Handboek Nederlands als tweede taal
ISBN: 9789046902035
Hoofdstuk 2: Taalonderwijs en didactiek
De rol van begeleider wordt nog steeds beschouwd als de belangrijkste taak van een docent.
Andere hoofdrollen:
- cursisten motiveren, vertrouwen geven.
- zorgen voor input (aanbieden van veel mogelijkheden voor taalcontact/ informatiestrekking en
kennisoverdracht)
- lesmateriaal kritisch beoordelen
- onderwijs evalueren op het effect en de relatie van taalverwerving.
In de literatuur wordt vaak onderscheid gemaakt tussen het leren en verwerven van een taal.
Leren -> Het op een expliciete manier eigen maken van regels en begrippen van een taal, meestal in
een gestuurde situatie (bijv. cursus).
Verwerven -> Het zich onbewust, spontaan meester maken van de taal door die te gebruiken in
natuurlijke situaties.
Er is discussie over de precieze relatie tussen leren en verwerven, maar men is het er wel over eens
dat het voor de ontwikkeling van taalvaardigheid (zeker bij volwassenen) van belang is dat het
taalonderwijs de taalverwerving ondersteunt, m.a.w.: dat taalleren in een gestuurde situatie aansluit
bij de natuurlijke situaties waarin de taal verder kan worden verworven.
Het proces van leren bij ‘taal’ heeft enkele specifieke eigenschappen ten aanzien van kennis en
vaardigheden die (meer of minder) afwijken van het leren bij andere vakken zoals biologie en
wiskunde:
1. Ten eerste is voor biologie en wiskunde een bepaald niveau van intelligentie nodig, terwijl vrijwel
iedereen taal kan leren.
2. Tweede kenmerk van taalleren is dat kennis over taal niet automatisch leidt tot correct
taalgebruik.
3. In de derde plaats is taal niet een eindige verzameling woorden, zinnen of teksten die je uit je
hoofd kunt leren, maar bestaat taal uit een beperkt aantal regels en een eindig aantal
basiselementen waarmee de taalgebruiker een oneindig aantal uitingen kan vormen.
Het verzamelen van verschillende soorten kennis (woordenschat en grammatica) is daarvoor niet
voldoende, het gaat ook om het aanleren van taalvaardigheden (lezen, schrijven, luisteren en
spreken). Vaardigheden leer je het beste door te doen: interactie.
4. Dat interactieve aspect is het vierde kenmerk dat taal onderscheidt van andere vakken.
Samengevat, taalleren onderscheidt zich van het leren van andere vakken door:
1. Iedereen kan het leren
2. Kennis leidt niet direct tot correct taalgebruik
3. Taal is niet een eindig verzameling van woorden, zinnen of teksten die je uit je hoofd leert.
4. Interactie
ISBN: 9789046902035
Hoofdstuk 2: Taalonderwijs en didactiek
De rol van begeleider wordt nog steeds beschouwd als de belangrijkste taak van een docent.
Andere hoofdrollen:
- cursisten motiveren, vertrouwen geven.
- zorgen voor input (aanbieden van veel mogelijkheden voor taalcontact/ informatiestrekking en
kennisoverdracht)
- lesmateriaal kritisch beoordelen
- onderwijs evalueren op het effect en de relatie van taalverwerving.
In de literatuur wordt vaak onderscheid gemaakt tussen het leren en verwerven van een taal.
Leren -> Het op een expliciete manier eigen maken van regels en begrippen van een taal, meestal in
een gestuurde situatie (bijv. cursus).
Verwerven -> Het zich onbewust, spontaan meester maken van de taal door die te gebruiken in
natuurlijke situaties.
Er is discussie over de precieze relatie tussen leren en verwerven, maar men is het er wel over eens
dat het voor de ontwikkeling van taalvaardigheid (zeker bij volwassenen) van belang is dat het
taalonderwijs de taalverwerving ondersteunt, m.a.w.: dat taalleren in een gestuurde situatie aansluit
bij de natuurlijke situaties waarin de taal verder kan worden verworven.
Het proces van leren bij ‘taal’ heeft enkele specifieke eigenschappen ten aanzien van kennis en
vaardigheden die (meer of minder) afwijken van het leren bij andere vakken zoals biologie en
wiskunde:
1. Ten eerste is voor biologie en wiskunde een bepaald niveau van intelligentie nodig, terwijl vrijwel
iedereen taal kan leren.
2. Tweede kenmerk van taalleren is dat kennis over taal niet automatisch leidt tot correct
taalgebruik.
3. In de derde plaats is taal niet een eindige verzameling woorden, zinnen of teksten die je uit je
hoofd kunt leren, maar bestaat taal uit een beperkt aantal regels en een eindig aantal
basiselementen waarmee de taalgebruiker een oneindig aantal uitingen kan vormen.
Het verzamelen van verschillende soorten kennis (woordenschat en grammatica) is daarvoor niet
voldoende, het gaat ook om het aanleren van taalvaardigheden (lezen, schrijven, luisteren en
spreken). Vaardigheden leer je het beste door te doen: interactie.
4. Dat interactieve aspect is het vierde kenmerk dat taal onderscheidt van andere vakken.
Samengevat, taalleren onderscheidt zich van het leren van andere vakken door:
1. Iedereen kan het leren
2. Kennis leidt niet direct tot correct taalgebruik
3. Taal is niet een eindig verzameling van woorden, zinnen of teksten die je uit je hoofd leert.
4. Interactie