Vraag 1
1) Formele wet→ wet die tot stand is gekomen door de regering en de Staten-Generaal.
Art. 81 GW. Raad van State geeft advies over een wetsvoorstel (Art. 73 GW. jo. 17,
lid a sub a WRvS). Advies is niet bindend.
2) Amvb (‘groot’ Koninklijk besluit→ Algemene maatregel van bestuur is een besluit van
de regering waarin regels uit een wet verder worden uitgewerkt. (art. 89 lid 1 GW)
Wordt gemaakt bij Koninklijk besluit. Jo. 47→ getekend door minister of
staatssecretaris. De Raad van State geeft advies bij het maken van een formele wet
(art. 73 GW, jo. 17, lid 1 sub b)
3) ‘Klein’ koninklijk besluit (vaak besluit van benoeming of ontslag)→ besluit van de
regering wat zonder de Staten-generaal wordt genomen. Art. 47
4) Ministeriële regeling→ een door een minister vastgesteld algemeen bindend
voorschrift. Art. 2 lid 5
5) Provinciale verordeningen→ algemeen geldende regels in een provincie. Art 127
GW→ provinciale staten
6) Gemeentelijke verordening→ algemeen geldende regels van een gemeente. Art.
125→ gemeenteraad.
7) Waterschapsverordeningen→ 133, lid 2 GW. + WschW→ algemeen bestuur
Bij een extraparlementair kabinet kijk je niet vanuit partijen maar naar welke persoon
waarvoor geschikt is.
Vraag 2
a)
1) Kamer moet worden ontbonden na aanname wet in eerste lezing→ art. lid 3. jo art.
64 GW
2) art. 137, lid 4→ bij herziening van de GW kan de wet alleen worden aangenomen
wanneer ⅔ van de Kamer voor stemt.
3) Extra lezing na ontbinding tweede kamer (art. 137 lid 1 jo. lid 4)
b) Nadeel: Kloof tussen het rechtsbewustzijn en de geschreven tekst: niet flexibel en
tekst al snel niet meer “bij de tijd”
(Er kan een gat komen tussen wat er in de wet staat en wat er in de bevolking gebeurt (lang
process))
Voordeel: ruimte voor rechtszekerheid→ grondrechten zijn belangrijke fundamenten
van ons staatsrechtelijke systeem.
c) Art. 91 GW→ lid 3: Als een wet afwijkt van de Grondwet kunnen de kamers alleen
goedkeuring verlenen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
Vraag 3
vorm→ door welke organen is de norm vastgesteld (wet in formele zin)
a) Wet in materiële zin (gaat om inhoud)→ algemeen verbindend voorschrift.
1) Algemeen besluit→ onbepaalde groep (je moet aan criteria voldoen)
2) Herhaalde toepassing vatbaar
3) Burgers en overheidsinstanties binden
4) Grondslag nodig in (grond) wet
Wet in formele zin→ richt zich tot de vraag wie er betrokken was bij de
totstandkomingsprocedure(vorm)
1) Formele wet→ wet die tot stand is gekomen door de regering en de Staten-Generaal.
Art. 81 GW. Raad van State geeft advies over een wetsvoorstel (Art. 73 GW. jo. 17,
lid a sub a WRvS). Advies is niet bindend.
2) Amvb (‘groot’ Koninklijk besluit→ Algemene maatregel van bestuur is een besluit van
de regering waarin regels uit een wet verder worden uitgewerkt. (art. 89 lid 1 GW)
Wordt gemaakt bij Koninklijk besluit. Jo. 47→ getekend door minister of
staatssecretaris. De Raad van State geeft advies bij het maken van een formele wet
(art. 73 GW, jo. 17, lid 1 sub b)
3) ‘Klein’ koninklijk besluit (vaak besluit van benoeming of ontslag)→ besluit van de
regering wat zonder de Staten-generaal wordt genomen. Art. 47
4) Ministeriële regeling→ een door een minister vastgesteld algemeen bindend
voorschrift. Art. 2 lid 5
5) Provinciale verordeningen→ algemeen geldende regels in een provincie. Art 127
GW→ provinciale staten
6) Gemeentelijke verordening→ algemeen geldende regels van een gemeente. Art.
125→ gemeenteraad.
7) Waterschapsverordeningen→ 133, lid 2 GW. + WschW→ algemeen bestuur
Bij een extraparlementair kabinet kijk je niet vanuit partijen maar naar welke persoon
waarvoor geschikt is.
Vraag 2
a)
1) Kamer moet worden ontbonden na aanname wet in eerste lezing→ art. lid 3. jo art.
64 GW
2) art. 137, lid 4→ bij herziening van de GW kan de wet alleen worden aangenomen
wanneer ⅔ van de Kamer voor stemt.
3) Extra lezing na ontbinding tweede kamer (art. 137 lid 1 jo. lid 4)
b) Nadeel: Kloof tussen het rechtsbewustzijn en de geschreven tekst: niet flexibel en
tekst al snel niet meer “bij de tijd”
(Er kan een gat komen tussen wat er in de wet staat en wat er in de bevolking gebeurt (lang
process))
Voordeel: ruimte voor rechtszekerheid→ grondrechten zijn belangrijke fundamenten
van ons staatsrechtelijke systeem.
c) Art. 91 GW→ lid 3: Als een wet afwijkt van de Grondwet kunnen de kamers alleen
goedkeuring verlenen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
Vraag 3
vorm→ door welke organen is de norm vastgesteld (wet in formele zin)
a) Wet in materiële zin (gaat om inhoud)→ algemeen verbindend voorschrift.
1) Algemeen besluit→ onbepaalde groep (je moet aan criteria voldoen)
2) Herhaalde toepassing vatbaar
3) Burgers en overheidsinstanties binden
4) Grondslag nodig in (grond) wet
Wet in formele zin→ richt zich tot de vraag wie er betrokken was bij de
totstandkomingsprocedure(vorm)