NCOI/TPY.25
, Oefentoets NCOI HBO-programma Arbeidsrecht en HR 2025
Introductie – HBO-programma Arbeidsrecht en HR
Welkom bij de oefentoets van het HBO-programma Arbeidsrecht en HR 2025. Deze oefentoets is bedoeld
als een stevige en praktische voorbereiding op de officiële eindtoets van dit twee maanden durende
programma. Door deze toets serieus te maken, vergroot je niet alleen je slagingskans, maar ook je
zelfvertrouwen tijdens het echte examen.
Het belangrijkste onderdeel van deze toets is het herkennen en correct toepassen van de kernbegrippen
uit het arbeidsrecht en het HR-vakgebied. Denk aan begrippen zoals ‘opzegtermijn’, ‘transitievergoeding’,
‘passende arbeid’, of ‘goed werkgeverschap’. Als je deze begrippen niet goed begrijpt of kunt toepassen,
wordt het lastig om examenvragen correct te beantwoorden. Deze begrippen vormen de basis voor vrijwel
alle onderwerpen in het programma.
Daarnaast zijn er nog andere redenen om deze oefentoets grondig te maken:
1. Je leert denken zoals er op het examen van je wordt verwacht. De oefenvragen zijn zo
opgebouwd dat ze je aanzetten om verbanden te leggen tussen theorie en praktijk – precies zoals
bij de echte toets het geval is.
2. Je ontdekt waar je kennis nog tekortschiet. Door het maken van deze toets weet je welke
onderdelen je goed beheerst, en waar je nog moet bijspijkeren. Zo kun je gerichter studeren in de
laatste fase van je voorbereiding.
Niet elk detail hoeft uit je hoofd te worden geleerd. Het is belangrijker dat je snapt hoe het arbeidsrecht
werkt in de praktijk dan dat je alle wetsartikelen woordelijk kent. Focus vooral op de hoofdlijnen: wat
mag wel, wat mag niet, en wat zijn de rechten en plichten van werkgever en werknemer in verschillende
situaties.
Neem de tijd voor deze oefentoets, check je antwoorden en gebruik je fouten als leermoment.
Succes met het oefenen – dit is je kans om goed voorbereid en met vertrouwen het examen in te gaan!
NCOI/TPY.25
,Oefentoets NCOI HBO-programma Arbeidsrecht en HR 2025
NCOI/TPY.25
, Oefentoets NCOI HBO-programma Arbeidsrecht en HR 2025
20 open vragen
Hoofdstuk 1 – Arbeidsovereenkomst en arbeidsrechtelijke kernbegrippen
1. Noem de drie vereisten waaraan voldaan moet zijn om van een arbeidsovereenkomst te
spreken.
2. Wat is het verschil tussen een arbeidsovereenkomst en een overeenkomst van opdracht?
3. In hoeverre speelt de gezagsverhouding een rol bij het vaststellen van een
arbeidsovereenkomst?
4. Wat is het belang van het rechtsvermoeden van arbeid bij onduidelijkheid over de aard van de
arbeidsrelatie?
5. Wanneer is sprake van schijnzelfstandigheid en welke gevolgen kan dit hebben?
Hoofdstuk 2 – Rechten en plichten van werkgever en werknemer
6. Benoem twee wettelijke verplichtingen van de werkgever ten aanzien van
arbeidsomstandigheden.
7. Wat wordt bedoeld met het instructierecht van de werkgever?
8. Hoe ver strekt de verplichting van de werknemer tot goed werknemerschap?
9. In welke situaties mag een werkgever persoonsgegevens van de werknemer verwerken?
10. Wat is het onderscheid tussen primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden? Geef per soort een
voorbeeld.
Hoofdstuk 3 – Einde van de arbeidsovereenkomst
11. Noem vier beëindigingsvormen van een arbeidsovereenkomst.
12. Wat zijn de voorwaarden voor rechtsgeldige opzegging door de werkgever?
13. Wanneer is een ontslag op staande voet geldig?
14. Wat is de wettelijke opzegtermijn voor een werknemer bij een contract voor onbepaalde tijd?
15. Welke rol speelt het UWV bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen?
Hoofdstuk 4 – Bijzondere regelingen en actuele thema’s
16. Wat houdt het concurrentiebeding in, en wanneer is dit rechtsgeldig in een tijdelijk contract?
17. Wat is de wettelijke regeling omtrent loondoorbetaling bij ziekte?
18. Hoe wordt bepaald of sprake is van gelijke beloning bij gelijke arbeid?
19. Wat zijn de gevolgen van het niet naleven van de informatieplicht bij het aangaan van een
arbeidsovereenkomst?
20. In hoeverre hebben cao-bepalingen dwingende werking in een individuele
arbeidsovereenkomst?
NCOI/TPY.25