Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Algemeen, Kennistoets

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
35
Geüpload op
16-11-2020
Geschreven in
2020/2021

In dit document staat alles wat je nodig hebt in blok 2, jaar 1 van de opleiding Ergotherapie.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting jaar 1 – blok 2

Perspectief therapeut

De aspirant collega laat zien kennis te hebben over de anatomie,
functie en mogelijkse aandoeningen aan het ademhalingsstelsel.
Luchtwegen
De luchtwegen vormen de verbindingsweg tussen de buitenwereld en het
longweefsel. Via de luchtwegen kan lucht met zuurstof naar het longweefsel
getransporteerd worden en wordt koolstofdioxide buiten het lichaam gebracht.
De inhoudt van de luchtwegen behoort tot het uitwendig milieu. De luchtwegen
zijn dan ook bekleed met epitheel. Tot de luchtwegen behoren de neusholte,
mondholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën, bronchiolen en de
longblaasjes.

Neusholte
De meeste lucht die je bij normale ademhaling in- en uitademt gaat door je neus.
De neus maakt deel uit van het aangezicht. De variatie van de neus wordt
veroorzaakt door de vormverschillen van e neusbeendelen, het neuskraakbeen
en de bedekkende huid. De neusrug bestaat bovenaan uit de twee
neusbeenderen. Deze gaan over in elastisch kraakbeen. De type kraakbeen is
heel veerkrachtig. Je kunt je neus ombuigen zonder de doorgang van de lucht
wordt geblokkeerd, als je je neus daarna loslaat krijgt deze zijn oorspronkelijke
vorm terug. De huid van de neus loopt naar beneden toe aan de zijkanten uit in
de neusvleugels.

Bouw van de neusholte
Achter de neus bevindt zich de neusholte. De neusholte wordt grotendeel
begrensd door botten. Aan de bovenkant zijn dat het os sphenoidale (sfenoïd),
het os ethmoidale (etmoïd), het os frontale (voorhoofdsbeen) en het os
nasale (neusbeen). Het os ethmoidale heeft een groot aantal gaatjes waar
zenuwvezels van de reukzenuw doorheen lopen.

De laterale wanden van de neusholte bestaan uit delen van de maxilla
(bovenkaak) en de uitlopers van het os ethmoidale. De neusholte wordt in
tweeën verdeeld door het medio-sagittaal verlopende septum nasi
(neustussenschot). Het achterste deel hiervan bestaat uit bot (os nasale), het
voorste deel uit elastisch kraakbeen.

De laterale wanden van de neusholte hebben drie of vier uitstekende botranden,
conchae (neusschelpen) genoemd. Door deze botranden ontstaan er
neusgangen.
De neusholte is bekleed met slijmvlies: eenlagig trilhaarepitheel met veel sereuze
kliertjes en slijmcellen. Onder de epitheellaag bevindt zich een zeer dicht
capilairnetwerk. Boven de neusholte zit het reukepitheel. Dit bestaat uit
epitheelcellen met daartussen veel sensoren die gevoelig zijn voor geurprikkels
De neusbijholten (sinus paranasales) zijn holten in de aangrenzende
schedelbeenderen die eigenlijk geen deel uitmaken van de neusholte. Ze staat
via kleine openingen wel in verbindging met de neusholte en zijn ook met de
trilhaarepitheel bekleed.

Functies van de neusholte
- zuivering van de lucht,
- verwarming van de lucht,

, - bevochtiging van de lucht, dit gaat uitdroging van het longweefsel tegen
- keuring van de lucht, het reukepitheel boven in de neusholte geen
informatie over de kwaliteit van de ingeademde lucht



