Hoofdstuk 8 het beïnvloeden van gedrag
Intervention mapping: een door gezondheidswetenschappers ontwikkeld
stappenplan om een beïnvloedings- of verandertraject uit te zetten
Volgende stappen zetten om van het startpunt (de vraag) naar de
eindbestemming (een concrete interventie) te komen:
1. Probleemanalyse; inventariseer behoeften, kenmerken van de
situatie, de doelgroep, het gedrag van de doelgroep enzovoort.
Breng belanghebbenden (mensen die betrokken zijn bij de situatie)
in beeld en specificeer hun belangen. Maak hierbij gebruik van
inzichten uit de wetenschappelijke literatuur
2. Het formuleren van een doelstelling (SMART); specificeer de
doelstelling, bij voorkeur SMART. Stel eventueel subdoelen op
3. Het zoeken van theorieën, modellen, methoden en technieken; zoek
in wetenschappelijke literatuur naar theorieën en modellen die van
toepassing zijn op het gedrag dat beïnvloed wordt. Welke
determinanten bepalen het gedrag nu? Welke determinanten
bepalen het gewenste gedrag? Kijk of er concrete methoden en
technieken ontwikkeld zijn om het ‘probleem’ te verhelpen. Maak
hierbij ook gebruik van verkrijgbare informatie van instellingen die
zich met dergelijk gedrag bezig hebben gehouden. Hierbij kun je
denken aan kennisinstellingen, bijvoorbeeld lectoraten van
hogescholen, of onderzoeksgroepen van universiteiten. Denk ook
aan instituten als het Nederlands jeugdinstituut (NJi)
4. Het ontwerpen en testen van (delen van) het programma; op basis
van de gegevens uit de vorige stappen, kan nu een programma
ontworpen worden. Test (delen van) het programma als je
onderdelen verandert ten opzichte vna wat er in de literatuur staat
en/of als je zelf een interventie-onderdeel moet bedenken. Maak een
goede planning, beschrijf wat voor materiaal er nodig is en wie wat
gaat doen. Stel ook een evaluatieplan op (Wanneer heeft deze
interventie gewerkt en hoe kunnen we dat meten? Wanneer en hoe
vindt de evaluatie van het proces zoals dat gegaan is plaats?)
5. Het implementeren van het programma; uitvoering van het
programma. Monitor hoe het programma uitgevoerd wordt (zowel
inhoudelijk als het proces)
6. Het evalueren van het programma; voer zowel een effectevaluatie
(‘Heeft deze interventie gewerkt?’) als een procesevaluatie uit (‘Hoe
is het gegaan?’, ‘Waren er problemen en zo ja, hoe kunnen die de
volgende keer voorkomen worden?’, Hoe vonden we de betrokken de
implementatie verlopen?’, enzovoort)