1 - Introductie en kernbegrippen
Organisaties en organisatieveranderingen (Mooijman et al.) en H1&2 Organization Theory and
Literatuur Design (Draft et al.)
Introductie
Organisatie
Stakeholders en omgevingsinvloeden
Kenmerken van organisaties
Uitdagingen voor organisaties
Type organisaties
Waarom zijn organisaties belangrijk en relevant?
Perspectieven van organisaties
Open & gesloten systeem
5 Kerndelen van de organisatie
Dimensies organisatieontwerp
Formeel & informeel leren
Introductie
Leren in organisaties door professionals vindt plaats op drie niveaus:
Individu: Een medewerker.
Team: Bv alle docenten op één school die hetzelfde vak geven.
Organisatie: Bv alle medewerkers van één school.
Er wordt geleerd in, van en tussen organisaties.
Levenslang leren - Leren door professionals is levenslang leren. Het heeft betrekking op ‘alle leeractiviteiten die
gedurende het hele leven worden ondernomen, met als doel kennis, vaardigheden en competenties te verbeteren
binnen een persoonlijk, maatschappelijk, sociaal en/of arbeidsgerelateerd perspectief’.
Organisatie
Organisatie - Sociale entiteiten die doelgericht zijn en ontworpen als doelbewuste, gestructureerde en
gecoördineerde activiteitensystemen. Ze zijn verbonden met de externe omgeving.
Sociale entiteit: Mensen met verschillende ideeën over de toekomst van de organisatie, maar ook verlangens
van de organisatie kunnen negeren.
Doelgericht: Organisaties streven naar het behalen van doelen op een efficiënte manier, bv met zo min
mogelijk kosten of moeite. Niet iedereen binnen de organisatie hoeft hetzelfde doel te hebben.
Bewust, gestructureerd en gecoördineerd activiteitensysteem: Werkverdelingen zijn vastgelegd en
beschrijven welke procedures moeten gebeuren en hoe. De praktijk kan afwijken door overtuigingen van
medewerkers en de cultuur.
Verbonden met externe omgeving: De organisatie wordt beïnvloed door de omgeving en past zich aan aan
externe factoren uit deze omgeving.
Kenmerken organisaties:
Lastig te observeren, het is een abstracte term.
Hebben gemeenschappelijke kenmerken.
1 - Introductie en kernbegrippen 1
, Zijn ook divers qua samenstelling en omstandigheden waaronder zij werken.
Verschillende organisaties zijn niet te begrijpen met één uniform model.
Organiseren - Het complexe proces waarbij organisaties waarde creëren door middelen samen te brengen en
hiervan goederen en diensten produceren die consumenten afnemen.
Stakeholders en omgevingsinvloeden
Organisaties en organisatieveranderingen (Mooijman et al.)
Samenleving - De bredere context waarin organisaties opereren, bestaande uit stakeholders en
omgevingsinvloeden.
Stakeholders - Partijen met een specifiek belang bij de organisatie die direct invloed uitoefenen. Het zijn vaak
mensen die producten en diensten afnemen of leveren. Ze stellen dan randvoorwaarden waaraan de producten of
diensten aan moeten voldoen.
Afnemers, leveranciers, concurrentie, vermogensverschaffers, werknemers,
belangenbehartigingsorganisaties, overheidsinstellingen, media.
Belangenbehartigingsorganisaties - Organisaties die de belangen van een bepaalde groep mensen
behartigen, zoals werknemers- en werkgeversorganisaties.
Omgevingsinvloeden/factoren - Factoren die de organisatie indirect en in beperkte mate beïnvloeden.
Milieu: Duurzaamheid en ecologische impact.
Demografische: Bevolkingsomvang, -groei en -samenstelling.
Maatschappelijke: Trends en sociale ontwikkelingen.
Politieke: Wetgeving en regelgeving. Bepaald economische factoren.
Economische: Gemiddeld inkomen van consumenten.
Technologische: Innovaties en digitalisering.
Kenmerken van organisaties
H1 What are Organizations (Draft et al.)
Uitdagingen voor organisaties
Globalisering: Steeds meer organisaties werken internationaal samen of hebben afdelingen in verschillende
landen. Dit doen ze om te kunnen profiteren van specifieke expertise of lagere kosten. Communicatie gaat
1 - Introductie en kernbegrippen 2
, hierdoor alleen lastiger. Ook moet alles dan in het Engels.
Ethisch handelen en sociale verantwoordelijkheid nemen: Er wordt verwacht van organisaties dat ze
duurzaam zijn en maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Responsiviteit: De organisatie moet wendbaar zijn en snel kunnen handelen als de omgeving verandert.
