12.1 kosten in relatie tot de productieomvang
We kunnen kosten op basis van de relatie met de productieomvang indelen in twee
hoofdgroepen, variabele en vaste kosten.
1. Variabele kosten veranderen als de productie varieert. de grondstoffen nemen toe als er
meer producten worden gemaakt.
2. Vaste kosten of constante kosten veranderen niet als de productie toe of af neemt. De
huurkosten van het pand, afschrijvingskosten zijn vaste kosten als de slijtage van het
duurzame productiemiddel ontstaat door tijdsverloop. Het is ook mogelijk dat ze variabel
zijn: wanneer de slijtage bepaald wordt door het gebruik dat er van gemaakt wordt, en
niet zo zeer door tijdsverloop.
De verhouding tussen variabele en vaste kosten is mede afhankelijk door de type
onderneming:
1. Handelsbedrijven hebben relatief veel variabele kosten omdat de inkoop van de
goederen variabele kosten oplevert.
2. Productiebedrijven hebben een groot percentage vaste kosten omdat de
productielijnen vaak vaste kosten opleveren.
3. Dienst leverende bedrijven hebben vaak meer vaste kosten er is weinig inkoop en de
duurzame productiemiddelen of de werknemers zorgen normaliter voor vaste kosten.
Kosten binnen een onderneming kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld:
1. De wijze waarop kosten reageren op een verandering in de productieomvang (vast en
variabel)
2. De relatie tussen het ontstaan van de kosten en een bepaald product (direct en indirect)
3. De verdeling van de kosten naar de functies binnen de organisatie (Verkoopkosten,
productiekosten, etc.)
4. De aard van de productiemiddelen (kosten van arbeid, kosten van grond, etc.)
12.2 Variabele kosten
Variabele kosten veranderen als de productie varieert. er zijn vier soorten variabele kosten:
1. Proportioneel variabele kosten: variabele kosten per stuk blijven gelijk
2. Degressief variabele kosten: variabele kosten per stuk nemen af
3. Progressief variabele kosten: variabele kosten per stuk nemen toe
4. Trapsgewijs variabele kosten: variabele kosten nemen trapsgewijs toe
12.3 Vaste kosten
• Vaste kosten of constante kosten veranderen niet als de productie toe of af neemt (ze
kunnen niet op korte termijn veranderen).
• Vaste kosten kunnen wel door de volgende oorzaken veranderen: als halerwege het jaar
de huur van het bedrijfspand verhoogd word. Omdat de hoogte van de
productiecapaciteit bepalend is voor de vaste kosten worden ze ook wel
capaciteitskosten genoemd. Bij een daling van de productie kan de capaciteit niet
1
, onmiddellijk aan de geringe behoefte worden aangepast, waardoor de kosten op
hetzelfde niveau blijven.
• Kosten zijn alleen echt vast als het productieniveau niet boven de grens uitkomt waarbij
extra capaciteit benodigd is en niet onder de grens uitkomst waarbij capaciteit
afgesloten kan worden. Dit heet het relevant production range.
12.5 Break-evenpunt en veiligheidsmarge
Break-even: wanneer een onderneming break-even draait zijn de kosten gelijk aan de
opbrengsten. De onderneming maakt dan winst noch verlies. Dit is het geval wanneer de
constante kosten gelijk zijn aan de dekkingsbijdrage.
Break-even afzet= Totale vaste kosten
( verkoopprijs-variabele kosten per stuk)
Break-even omzet= break-even afzet x verkoopprijs
Winstdoelstelling= totale vaste kosten + te behalen winst
(verkoopprijs – variabele kosten per stuk)
De dekkingsbijdrage is het verschil tussen de omzet en de totale variabele kosten of de
verkoopprijs en de variabele kosten per stuk. Dit bedrag is beschikbaar ter dekking van de vaste
kosten.
Dekkingsbijdrage= omzet – variabele kosten
Met behulp van een break-even analyse kan veelal een antwoord worden verkregen op vragen
zoals:
• Welke gevolgen heeft een wijziging van de verkoopprijs?
• Wat is de invloed van een toename van de vaste kosten?
• Welke consequenties heeft een andere productie methode?
• Hoe groot moet de afzet zijn om een bepaalde winst te realiseren?
De veiligheidsmarge is het percentage waarmee de huidige afzet of omzet maximaal mag
afnemen opdat nog juist geen verlies wordt geleden.
Veiligheidsmarge= begrote omzet- break even omzet x100%
Begrote omzet
( in plaats van omzet kan ook afzet ingevuld worden)
2
, Hoofdstuk 13 Kostenprijscalculatie
13.1 Totale kosten en kosten per eenheid
Totale kosten= Vaste kosten+ (Variabele kosten per eenheid x Aantal producten)
• Wanneer 3 van de bovenstaande 4 componenten bekend zijn, kan de ontbrekende
worden berekend.
Er zijn twee mogelijke uitwerkingen met betrekking tot het verkrijgen van een kostprijs. Bij
absorption costing wordt een kostprijs berekend die zowel de variabele als de vaste
productiekoten omvat. Alle productiekosten worden verwerkt als product costs. De vaste kosten
worden daarbij verdeeld over een van te voren vastgestelde productieomvang, het production
denominator level. Bij direct costing worden alleen de variabele productiekosten in de
kostprijsberekening meegenomen. De vaste kosten worden niet verwerkt als product costs,
maar als period costs: ze worden ten laste van het resultaat gebracht in de periode waarin ze
ontstaan.
13.2 Absorption costing
Bepalen van een intergrale kostprijs waarin zowel de vaste als variabele kosten verwerkt zijn.
Indien de variabele kosten geheel proportioneel zijn en dus een vast bedrag vormen
onafhankelijk van de hoogte van de productie kan bovenstaande formule herschreven worden:
Het kan voorkomen dat de werkelijke bezetting afwijkt van de normale bezetting. In dat geval is
er sprake van een bezettingsresultaat.
Bezettingsresultaat= het verschil tussen de totale vaste kosten in een periode en de kostprijs
van de productie doorberekende vaste kosten.
• Som = ((verwachte) werkelijke bezetting- normale bezetting) x in de kostprijs opgenomen
tarief voor de vaste kosten.
• Som bezettingsgraad in % = Werkelijke bezetting x100%
Beschikbare capaciteit
• Wanneer de (verwachte) werkelijke bezetting groter is dan de normale bezetting ontstaat
er een positief bezettingsresultaat (overbezettingswinst). Wanneer de (verwachte)
werkelijke bezetting kleiner is dan de normale bezetting ontstaat er een negatief
bezettingsresultaat (onderbezettingsverlies).
Het kan voorkomen dat de werkelijke verkoop omvang afwijkt van de normale omvang. In dat
geval is er sprake van een transactieresultaat. Dit wordt als volgt berekend:
• Verkoopresultaat (Transactieresultaat): Afzet x ( verkoopprijs – Kostprijs)
3