Mondholte
Inademen door de neusholte is niet goed mogelijk wanneer je in korte tijd grotere
hoeveelheden lucht moet in- en/of uitademen, bijvoorbeeld tijden stevige
inspanning, huigen of hoesten. De nauwe doorgangen van de neusholte laten de
passage van zoveel lucht tegelijk niet toe en je gaat vanzelf over op
mondademhaling. Bij een verstopte neus is inademen door de mond zelfs de
enige mogelijkheid. Het heeft als nadeel dat de lucht minder goed bewerkt kan
worden, zoals zuivering bevochtiging, verwarming en keuring.
Klankvorming is een belangrijke functie van de mondholte. Klankvorming gebeurt
voornamelijk bij de uitademing. De uitgeademde lucht stroomt lang de
stembanden, waardoor ze in trilling gebracht worden en geluid voortbrengen. Het
geluid krijgt een bepaalde klank door de vorm van de mondholte en door de
stand en bewegingen van tong en lippen. Ook de neusholte en de bijholten
spelen een rol bij klankvorming. Zo klinkt je stem bij een verstopte neus anders
dan normaal.

Keelholte
Ook wel farynx. Deze ligt achter de neus- en mondholte, en behoort zowel tot het
ademhalingsstelsel als tot het spijsverteringsstelsel. Ter hoogte van de mond-
keelholte vindt kruising van de voedselweg en de luchtweg plaats. Lucht gaat het
ventraal gelegen strottenhoofd binnen, voedsel gaat naar de dorsaal gelegen
slokdarm. De luchtpijp staat altijd open, behalve wanneer er een voedselbrok
wordt doorgeslikt. Op dat moment dekt het strotklepje (epiglottis) de toegang tot
het strottenhoofd af. Ook de stemspleet is dan gesloten. Ademen en spreken zijn
op dat moment niet mogelijk.

De farynx bestaat uit drie delen:
- nasopharynx, deel achter je neus
- oropharynx, deel achter je mond
- laryngopharynx, deel achter je strottenhoofd

Strottenhoofd
Ook wel de larynx. Deze ligt in de hals, ventraal van de slokdarm. Het
strottenhoofd is een stevige koken die opgebouwd is uit een aantal
kraakbeenstukken., verbonden met ligamenten en omgeven door
dwarsgestreepte spieren. Aan de bovenkant is de larynx via een bindweefselplaat
verbonden met het tongbeen (os hyoideum). Het tongbeen is een klein
hoefijzigvorming bot aan de basis van de tong. Het wordt door verschillende, op
teugels lijkende spieren op zijn plaats gehouden. Het grootste kraakbeenstuk van
het strottenhoofd is het schilkraakbeen (thyroid cartilage). Daarna is er het
ringkraakbeen (cricoid cartilage). Op de achterkant van het ringkraakbeen zit
links en rechts een stelkraakbeentje (arytenoid certilage). Deze zitten aan de
stembanden vast en lopen naar de voorbinnenzijde van het schilkraakbeen. Ze
kunnen alle kanten op bewegen, waardoor de stembanden flexibel zijn en er
zinvol geluid geproduceerd kan worden.

,Mannen hebben langere stembanden, dit hebben ze te danken aan het
mannelijke slaghormoon. Die van de vrouwen zijn dus iets korter dan die van de
mannen.

Luchtpijp
Ook wel trachea, sluit aan op het ringkraakbeen van het strottenhoofd. Hij loopt
ventraal van de slokdarm vanuit het halsgebied recht naar beneden, achter de
aorta en de grote bloedvaten. Boven het hart splits de trachea in twee
hoofdbronchiën. Deze splitsing wordt bifurcatio trachae genoemd. Linker- en
rechterhoofdbronchus liggen nog in het mediastinum.
De opbouw van de trachea is als volgt: stukken kraakbeen met daartussen
bindweefsel en spierweefsel. Aan de binnenkant is trilhaarepitheel en
slijmbekercellen. De trachea heeft de vorm van een hoefijzer.
Achter de luchtpijp zit je slokdarm, ook wel oesophagus genoemd. Dit is een
dichte, platte buis. Achter je slokdarm liggen je halswervels. Dankzij de
hoefijzervormige bouw, kan de achterwand van de trachea naar binnen vouwen,
waardoor er eten doorheen kan.

