Hoofdstuk 8: Goederenrecht
Bij verbintenissenrecht wordt er gesproken van persoonlijke of relatieve vermogensrechten. In het
goederenrecht staat de rechtsbetrekking tussen een persoon en een goed centraal. Hier wordt
gesproken van absolute vermogensrechten.
Goederen zijn:
- Zaken = Zaken zijn voor menselijke beheersing vatbare, stoffelijke objecten.
- Vermogensrechten = Op geld waardeerbare rechten die een persoon heeft. Vermogensrecht is
overdraagbaar. (vorderingsrecht)
8.3
Verschillende posities:
- Bezitter = Het houden van een goed voor zichzelf
- Bezitter niet eigenaar
- te goeder trouw of = Niet wetende dat iets gesloten is
- niet te goeder trouw = Als je iets steelt.
- Houder (detentor) = Het houden van een goed voor een ander
Bij vermogensrechten kan je geen eigenaar worden, dan ben je rechthebbende. Je kunt alleen
eigenaar zijn van zaken en niet van rechten.
8.4
Hoofdzaken en bijzaken:
- Al hetgeen volgens verkeersopvattingen onderdeel van een zaak uitmaakt is het bestanddeel van
die zaak.
- Als het niet kan worden gescheiden van de hoofdzaak zonder schade aan te richten wordt het
bestanddeel van de hoofdzaak.
Een bestanddeel is geen zelfstandige zaak in het recht.
8.5
Zaken worden onderverdeeld in:
- Onroerende goederen = De grond en alles daarmee duurzaam verbonden
- Roerende goederen = Alle zaken die niet onroerend zijn
Registergoederen = Waar inschrijving of overdracht noodzakelijk is. Alle onroerende zaken zijn
registergoederen.
Niet-registergoederen = Waar geen inschrijving niet is vereist.