, 1. Bestuursrecht
Het bestuursrecht gaat over de regels die bepalen hoe de overheid mag ingrijpen in de
samenleving. Een bestuursorgaan mag niet zomaar iets doen. Er moet altijd een wet zijn die
dit mogelijk maakt. Dit heet het legaliteitsbeginsel. Daarnaast moet het bestuur altijd
zorgvuldig afwegen welke belangen een rol spelen voordat er een besluit wordt genomen.
Het legaliteitsbeginsel
Dit beginsel betekent dat de overheid alleen mag handelen als er een wettelijke basis is.
Zonder een duidelijke wet mag er geen ingreep plaatsvinden. Dit is belangrijk omdat het
voorkomt dat de overheid willekeurig handelt. Het geeft burgers de zekerheid dat besluiten
altijd terug te voeren zijn op democratisch vastgestelde regels.
Voorbeelden zijn te vinden in de Grondwet, zoals het recht op rechtsbijstand (art. 18) en het
recht op sociale zekerheid (art. 20).
Het specialiteitsbeginsel
De wet geeft bestuursorganen specifieke bevoegdheden om een bepaald doel te bereiken. Zij
mogen deze bevoegdheden alleen inzetten voor dat doel, en niet voor iets anders. In art. 3:4
van de Awb staat dat een bestuursorgaan de belangen moet afwegen die rechtstreeks bij een
besluit zijn betrokken. Als de wet een duidelijke beperking aangeeft, moet het orgaan zich
daaraan houden.
In de praktijk betekent dit dat bestuursorganen vaak te maken krijgen met meerdere wetten
tegelijk. Dit noemen we gelede normstelling. Dat kan verticaal zijn (regels op verschillende
bestuursniveaus, zoals gemeente, provincie en rijksoverheid), of horizontaal (meerdere wetten
tegelijk die op dezelfde situatie van toepassing zijn). Wanneer regels botsen, geldt dat hogere
regels voorrang hebben op lagere regels.
2. De verhouding tussen de Awb en andere wetten
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt de basis van het bestuursrecht.
Binnen de Awb bestaan verschillende soorten regels:
Dwingend recht: hiervan mag nooit worden afgeweken, zoals de termijn van zes
weken voor bezwaar en beroep (art. 6:7 Awb).
Regelend recht: dit zijn standaardregels waar lagere wetgeving vanaf mag wijken,
bijvoorbeeld over de vorm waarin een aanvraag wordt ingediend.
Aanvullend recht: dit geldt alleen als er in lagere wetgeving niets geregeld is.
Facultatief recht: dit geldt alleen als een ander bestuursorgaan of wetgever ervoor
kiest deze regels toe te passen, zoals bij de uniforme openbare
voorbereidingsprocedure (art. 3:10 Awb).