Met deze samenvatting heb ik dit jaar een plekje weten te bemachtigen in de premaster van
2025/2026. Deze samenvatting van steekzinnen bevat alle belangrijke onderdelen uit het
Guyten & Hall Physiology Textbook van H1, H2, H4, H5, H6, H7, H8, H9, H16, H34, H35, H36.
Er zijn veel vragen met antwoorden in verwerkt die mij hielpen om de stof beter te begrijpen.
Verder staan er een aantal stukken tekst geel gemarkeerd omdat ik deze stukken zelf belangrijk
vond. Aan het eind van de samenvatting staan nog 25 toetsvragen die representatief zijn voor
de vragen die op het cognitieve tentamen van 2025 voorkwamen. Ik hoop dat ik je met deze
samenvatting en oefentoets op weg kan helpen met studeren!
H1: Controle van de Interne Omgeving
- Fysiologie integreert meerdere functies van cellen, weefsels en organen van de mens
- Pathofysiologie = fysiologie wanneer het lichaam niet goed functioneert
- Elke cel in het lichaam is aangepast om een bepaalde functie uit te voeren.
- Het lichaam bestaat uit 35-40 biljoen menselijke cellen, waarvan 25 biljoen rode
bloedcellen (RBCs).
- Hiernaast bevat het lichaam ook microben → er zijn meer microben dan eigen
lichaamscellen! Darmen bevatten 400 - 1000 verschillende soorten micro-organismen
- Rode bloedcellen transporteren zuurstof van de longen naar de weefsels.
- Het lichaam bestaat voor 60 tot 70% uit vloeistoffen.
- 1/3e van het lichaam is extracellulaire vloeistof
- 2/3e is intracellulaire vloeistof
- Bij veroudering neemt de hoeveelheid water in je lichaam af
- Cellen leven in de extracellulaire vloeistof (ook wel interne omgeving van het lichaam)
- Extracellulaire ionen = Natrium- (Na+), chloride- (Cl-) en bicarbonaat-ionen (HCO₃⁻)
- Intracellulaire ionen = Kalium (K+), magnesium (Mg²⁺) en fosfaationen (PO₄³⁻)
- Extracellulaire voedingsstoffen: zuurstof, glucose, vetzuren, aminozuren
- Homeostase = het vermogen van het lichaam om het inwendige milieu in evenwicht te
houden ondanks veranderingen in de omgeving van het lichaam.
- Ziekte = verstoorde homeostase → het lichaam gaat door om verstoorde homeostase te
compenseren, maar dit leidt tot grote afwijkingen van de lichaamsfuncties.
- Hoe wordt extracellulaire vloeistof in het lichaam getransporteerd?
Via de bloedvaten en tussen bloedcapillairen en intercellulaire ruimtes.
- Wanneer bloed de capillairen passeert, vindt er uitwisseling plaats tussen bloed en
interstitiële vloeistof.
- De capillaire wanden zijn doorlaatbaar voor de meeste moleculen in het bloedplasma,
behalve voor plasmaproteïnen omdat deze te groot zijn. Dit proces is diffusie.
- Hoe komen voedingsstoffen in de extracellulaire vloeistof terecht?
Ademhalingssysteem: Zuurstof uit de alveoli wordt via diffusie in het bloed opgenomen.
, GI-kanaal: Opgeloste voedingsstoffen worden in extracellulaire vloeistof van het bloed
opgenomen.
Lever: verandert chemische samenstelling van stoffen totdat ze kunnen worden gebruikt.
Musculoskeletale systeem: spieren dragen bij aan homeostase door motiliteit en
bescherming te bieden.
- Hoe gaan afvalproducten het lichaam uit?
CO2 wordt vanuit het bloed afgegeven aan de longalveoli. Nieren filtreren bloed en
verwijderen naast CO2 stoffen als ureum en creatinine. Het GI-kanaal elimineert
onverteerbare materialen via de feces. Lever ontgift en verwijdert ingenomen
geneesmiddelen en chemicaliën die in gal worden uitgescheiden om uiteindelijk via de
feces te worden geëlimineerd.
- Zenuwstelsel: bestaat uit sensorische input (huidreceptoren), het centrale
zenuwstelsel (hersenen + ruggenmerg), het autonoom systeem en motorische
output (naar spieren)
- Het autonome systeem opereert op een onbewust niveau en controleert orgaanfuncties
- Hormoonsystemen: endocriene klieren scheiden hormonen af die het zenuwstelsel
aanvullen en transporteren via extracellulaire vloeistof.
- Schildklier (thyroid) hormoon verhoogt de snelheid van chemische reacties in
cellen
- Insuline reguleert het glucosemetabolisme
- Bijnierschors (adrenocortical) hormonen reguleren de natrium en kalium ionen
+ eiwit metabolisme
- Bijschildklier (parathyroid) hormoon reguleert bot calcium en fosfaat
- Het zenuwstelsel controleert veel spier- en uitscheidingsactiviteiten van het lichaam,
terwijl het hormonale systeem veel metabolische functies (stofwisseling) regelt.
- 2 belangrijke functies immuunsysteem:
(1) onderscheidt lichaamseigen cellen van schadelijke vreemde cellen;
(2) vernietigt de indringer door fagocytose/ lymfocyten/ antilichamen
- 3 belangrijke functies Integumentaire systeem (de huid en zijn aanhangsels):
(1) temperatuurregulatie
(2) bescherming van diepere weefsels
(3) uitscheiding van afval
- Reproductie wordt niet als een homeostatische functie beschouwd! Zorgt echter wel
voor genereren van nieuwe wezens als vervanging voor degenen die sterven
- Zuurstof bufferfunctie van hemoglobine = hemoglobine bindt zuurstof wanneer bloed
door de longen stroomt
- ↑CO2 => stimulatie ademhalingscentrum => sneller en dieper ademen => ↓CO2