Hoofdstuk 1: paragraaf 1.2 t/m paragraaf 1.9 & hoofdstuk 2: paragraaf 2.1 t/m 2.3
Mensen brengen een groot deel van hun tijd door met werken in organisaties. De meeste mensen
werken zo’n dertig tot veertig jaar in een organisatie. Dit kunnen een liefdadigheidsstichting, een
verzekeringsmaatschappij, gemeenten, garage, de hogeschool, een strandtent, het theater, een
consultancybureau, de slagerij
Allerlei factoren hebben invloed op het gedrag van de mens in zijn organisatie: collega's,
leidinggevenden, manieren van belonen, de communicatie, de cultuur, de structuur.
De arbeids- en organisatiepsychologie houdt zich bezig met bovengenoemde factoren en de
bijbehorende sociale & psychologische processen die men in organisaties tegenkomt
Kortom: De arbeids- en organisatiepsychologie bestudeert hoe het werk en de organisatie invloed
hebben op het gedrag van de mens en andersom.
Veel verschillende termen worden gebruikt voor Arbeids en Organisatie Psychologie
Work Psychology
Industrial psychology
Organisational Psychology
Work and organisational Psychology
Personnel Psychology
Managerial Psychology
Daarbij horen: Organisational behaviour en HRM
Actuele ontwikkelingen in het A&O vlak
Recessie: Het is helaas al jaren crisis…
Duurzaamheid: thuis werken
Vergrijzing: extra zorglasten
Diversiteit: op velerlei manieren relevant
HNW: flexibele plekken, thuiswerken
Outsourcing: gedeeltes van taken laten uitvoeren door externen
Internationalisering: globalisering
Vrouwen in topfuncties: In het bedrijfsleven bestaan de raden van bestuur van de grootste
Europese beursgenoteerde ondernemingen voor bijna 89 procent uit mannen. De
ongelijkheid is het grootst aan de absolute top: in amper drie procent van die
ondernemingen is een vrouw de baas. Europese commissie: Meer vrouwen in topfuncties
sleutel tot economische groei volgens EU-rapport
Wat is een organisatie?
Een formeel en gestructureerd samenwerkingsverband van mensen die gemeenschappelijke doelen
nastreven
Uitleg adhv TP organisatie: uitstekend onderwijs verzorgen….docenten, klantenservice.
Formeel: statuten, cao of bijv. ingeschreven in kvk|
Gestructureerd: verschillende rollen/taakverdelingen
,Samenwerkingsverband: contact met elkaar
Gemeenschappelijk doel: TP bijv.. Onderwijs
Persoonlijkheid is karakteristiek voor individuen. De Big5 heeft een onderscheid gemaakt vanuit 16
trekken en daaruit 5 persoonlijkheidstype gemaakt.
1. Extraversie, expressieve stijl
2. Vriendelijk, interpersoonlijke stijl
3. Zorgvuldig, de werkstijl
4. Emotionele stabiliteit, emotionele stijl
5. Openheid voor ervaringen, intellectuele stijl
Attitude: onze evaluaties van mensen, voorwerpen en ideeën. Hoe ontstaan attitudes?
1. Op cognitie: Attitudes die voornamelijk gebaseerd is op iemands opvatting over de eigenschappen
van een attitudeobject.
2. Op affect: attitude die meer gebaseerd is op iemands gevoelens en normen dan op zijn of haar
opvattingen over de aard van een attitudeobject.
Gedragsintentie: de neiging om gedrag te vertonen door een attitude.
Cognitieve dissonantie: drijfveer of onaangenaam gevoel van spanning dat wordt veroorzaakt door
twee of meer onverenigbare cognities, in latere definities veroorzaakt door het feit dat men een
handeling begaat die in tegenspraak is met de gebruikelijke, karakteristieke positieve opvatting van
zichzelf.
Ruilrelatie: de relatie tussen werkgever en werknemer, waarbij de 1 zijn inspanning en
capaciteiten inzet en daar een salaris van de ander voor terug wil.
Het gevolg hiervan is de wederzijdse afhankelijkheid.
Wederzijdse afhankelijkheid is het gevolg van de ruil relatie is
wederzijdse afhankelijkheid: zonder goede medewerkers geen
goede resultaten, zonder werk geen geld en ook geen
voldoening.
De betrokkenheid van een medewerker hangt af van
verschillende factoren,
1. Rationele afweging, wat levert het me op?
2. Emotionele afweging, voel ik me prettig hier?
, Verschillende soorten betrokkenheid
1. Affectieve betrokkenheid
Het gevoel deel uit te maken van de organisatie. Dit is een emotionele afweging
2. Normatieve betrokkenheid
Het gevoel dat het niet fatsoenlijk is om de organisatie te verlaten, dit is een emotionele
afweging
3. Continuïtuietsbetrokkenheid
De overweging dat er zoveel in het werk geïnvesteerd is (opleiding, pensioenplan, promotie),
dat het moeilijk is om dit elders weer op te bouwen. Dit is een rationele afweging.
Een aantal factoren die de betrokkenheid bepalen zijn
1. Persoonskenmerken, hoe loyaal is het persoon
2. Rationele factoren, in welke mate je je gewaardeerd voelt
3. Aard van het werk
Werk tevredenheid of arbeidssatisfactie
Hoe plezierig mensen hun werk en werkomstandigheden ervaren, hangt samen met:
1. Kenmerken van het werk: Zijn het meest van belang
o saai/afwisselend
o Mate waarin het beroep doet op eigen mogelijkheden
o Mate van invloed op uitvoering van het werk
o Status van het werk
2. Aard van de sociale omgeving: zeker bij gevaarlijke beroepen
o Collega’s, leidinggevenden
o Al dan niet sociale steun
o Gevaar/emotionele betrokkenheid/werkdruk
3. Aard van de beloning
o In verhouding tot geleverde inspanning?
(zo ja, is er sprake van billijkheid, redelijke verhoudingen tussen inspanning en opbrengsten
Bedacht moet worden dat geen van deze aspecten op zichzelf staand, in deze hangen samen met de
organisatiestructuur, en de keuzes die gemaakt zijn voor de inrichting van de werkprocessen. Ook de
gegroeide organisatiecultuur speelt een rol.
Evenredige verdeling van de baten van een economische activiteit, in overeenstemming met
algemene regels van maatschappelijk belang
Ofwel de inspanning moet in verhouding staan tot wat het oplevert, de evenwicht theorie.