4e druk – samenvatting
Hoofdstuk 1: Psychiatrie en maatschappij
1.1 Gek of ziek?
Wanneer wordt gedrag als ‘gestoord’ gezien? Dit is sterk tijd- en cultureel gebonden. Normaal
gedrag staat gelijk aan een bepaalde norm van een specifieke sociale norm. Het begrip
abnormaliteit slaat dan op elke afwijking ten opzichte van een norm. Of gedrag normaal is wordt
bepaald aan de hand van drie criteria:
1. Het betreft een abnormaal verschijnsel of gedrag dat afwijkt van een sociale norm of van
hetgeen in de betreffende cultuur als normaal geldt
2. Dit abnormale verschijnsel wordt een teken van een stoornis als het bovendien ongemak
of lijden teweegbrengt bij de betrokkene en/of de omgeving
3. Het gaat om een psychiatrische stoornis als het verschijnsel/gedrag ook bij andere
personen is vastgesteld en binnen het gangbare begrippenkader van de psychiatrie kan
worden beschreven
Er bestaan dus geen neutrale en vaste maatstaven, de normen zijn sterk cultuur- en tijdgebonden.
De verwachtingen en eisen van de omgeving spelen een doorslaggevende rol: hoe verdraagzaam
is de gemeenschap ten aanzien van individuen die zich niet aan de gangbare sociale normen
(kunnen) aanpassen.
Abnormaal gedrag is niet automatisch een stoornis. Om te spreken van een psychiatrische
stoornis is een zienswijze op grond van wetenschappelijke kennis noodzakelijk. Het gestoorde
gedrag moet dan een aantal kenmerken vertonen die (1) ook bij andere personen als storend zijn
vastgesteld en (2) omwille van deze gelijkenis beschreven en geordend kunnen worden binnen
het begrippenkader van de psychiatrie. Om een stoornis vast te kunnen stellen moet er worden
voldaan aan enkele voorwaarden. Ten eerste de wetenschappelijke consensus: andere
deskundigen moeten in staat zijn tot dezelfde conclusie. Ten tweede is er het principe van
repliceerbaarheid: nog onbekende of onbeschreven stoornis, moet de vaststelling ook door
collega-deskundigen mogelijk zijn. Op grond van deze twee principes moet de psychiatrie een
gemeenschappelijke taal ontwerpen waarmee psychiatrische stoornissen beschreven en
geordend kunnen worden.
De term ziekte
In strikt medische zin verwijst de term ziekte naar een lichamelijke afwijking, aandoening of
stoornis met een specifieke oorzaak, een duidelijk beloop en een aangepaste therapie.
In psychologische zin gaat het om de beleving van het ziek-zijn: de subjectieve ervaring van
onwelzijn, lijden of beperking in het lichamelijke psychisch en/of sociaal functioneren. Vanuit een
sociologisch standpunt benadrukt men de rol van ziek zijn: enerzijds de behoefte aan erkenning
als zieke of patiënt en anderzijds de verwachting te zoeken naar genezing door raadpleging van
een deskundige.
1.2 Wetenschap en praktijk
Psychopathologie is de wetenschap of studie van het psychisch lijden. Het betreft de
wetenschappelijke kennis die ten grondslag ligt aan de kunde van de psychiatrische praktijk. In de
deskundige omgang met een psychiatrische patiënt speelt zowel algemene kennis als persoonlijk
aanvoelen een rol. Het persoonlijk kennen door aanvoelen of inlevend begrijpen van de patiënt.
Dit is onvermijdelijk subjectief en individualiserend: gericht op het unieke van elke persoon, die
slechts vanuit zijn of haar eigen leefsituatie te kennen is. Het wetenschappelijk kennen
1
, Psychiatrie: van diagnose tot behandeling
4e druk – samenvatting
daarentegen gaat uit van een objectiverende en generaliserende benadering: individuen worden
vergeleken op een deelaspect met de bedoeling tot meer algemene uitspraken te komen.
Binnen de psychiatrie is het medische model ontwikkeld. Het medische model houdt in: een
systematische werkwijze om pathologische verschijnselen te bestuderen en, zo mogelijk, te
wijzigen. Hierin zijn de volgende stappen te onderscheiden:
- Diagnose: beschrijving van karakteristieke eigenschappen
- Verklaring: verkenning van factoren die de stoornis hebben veroorzaakt, uitgelokt,
bevorderd of in stand gehouden.
- Prognose: een op onderzoek gebaseerde voorspelling van het mogelijke beloop van de
stoornis, enerzijds zonder therapeutisch ingrijpen en anderzijds onder invloed van een
behandeling
- Therapie: ontwerp en uitvoering van een interventie op grond van de bovenste drie met
het doel de stoornis te doen verdwijnen of minstens te verbeteren
- Preventie: ontwerp en uitvoering van een actieplan op grond van bovenste vier om
stoornissen te voorkomen (primaire preventie), zo snel en effectief mogelijk te
behandelen ter voorkoming van resttoestanden (secundaire preventie) of om nadelige
gevolgen te beperken (tertiaire preventie of revalidatie)
1.3 Werkterreinen
Het geheel van de hulpverlening voor mensen met een psychische of psychosociale problemen
wordt de geestelijke gezondheidszorg (ggz) genoemd. De ggz-voorzieningen kunnen in drie
groepen worden onderscheiden:
- Intramurale of klinische zorg: opname voor behandeling of verpleging in een
psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis of in en psychiatrische kliniek.
- Extramurale of ambulante zorg: voor cliënten of patiënten die in hun eigen woonomgeving
blijven. Dergelijke zorg wordt verleend door vrijgevestigde hulpverleners die een praktijk
aan huis voeren.
- Tussenvoorziening of vormen van semimurale zorg: voor mensen voor wie extramurale
zorg onvoldoende is en voor wie een volledige opname in kliniek niet noodzakelijk is.
De psychiatrie kent bovendien allerlei specialisaties met het oog op de zorg voor een specifieke
doelgroep of problematiek, zoals de verslaafdenzorg.
Hoofdstuk 2: Systematische diagnostiek
Bij het vaststellen van psychiatrische stoornissen worden al lang computersprogramma’s
gebruikt. De voordelen zijn duidelijk: het onderzoek verloopt steeds op dezelfde wijze en gebeurt
snel en efficiënt. Nu kan een computer niet op zichzelf een diagnose stellen, maar kan wel een
hulpmiddel zijn.
2.1 Classificatie: van symptoom tot syndroom
Elke wetenschap steunt op een classificatie of systematische ordening van de verworven kennis.
Het is noodzakelijk dat vaststellingen of bevindingen worden omschreven en een plaats krijgen. In
de psychiatrie is het classificeren geen doel op zichzelf. Het is een middel om meer kennis te
verwerven over de prevalentie (Het percentage van de bevolking dat op een bepaald moment
2