Herstelondersteunende zorg.............................................................................................................. 2
Autisme Spectrum Stoornis................................................................................................................ 2
Stoornis: Verslaving en comorbiditeit................................................................................................ 3
Stoornis: Psychose en schizofrenie.................................................................................................... 5
Stoornis: Depressie en bipolaire stoornis........................................................................................... 6
Stoornis: Verstandelijke beperking.................................................................................................... 8
Stoornis: Dissociatieve identiteitsstoornis.......................................................................................... 9
Stoornis: Persoonlijkheidsstoornissen.............................................................................................. 10
Verklaringen vanuit verschillende invalshoeken...........................................................................10
Borderline........................................................................................................................................ 13
Narcistisch....................................................................................................................................... 13
Theatrale / histrionische.................................................................................................................. 13
Antisociale....................................................................................................................................... 14
Narcistisch....................................................................................................................................... 14
Theatrale / histrionische.................................................................................................................. 15
Antisociale....................................................................................................................................... 16
Stoornis: Zingeving, religie en levensbeschouwing..........................................................................18
Stoornis: Niet aangeboren hersenletsel (NAH)................................................................................. 20
Stoornis: Lichamelijke beperking..................................................................................................... 22
Stoornis: Externaliserende stoornissen............................................................................................ 23
Stoornis: ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)...............................................................24
Stoornis: Gedragsstoornissen (betreffende stoornissen)..................................................................25
Stoornis: Gedragsstoornis ODD en CD............................................................................................. 26
Armoede en schulden...................................................................................................................... 27
Veelgebruikte therapieën en methodieken...................................................................................... 27
Overige modellen:........................................................................................................................... 28
Begrippenlijst:.................................................................................................................................. 29
1
,Herstelondersteunende zorg
Hulpverlener:
- Heeft een attitude van hoop en optimisme
- Is present (aandachtig aanwezig)
- Gebruikt zijn professionele referentiekader op een terughoudende en bescheiden wijze
- Maakt ruimte voor, ondersteunt het maken van en sluit aan bij het eigen verhaal van de
cliënt
- Herkent en stimuleert het benutten van eigen kracht van de cliënt (empowerment) zowel
individueel als collectief
- Erkent, benut en stimuleert de ontwikkeling van ervaringskennis van de cliënt
- Erkent, benut en stimuleert de ondersteuning van de cliënt door belangrijke anderen
- Is gericht op het verlichten van lijden en het vergroten van eigen regie/ autonomie
- Grenzen stellen
- Bewust zijn van eigen gedrag en emoties
Herstelproces:
Het gaat hierbij om het te boven komen van hopeloosheid en het overwinnen van het verlies van
een betekenisvolle identiteit.
Fasen van herstel Gagne:
Overweldigd worden door de aandoening
- Kenmerkend verwarring, ontreddering, machteloosheid en gevoel van isolement van
zichzelf en de omgeving
- Grip krijgen op de symptomen en bestrijden van de gevolgen van de crisis.
Worstelen met de aandoening
- Dient de vraag aan hoe betrokkene met de aandoening kan leven .
- Rouwverwerking, angst om opnieuw overspoeld te worden
Leven met de aandoening
- Leren omgaan met beperkingen en (nieuwe) mogelijkheden.
- Betrokkene ontwikkelt een nieuwe identiteit en probeert nieuwe rollen en vaardigheden uit
Leven voorbij de aandoening
- De aandoening is dusdanig geïntegreerd in het dagelijks bestaan dat de gevolgen ervan
nauwelijks meer op de voorgrond staan.
- Er is sprake van een stabiele situatie
Autisme Spectrum Stoornis
Korte beschrijving
Het autismespectrumstoornis is een aangeboren ontwikkelingsstoornis, waarbij bepaalde
zenuwprikkels ander binnenkomen bij de hersenen.
Domein 1: beperkingen in de sociale communicatie en sociale interactie
Kernsymptomen: deficiënties in de wederkerigheid, in de non-verbale communicatie en in het
ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties
Domein 2: beperkt, repetitief gedrag (waaronder specifieke en abnormale onder- en/ of
overgevoeligheid voor zintuigelijke prikkels)
Kernsymptomen: stereotiepe motoriek, gebruik van voorwerpen of spraak, hardnekkige
vasthouden aan hetzelfde, gefixeerde interesses en hyper/ hyperactiviteit op zintuigelijke
prikkels
Oorzaken Gevolgen
B B
- Erfelijk 80% - Wel of niet gevoeliger voor pijn of
- Navo-mutatie autisme ontstaat geluid
spontaan - Slaapproblemen
P - Maag en darmklachten
- - Zintuigelijke en motorsche
S beperkingen
- Interactie tussen genetische- en P
omgevingsfactoren - Problemen met (non-) verbale
- Ouder dan 35 jaar communicatie
- Zwangerschapsdiabetes - Moeite met overzicht houden, behoefte
2
, - Antidepressiva aan regelmaat
- Depressie, dwangmatig gedrag
- Leer, eet, taalstoornissen, burn-out
S
- Moete met sociale contacten, spel en
verbeelding
- Beperkt aantal interesses en
activiteiten
Begeleiding Sociaal werker
B Autismebril opzetten
- Farmacotherapie: antipsychotica, - Aansluiting vinden
anti-ADHD-middelen, homeopatische - Contact maken
middelen, antidepressivum - Communicatie
P - Behoefte aan structuur
- Psycho-educatie: is een methodiek
om meer inzicht en kennis te krijgen in Afstand nemen
eigen ziektebeeld Kijken naar de ander in relatie tot zichzelf
- TOM: Het vermogen om jezelf te Betrokkenheid en distantie
verplaatsen in de gedachten van de Structurerend vermogen
ander. Belangrijk !! Ethisch bewustzijn
- Cognitieve gedragstherapie: cliënt
leert met deze therapie hoe hij zijn
stemming of gedrag kan beïnvloeden.
Er moet sprake zijn van een normale
tot hogere intelligentie
- Psychotherapie: het versterken van
zelfbeeld, zelfvertrouwen en het verder
ontwikkelen van het
probleemoplossend vermogen voor de
toekomst.
S
- Gezinsbegeleiding: Richt zich op alle
deelnemers van het gezin, met als doel
om het kind thuis te laten wonen
- Sociale vaardigheidstraining: richt
zich op het ontwikkelen van
vaardigheden binnen de sociale
interactie
- Vaktherapie: Is erop gericht om
geblokkeerde expressies,
structureringsproblemen, beleving-,
communicatie- en contactproblematiek
van de cliënt op te heffen of te
verminderen.
- Levensloopbegeleiding
Micro (individueel) Kenmerken
- Ruimte en tijd nodig om op eigen
tempo hun eigen volgorde te
ontwikkelen
Meso (Omgeving, gezin)
- Onbegrip vanuit de omgeving. Dit kan
symptomen, klachten en
gedragsproblemen veroorzaken
Macro (Maatschappij)
- Grote druk van samenleving, hierdoor
moeten ze gedrag, sociale interactie en
manier van leven aanpassen.
Overig
Stoornis: Verslaving en comorbiditeit
Korte beschrijving
Verslaving is een ziekte. Een onweerstaanbare behoefte om middelen te gebruiken, het
verlangen wordt op gegeven moment meer een afhankelijkheid of zelfs noodzaak (Craving of
trek). Er kan een psychische of lichamelijke verslaving zijn.
3