Digitaal werken: Organisaties moeten leren werken met online tools en platformen. En doordat de inkopen en
verkopen gemakkelijk online kunnen, zijn er minder tussenpersonen nodig waardoor banen verloren gaan.
Diversiteit: Er zijn verschillende werkmethodes en culturen binnen de organisatie.
Type organisaties
Grote multinationals: Grote bedrijven met gestandaardiseerde processen. Het is belangrijk dat de kwaliteit van
de producten constant zijn en de werkprocessen gestandaardiseerd zijn.
Bv: McDonalds.
Kleine familiebedrijven: Informele structuur en het opvolgingsvraagstuk is belangrijk.
Organisaties gericht op diensten
Bv: Ziekenhuis, onderwijsinstellingen, bank, vervoerders..
Organisaties gericht op producten
Commercieel: Gericht op omzet maken en het tevreden houden van aandeelhouders zodat zij blijven
investeren.
Non-profit, publieke sector: Gericht op niet-betalende klanten of beperkt betalend. De kosten zijn zo laag
mogelijk en de organisatie is vaak afhankelijk van fondsen en donaties.
Bv: Zorg, onderwijs.
Waarom zijn organisaties belangrijk en relevant?
Waarom belangrijk?
Organisaties zijn belangrijk doordat individuen of kleine groepen bepaalde doelen niet zelf kunnen bereiken en
met een organisatie wel.
Waarom relevant?
Samenbrengen van middelen om gewenste doelen en resultaat te behalen.
Produceren van goederen en diensten.
Faciliteren van innovatie.
Benutten van moderne productiewijzen, diensten en informatietechnologie.
Aanpassen en beïnvloeden van een veranderende omgeving.
Waarde creëren.
Adresseren van continue uitdagingen.
Perspectieven van organisaties
H2 Perspectives on Organizations (Draft et al.)
Open & gesloten systeem
Managers, medewerkers en stakeholders geven betekenis aan de organisatie. Doordat ze allemaal de organisatie
op een andere manier kennen, hebben ze verschillende perspectieven. Voor adviseurs is het belangrijk om goed
naar deze verschillende perspectieven te luisteren zonder oordeel.
Verschillende perspectieven:
1 - Introductie en kernbegrippen 3
, Gesloten systeem - De focus ligt op de organisatie zelf, zonder of met weinig invloed van de omgeving. Het is
gericht op interne optimalisatie en effectiviteit in plaats van het aanpassen aan de omgeving. Het gesloten
systeem is een traditioneel perspectief en komt vrijwel niet voor.
Open systeem - De grenzen tussen de organisatie en omgeving zijn doorlaatbaar. Stakeholders zijn betrokken en
de organisatie past zich aan aan de omgeving. In een open systeem is veel transformatie.
Transformatie - Aan input (grondstoffen, mensen, informatie en financiële bronnen) waarde toevoegen.
Subsystemen (processen) binnen een open systeem:
Grensoverschrijding: Uitwisseling met de externe omgeving.
Instandhouding: Soepel laten draaien van de organisatie.
Aanpassing: Organisatieverandering.
Management: Coördinatie en aansturing van bovenstaande processen.
5 Kerndelen van de organisatie
Organisatiestructuur - Bepaalt op welke wijze werk, taken en verantwoordelijkheden worden verdeeld en hoe
deze met elkaar samenhangen.
Vijf basisonderdelen:
Technische/operationele/uitvoerende kern (operating core): De werkvloer waar de medewerkers de primaire
processen regelen.
Bv school: Docenten.
Bv supermarkt: Vakkenvullers.
Middenmanagement/middenkader (middle line): Houdt toezicht op de operationele kern.
Bv school: Coördinator vwo, sectieleider van het vak wiskunde.
Bv supermarkt: Vulploegleiders.
Strategische top/technostructuur (strategic apex): Neemt besluiten en geeft richting aan de organisatie.
Houdt toezicht op zowel de technische kern als het middenmanagement.
Bv school: Directeur.
Bv supermarkt: Supermarktmanager.
Technische staf (technostructure): Focust zich op het standaardiseren en in stand houden van de
organisatiestructuur. Ze helpen de operationele kern direct.
Bv school: Roostermakers, ICT specialisten.
Bv supermarktketen: Planners, ingenieurs van supermarktapp, beleidsafdelingen, HR.
Ondersteunende staf (support staff): Ondersteunt de organisatie indirect.
Bv: Schoonmakers, conciërges, catering, onderhoud, afdeling personeelszaken, communicatieafdeling.
Lijnstructuur - De operationele kern, het middenmanagement en de strategische top. De technische staf en
ondersteunende staf staan lost van de lijnstructuur.
1 - Introductie en kernbegrippen 4