Bronchiën en bronchiolen
De twee hoofdbronchiën vertakken zich verder het longweefsel in. De
rechterhoofdbronchus splitst in drie grote bronchiën, de linker in twee. Deze
vertakkingen heten bronchi lobares. Elke bronchus lobaris gaat naar een
longkwab. De linkerlong bestaat uit twee longkwabben en is kleiner dan de
rechterlong die uit drie longkwabben bestaat. Dit hangt samen met de
aanwezigheid/ligging van het hart. De bouw van de grote bronchiën is gelijk aan
die van de trachea en de hoofdbronchiën, behalve dat de kraakbeenstukken van
onregelmatiger van vorm zijn.
De bronchiën splitsen verder in bronchiolen, de allerfijnste vertakkingen. Deze
zijn bekleed met cilindrisch epitheel. De diameter is ongeveer 1 millimeter. De
wand van de bronchiolen bestaat grotendeels uit circulair glad spierweefsel,
waardoor ze heel elastisch zijn. Bij inademing ontspannen de gladde spiertje en
worden de bronchiolen verwijd. Bij uitademing trekken de spiertjes samen,
waardoor de bronchiolen vernauwen. Dit bevordert de uitdrijving van lucht uit de
longen.
Luchtwegverwijding noem je bronchodilatatie. Dit vindt dus plaats bij inspanning.
Adrenaline speelt hierbij ook een rol. Luchtwegvernauwing noem je
bronchoconstrictie. Dit vindt plaats bij een ontspannen situatie.
Deze vertakking van de luchtwegen noem je ook wel een bronchiaalboom. Deze
is hieronder afgebeeld.

Naarmate de bronchiën zich
splitsen, verandert er iets in de
opbouw. De verhouding van het
witte deel (kraakbeen) en het
rode deel (spierweefsel)
veranderd. Het begint met veel
kraakbeen en eindigt in vooral
spierweefsel. In de allerkleinste
luchtwegtakje is er helemaal
geen kraakbeen meer.



Longen

, Longblaasjes
De fijnste bronchiolen monden uit in de longtrechtertjes. Elk longtrechtertje heeft
tientallen trosvormige uitstulpingen. Dit zijn de alveoli pulmonales (longblaasjes).
Elke alveolus is omgeven door een dicht capilairennetwerk, de ongeveer 900
miljoen alveoli vormen het eigenlijke longweefsel. Het zijn de functionele
eenheden waar de gaswisseling tussen het inwendige en uitwendige milieu
plaatsvindt. Longblaasjes zijn bedekt met eenlagig plaveiselepitheel. Dit is zo dun
dat er koolzuurgas en zuurstof door heen kan.
Rond elk longblaasje vindt je een eigen bloedvatennetwerk. Dit zorgt voor de
opname van zuurstofgassen en het afgeven van koolzuurgassen.

Surfactant is een stofje dat ervoor zorgt dat je longblaasjes open blijven staan.
Deze kan je pas aanmaken na 25 weken zwangerschap. Als je dit krijgt, ben je
ook wel levensvatbaar.

Longvlies
De linker- en rechterlong zijn afzonderlijk omgeven door pleura (longvlies). Dit is
een weivlies en bestaat uit een binnen- en buitenblad, respectievelijk de pleura
viscerlaris (longblad/vlies) en de pleura parietalis (borstvlies/blad). Ze liggen
tegen elkaar aan, slechts gescheiden door een dun laagje serieus vocht. De
ruimte tussen beide bladen heet pleuraholte.

1 long = pulmo
2 longen = pulmones
Betrekking tot de longen = pulmonaal




Hierboven een plaatje van de longen. De rechterlong heeft drie kwabben, de
linkerlong twee. Het bovenste puntje van de longen heet de apex. Het onderste
deel heet de longbasis. Een kwab noem je ook wel ‘lobus’.
De kwabben hebben ook nog een andere naam, namelijk:
Bovenste kwab: lobus superior
Middelste: lobus media
Onder: lobus inferior

Documentinformatie

Geüpload op
16 november 2020
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING
€8,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
simonevoskuijl

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
simonevoskuijl CIOS
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
4
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
2
Laatst verkocht
4 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen