescherming.

Mr. Kadi, een Saoedische zakenman, werd zonder voorafgaande
kennisgeving of mogelijkheid tot verdediging op de VN-sanctielijst geplaatst
en zijn tegoeden werden bevroren. Hij vocht dit aan bij het Hof van Justitie
van de EU.Op 3 september 2008 oordeelde het Hof dat fundamentele
rechten binnen de EU, zoals het recht op een eerlijk proces en
eigendomsbescherming, zwaarder wegen dan de verplichting om VN-
sancties automatisch over te nemen. De EU-instellingen mogen wel VN-
maatregelen uitvoeren, maar moeten daarbij zelf toetsen of de
fundamentele rechten van betrokkenen worden geëerbiedigd.Het Hof
vernietigde daarom de EU-verordeningen voor zover ze Kadi betroffen,
wegens schending van zijn rechten.

Belang van de zaak:

De Kadi-zaak is een mijlpaal in het EU-recht. Ze bevestigde de autonomie
van de EU-rechtsorde en benadrukte dat de naleving van fundamentele
rechten altijd moet worden gewaarborgd, zelfs bij uitvoering van bindende
resoluties van de VN-Veiligheidsraad.



Legality of the use by a state of nuclear weapons in armed conflict
1996 ICJ

In 1996 werd het Internationaal Gerechtshof door de
Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Algemene Vergadering van de
VN gevraagd om advies over de legaliteit van het gebruik van kernwapens
door staten tijdens gewapende conflicten.

Het Hof oordeelde dat het internationale recht, inclusief het humanitair
recht, geen expliciet verbod bevat op het gebruik van kernwapens, maar dat
het gebruik ervan wel moet voldoen aan de regels van het humanitair recht.
Dat betekent onder meer dat het onderscheid tussen burgers en strijders
moet worden gerespecteerd en dat onnodig lijden verboden is.Het Hof kon
echter niet met zekerheid vaststellen of het gebruik van kernwapens in
extreme omstandigheden van zelfverdediging (wanneer het voortbestaan
van een staat op het spel staat) absoluut onwettig zou zijn. Er was dus geen
unanieme veroordeling, maar ook geen rechtvaardiging voor algemeen
gebruik.

Wel bevestigde het Hof unaniem dat er een juridische verplichting bestaat
om te goeder trouw onderhandelingen te voeren over nucleaire


6

,ontwapening. Dit advies wordt vaak gezien als een belangrijke, maar
juridisch beperkte stap in het debat over nucleaire wapens.



ICJ, Corfu Channel (UK v Albania) (1949)

In 1946 voeren Britse marineschepen door de Corfu Channel, een
internationale zeeroute tussen Albanië en Griekenland. Daarbij liepen twee
Britse schepen zware mijnschade op. Het Verenigd Koninkrijk stelde dat
Albanië wist van de mijnen en verzuimd had om te waarschuwen.

Het Internationaal Gerechtshof oordeelde in 1949 dat Albanië aansprakelijk
was. Het had op zijn minst kennis moeten hebben van de mijnen in zijn
territoriale wateren en had een plicht om andere staten te waarschuwen.
Door dat na te laten, had Albanië internationaal recht geschonden.Tegelijk
werd het VK bekritiseerd voor een latere eenzijdige mijnenruimactie
(“Operation Retail”) in Albanees water zonder toestemming. Het Hof
oordeelde dat deze actie in strijd was met Albanië’s soevereiniteit.

Deze zaak is belangrijk omdat het Hof hierin voor het eerst principes
bevestigde over staatsverantwoordelijkheid, territoriale soevereiniteit, en
het recht op vrije doorgang in internationale zeestraten.



ICJ Nuclear test case (New Zealand v France) judgement (1974)

In 1973 startte Nieuw-Zeeland een procedure bij het Internationaal
Gerechtshof tegen Frankrijk, omdat dat land atmosferische kernproeven
uitvoerde in de Stille Oceaan. Nieuw-Zeeland stelde dat deze proeven
schadelijk waren voor mens en milieu en in strijd met internationaal recht.

Tijdens de procedure verklaarde Frankrijk publiekelijk dat het in de toekomst
geen atmosferische kernproeven meer zou uitvoeren. Op basis van die
verklaringen oordeelde het Hof in 1974 dat het geschil was opgelost en dat
verdere behandeling niet nodig was.Het Hof beschouwde de Franse
verklaringen als juridisch bindende eenzijdige handelingen (unilateral acts),
waarop andere staten mogen vertrouwen. Het was dus niet nodig om een
inhoudelijk oordeel te vellen over de legaliteit van de kernproeven zelf.

Deze zaak is belangrijk omdat het Hof bevestigde dat officiële verklaringen
van staten – ook buiten een verdragscontext – internationale rechtsgevolgen
kunnen hebben.




7

,2. INTRODUCTIE

Beperkt aantal formele rechtsbronnen

Artikel 38 statuut IGH is het vertrekpunt, maar is niet exhaustief

Concept van een ‘juridische bron’ is afhankelijk van de theorie over de basis
en structuur van het internationaal recht die gehanteerd wordt

 naturalistische kijk op het internationaal recht:

- Internationaal recht heeft als functie soevereine belangen nastreven,
en tegelijken de soevereiniteit en rechten van andere landen
respecteren.
- Formele regels zijn inherent vaag. Het recht is in beweging.
- Zie South West Africa!

 positivistische kijk:

- Instemmen met formele regels
- Binnen de grenzen van de eigen discipline redeneren
- Zie Lotus!

A. PERMANENT COURT OF INTERNATIONAL JUSTICE (PCIJ) (1922-
1946) LOTUS (FRANCE V TURKEY) (DE FEYTER 9)
Het Lotus-arrest (PCIJ, 1927) benadrukt dat staten vrij mogen handelen
tenzij een verdrag of gewoonterecht dit expliciet verbiedt, en dus alleen
gebonden zijn aan beperkingen waarop ze zelf via verdragen hebben
toegestemd.

Inhoudelijk ging het om een botsing op volle zee tussen een Frans en een
Turks schip, waarna Turkije een Franse officier strafrechtelijk vervolgde en
het Hof oordeelde dat dit niet door een verbod in een verdrag werd
uitgesloten.

 belang van ‘consent’!!

- “in order to regulate the relations between these co-existing
independent communities or with a view to the achievement of common
aims”



B. ICJ BARCELONA TRACTION (BELGIUM V SPAIN) 1970
‘Hier net als elders, kan ‘a body of rules’ enkel ontwikkeld zijn met de
instemming van de betrokken partijen’

- Canadees bedrijf levert elektriciteit in Spanje

8

,- 88 procent BE aandeelhouders
- Spaans verbod op uitbetaling obligaties

C. ICJ SOUTH WEST AFRICA, 2ND PHASE (ETHIOPIA AND LIBERIA V
SOUTH AFRICA) (1966)
“[De rechtbank] is een rechtscollege en kan morele principes slechts in
overweging nemen voor zover deze in voldoende mate in juridische vorm
zijn uitgedrukt. De wet bestaat, zo wordt gezegd, om een sociale behoefte
te dienen, maar juist om die reden kan dit alleen door en binnen de grenzen
van zijn eigen discipline. Anders zou het geen juridische dienst zijn die wordt
verleend.”



3. ARTIKEL 38(1) ICJ STATUUT

Artikel 38(1) van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof is hét
uitgangspunt voor het bepalen van de bronnen van internationaal recht. Het
somt drie primaire bronnen op: verdragen, internationaal gewoonterecht en
algemene rechtsbeginselen. Daarnaast verwijst het naar rechterlijke
uitspraken en rechtsleer als aanvullende (subsidiële) middelen om het recht
te identificeren. Hoewel vaak als leidraad gebruikt, is de lijst niet volledig: in
de praktijk spelen ook andere elementen mee, zoals unilaterale verklaringen
en soft law.

 Gebaseerd op positivistische visie

- Komt voort uit state consent, of het nu in een verdrag staat of
impliciet in custom of in andere algemene principes, of …
- Maar opgelet: niet alle verplichtingen voor staten vind je in
overeenkomsten: staten zijn gebonden door de gedragsnormen die
vereist zijn voor een vreedzame samenleving in het geheel waar zij
onderdeel van zijn!



In het artikel:

a) Internationale verdragen

b) Internationale gewoonte

c) Algemene rechtsbeginselen

d) Rechterlijke beslissingen en opvattingen van de meest bevoegde
schrijvers (= secundaire bronnen = identificatie)

- Onder voorbehoud van art 59 Statute ICJ

9

, - Als subsidiaire bronnen


Opsomming is niet exhaustief…

- ook unilaterale verklaringen
- soft law
- …


4. VERDRAGEN



Verdragen zijn de meest zichtbare en gestructureerde bron van
internationaal recht. Ze zijn afspraken tussen staten (of andere
internationale rechtssubjecten) die juridisch bindend zijn voor de partijen
die ermee instemmen. Artikel 38(1)(a) van het ICJ-statuut verwijst naar
verdragen als expliciet erkende rechtsregels.


A. ART 38(1)(A) STATUTE ICJ
“internationale conventies, hetzij algemeen of specifiek, stellen regels vast
die uitdrukkelijk erkend worden door de verdragsstaten”

 ENKEL BINDEND TUSSEN PARTIJEN


B. SOORTEN:
- Bilateraal verdrag (bijv. Belastingverdrag tussen Nederland en België
2001)
- Multilateraal verdrag (bijv. Canada-United States-Mexico Agreement
2018)
- Oprichtingsverdrag (p. 22)
o = “een verdrag dat een internationale organisatie opricht”
(bijvoorbeeld UN Charter)
o “partij stemt in gebonden te zijn door de bindende instrumenten
die organisatie aanneemt” (bijvoorbeeld Art 25 UN Charter voor
UN SC resoluties)

Meer hierover in DEEL 3!



5. INTERNATIONAAL GEWOONTERECHT



10

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
2 augustus 2025
Bestand laatst geupdate op
2 augustus 2025
Aantal pagina's
211
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€11,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
9 maanden geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
katooooo25 Universiteit Antwerpen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
64
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
6
Laatst verkocht
5 dagen geleden

4,6

8 beoordelingen

5
6
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen