✏️
1 - Inleiding: Wat is wetenschap?
Introductie
Kenmerken wetenschap
Wetenschappelijke paradigma’s
Paradigma 1: Empirisch-analytische benadering
Paradigma 2: Interpretatieve benadering
Paradigma 3: Kritisch-emancipatoire benadering
Introductie
Deze cursus is opgedeeld in twee delen: de eerste vier weken gaan over wetenschapsfilosofie en de andere vier
gaan over onderwijsgeschiedenis.
Voorbeeld verschil:
Wetenschapsfilosofie: Hoe weten we of de busopstelling goed is (en waarvoor)? En kunnen we dat weten?
Onderwijsgeschiedenis: Waar komt die busopstelling vandaan?
Typische vragen over onderwijs waarop we in dit vak ingaan:
Wetenschapsfilosofie:
Wat is er eigenlijk zo speciaal aan de wetenschap?
Wat is een wetenschapper?
Wat is wetenschap?
Kun je onderwijs wetenschappelijk onderzoeken?
Onderwijsgeschiedenis:
Hoe is onderwijs ontstaan?
Wat was en is het doel van onderwijs?
Hoe is onderwijs door de tijd heen veranderd?
Hoe zagen scholen er vroeger uit?
Theorie - Een samenhangend geheel van uitspraken over de werkelijkheid.
Kenmerken wetenschap
H1 Benaderingen van wetenschappelijk onderzoek (Tijmstra en Boeije)
Iets is wetenschappelijk als de onderzoeker eerlijk is, twijfelt aan zijn eigen uitkomsten en onderzoek, en de
volledige resultaten laat zien dus niets achterhoudt. Dus eerlijk, onzeker en transparant.
Wetenschap heeft drie belangrijke kenmerken:
1. Streven naar kennis: Het doel hiervan is om patronen in de werkelijkheid te ontdekken en deze weer te geven
in de vorm van een theorie.
Dit kenmerk komt overeen met religie, omdat ze hier ook uitgaan van een samenhangend geheel van
uitspraken over de werkelijkheid.
1 - Inleiding: Wat is wetenschap? 1
, 2. Empirisch: Wetenschappelijke uitspraken zijn gebaseerd op empirische uitspraken, dus op basis van
waarnemingen.
Dit geld niet bij alle vormen van wetenschap, zoals bij wiskunde.
3. Systematische benadering: Het wetenschappelijk onderzoek wordt volgens strikte wetenschappelijke
standaarden gedaan die ervoor moeten zorgen dat de wetenschap zich kan ontwikkelen en dat
wetenschappelijke kennis zo min mogelijk wordt verteld door persoonlijke voorkeuren of overtuigingen.
Een voorbeeld van een regel is de eis dat het onderzoek herhaald moet kunnen worden.
Wetenschap vs. religie:
Wetenschap onderscheid zich van religie doordat het empirisch is en een systematische benadering heeft.
Het streven naar kennis hebben ze gemeenschappelijk.
Wetenschap vs. pseudowetenschap:
Wetenschap onderscheid zich van pseudowetenschap doordat onderzoek volgens strikte standaarden wordt
uitgevoerd.
Pseudowetenschap - Vakgebieden die de pretentie hebben wetenschappelijke standaarden na te streven,
maar toch tekortschieten in het gebruik van systematische methoden om wetenschappelijk te mogen
heten.
Wetenschappelijke paradigma’s
Wetenschappelijk paradigma - Denkkaders. Een door een groep wetenschappers gedeelde opvatting over wat
wetenschap is, waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen en op welke manier wetenschap bedreven
dient te worden.
De manieren waarop wetenschappers onderzoek aanpakken worden deels bepaald door het beeld dat zij hebben
van de sociale werkelijkheid: hun ideeën over de sociale structuren die in de werkelijkheid aanwezig zijn en die
een rol spelen in het leven van mensen in samenlevingen.
Drie paradigma’s:
1. Empirisch-analytische benadering: Methodes van de natuurwetenschappen worden toegepast binnen de
sociale wetenschappen.
2. Interpretatieve benadering: Begrip van menselijk gedrag staat centraal, niet alleen verklaring.
3. Kritisch-emancipatoire benadering: Onderzoek moet bijdragen aan maatschappelijke verandering en
bevrijding van ondergedrukte groepen.
Twee filosofische fundamenten vormen de grondslagen van de paradigma’s:
Ontologie - De studie van dingen die bestaan. Dit betreft opvattingen over hoe de sociale werkelijkheid is
opgebouwd en of mensen dit kunnen beïnvloeden.
Epistemologie - De kennisleer. Dit betreft opvattingen over hoe we kennis over de werkelijkheid kunnen
opdoen.
Paradigma 1: Empirisch-analytische benadering
Dit paradigma is sterk beïnvloed door de natuurwetenschappen en probeert dezelfde methodologische principes
toe te passen binnen de sociale wetenschappen.
Het is ontstaan uit het positivisme en het empirisme.
De nadruk ligt op herhaalbaarheid, controleerbaarheid en objectiviteit.
Intersubjectiviteit - Het streven naar subjectieve overeenstemming door elkaars onderzoek te herhalen.
1 - Inleiding: Wat is wetenschap? 2
, Onderzoek wordt uitgevoerd met experimenten en enquêtes. Hierbij is het belangrijk dat de onderzoeker veel
controle heeft over de onderzoekssituatie.
Resultaten worden in cijfers uitgedrukt.
Paradigma 2: Interpretatieve benadering
Begrip van menselijk gedrag staat centraal, niet alleen verklaring. Onderzoekers proberen de wereld te begrijpen
vanuit het perspectief van de onderzochten (eerstepersoonsperspectief).
De empirische-analytische benadering beschrijft wel verbanden, maar mist begrip waarom iets gebeurt. Dat
wordt in dit paradigma beter gedaan.
Paradigma 3: Kritisch-emancipatoire benadering
Onderzoek moet bijdragen aan maatschappelijke verandering en bevrijding van onderdrukte groepen.
Doelgroepen zijn de arbeidsklasse, vrouwen, etnische en seksuele minderheden.
1 - Inleiding: Wat is wetenschap? 3
, ✏️
2 - Fundamenten van de wetenschap
Positivisme
Misvattingen over positivisme
Logisch positivisme
Falsificatie
Foundationalisme
Problemen met positivisme
Context of discovery & justification
Positivisme
Positivisme - De filosofische opvatting dat ware kennis alleen kan komen uit directe zintuiglijke ervaring en
logisch denken. Er moet dus bewijs zijn voordat iets kan worden aangenomen als de waarheid. Dit bewijs is in de
vorm van objectieve feiten en logische analyses. Auguste Comte was de grondlegger. Alles wat niet toetsbaar is,
is onzin.
Postpositivisme - Ontstond nadat het positivisme werd bekritiseerd. Het is een aanvullende benadering.
Postpositivisten geloven nog steeds in het belang van goed en nauwkeurig onderzoek, maar ze erkennen dat
volledige objectiviteit onmogelijk is.
Ze zijn zich bewust van menselijke faalbaarheid: we kunnen ons vergissen en onze kennis is nooit absoluut
zeker.
Objectieve waarneming garandeert geen ware waarneming.
Het is belangrijk om verder te gaan dan eigen overtuigingen en te streven naar kennis die door degelijk
onderzoek tot stand komt en waarschijnlijk waar is.
Er is geen vaste kennisbasis.
Accepteren van fallibilisme.
Fallibilisme - Elke hypothese die je hebt kan fout zijn, maar het is het beste wat je op dit moment hebt.
Accepteren dat je het fout kan hebben. Alle theorieën zijn voorlopig en kunnen weerlegd worden.
Kennis als conjectuur. Elke theorie is tijdelijk.
Conjectuur - Het kan op korte termijn veranderen.
Meerdere bronnen voor kennis en geen ervan heeft autoriteit.
Regulatief ideaal - Een richtlijn die onderzoekers motiveert om steeds betere kennis na te jagen, ondanks de
wetenschap dat volledige zekerheid nooit haalbaar is.
Feynman:
Science is the belief in the ignorance of experts (wetenschap is het geloof in de onwetendheid van experts).
Een goede wetenschapper twijfelt aan het onderzoek van andere wetenschappers.
Je moet bewijs leveren.
John Dewey: We moeten niet spreken over ‘waarheid’, maar over warranted assertibility.
Warrented assertibility - Overtuigingen die zo goed onderbouwd zijn dat we er redelijkerwijs op kunnen
vertrouwen.
2 - Fundamenten van de wetenschap 1
1 - Inleiding: Wat is wetenschap?
Introductie
Kenmerken wetenschap
Wetenschappelijke paradigma’s
Paradigma 1: Empirisch-analytische benadering
Paradigma 2: Interpretatieve benadering
Paradigma 3: Kritisch-emancipatoire benadering
Introductie
Deze cursus is opgedeeld in twee delen: de eerste vier weken gaan over wetenschapsfilosofie en de andere vier
gaan over onderwijsgeschiedenis.
Voorbeeld verschil:
Wetenschapsfilosofie: Hoe weten we of de busopstelling goed is (en waarvoor)? En kunnen we dat weten?
Onderwijsgeschiedenis: Waar komt die busopstelling vandaan?
Typische vragen over onderwijs waarop we in dit vak ingaan:
Wetenschapsfilosofie:
Wat is er eigenlijk zo speciaal aan de wetenschap?
Wat is een wetenschapper?
Wat is wetenschap?
Kun je onderwijs wetenschappelijk onderzoeken?
Onderwijsgeschiedenis:
Hoe is onderwijs ontstaan?
Wat was en is het doel van onderwijs?
Hoe is onderwijs door de tijd heen veranderd?
Hoe zagen scholen er vroeger uit?
Theorie - Een samenhangend geheel van uitspraken over de werkelijkheid.
Kenmerken wetenschap
H1 Benaderingen van wetenschappelijk onderzoek (Tijmstra en Boeije)
Iets is wetenschappelijk als de onderzoeker eerlijk is, twijfelt aan zijn eigen uitkomsten en onderzoek, en de
volledige resultaten laat zien dus niets achterhoudt. Dus eerlijk, onzeker en transparant.
Wetenschap heeft drie belangrijke kenmerken:
1. Streven naar kennis: Het doel hiervan is om patronen in de werkelijkheid te ontdekken en deze weer te geven
in de vorm van een theorie.
Dit kenmerk komt overeen met religie, omdat ze hier ook uitgaan van een samenhangend geheel van
uitspraken over de werkelijkheid.
1 - Inleiding: Wat is wetenschap? 1
, 2. Empirisch: Wetenschappelijke uitspraken zijn gebaseerd op empirische uitspraken, dus op basis van
waarnemingen.
Dit geld niet bij alle vormen van wetenschap, zoals bij wiskunde.
3. Systematische benadering: Het wetenschappelijk onderzoek wordt volgens strikte wetenschappelijke
standaarden gedaan die ervoor moeten zorgen dat de wetenschap zich kan ontwikkelen en dat
wetenschappelijke kennis zo min mogelijk wordt verteld door persoonlijke voorkeuren of overtuigingen.
Een voorbeeld van een regel is de eis dat het onderzoek herhaald moet kunnen worden.
Wetenschap vs. religie:
Wetenschap onderscheid zich van religie doordat het empirisch is en een systematische benadering heeft.
Het streven naar kennis hebben ze gemeenschappelijk.
Wetenschap vs. pseudowetenschap:
Wetenschap onderscheid zich van pseudowetenschap doordat onderzoek volgens strikte standaarden wordt
uitgevoerd.
Pseudowetenschap - Vakgebieden die de pretentie hebben wetenschappelijke standaarden na te streven,
maar toch tekortschieten in het gebruik van systematische methoden om wetenschappelijk te mogen
heten.
Wetenschappelijke paradigma’s
Wetenschappelijk paradigma - Denkkaders. Een door een groep wetenschappers gedeelde opvatting over wat
wetenschap is, waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen en op welke manier wetenschap bedreven
dient te worden.
De manieren waarop wetenschappers onderzoek aanpakken worden deels bepaald door het beeld dat zij hebben
van de sociale werkelijkheid: hun ideeën over de sociale structuren die in de werkelijkheid aanwezig zijn en die
een rol spelen in het leven van mensen in samenlevingen.
Drie paradigma’s:
1. Empirisch-analytische benadering: Methodes van de natuurwetenschappen worden toegepast binnen de
sociale wetenschappen.
2. Interpretatieve benadering: Begrip van menselijk gedrag staat centraal, niet alleen verklaring.
3. Kritisch-emancipatoire benadering: Onderzoek moet bijdragen aan maatschappelijke verandering en
bevrijding van ondergedrukte groepen.
Twee filosofische fundamenten vormen de grondslagen van de paradigma’s:
Ontologie - De studie van dingen die bestaan. Dit betreft opvattingen over hoe de sociale werkelijkheid is
opgebouwd en of mensen dit kunnen beïnvloeden.
Epistemologie - De kennisleer. Dit betreft opvattingen over hoe we kennis over de werkelijkheid kunnen
opdoen.
Paradigma 1: Empirisch-analytische benadering
Dit paradigma is sterk beïnvloed door de natuurwetenschappen en probeert dezelfde methodologische principes
toe te passen binnen de sociale wetenschappen.
Het is ontstaan uit het positivisme en het empirisme.
De nadruk ligt op herhaalbaarheid, controleerbaarheid en objectiviteit.
Intersubjectiviteit - Het streven naar subjectieve overeenstemming door elkaars onderzoek te herhalen.
1 - Inleiding: Wat is wetenschap? 2
, Onderzoek wordt uitgevoerd met experimenten en enquêtes. Hierbij is het belangrijk dat de onderzoeker veel
controle heeft over de onderzoekssituatie.
Resultaten worden in cijfers uitgedrukt.
Paradigma 2: Interpretatieve benadering
Begrip van menselijk gedrag staat centraal, niet alleen verklaring. Onderzoekers proberen de wereld te begrijpen
vanuit het perspectief van de onderzochten (eerstepersoonsperspectief).
De empirische-analytische benadering beschrijft wel verbanden, maar mist begrip waarom iets gebeurt. Dat
wordt in dit paradigma beter gedaan.
Paradigma 3: Kritisch-emancipatoire benadering
Onderzoek moet bijdragen aan maatschappelijke verandering en bevrijding van onderdrukte groepen.
Doelgroepen zijn de arbeidsklasse, vrouwen, etnische en seksuele minderheden.
1 - Inleiding: Wat is wetenschap? 3
, ✏️
2 - Fundamenten van de wetenschap
Positivisme
Misvattingen over positivisme
Logisch positivisme
Falsificatie
Foundationalisme
Problemen met positivisme
Context of discovery & justification
Positivisme
Positivisme - De filosofische opvatting dat ware kennis alleen kan komen uit directe zintuiglijke ervaring en
logisch denken. Er moet dus bewijs zijn voordat iets kan worden aangenomen als de waarheid. Dit bewijs is in de
vorm van objectieve feiten en logische analyses. Auguste Comte was de grondlegger. Alles wat niet toetsbaar is,
is onzin.
Postpositivisme - Ontstond nadat het positivisme werd bekritiseerd. Het is een aanvullende benadering.
Postpositivisten geloven nog steeds in het belang van goed en nauwkeurig onderzoek, maar ze erkennen dat
volledige objectiviteit onmogelijk is.
Ze zijn zich bewust van menselijke faalbaarheid: we kunnen ons vergissen en onze kennis is nooit absoluut
zeker.
Objectieve waarneming garandeert geen ware waarneming.
Het is belangrijk om verder te gaan dan eigen overtuigingen en te streven naar kennis die door degelijk
onderzoek tot stand komt en waarschijnlijk waar is.
Er is geen vaste kennisbasis.
Accepteren van fallibilisme.
Fallibilisme - Elke hypothese die je hebt kan fout zijn, maar het is het beste wat je op dit moment hebt.
Accepteren dat je het fout kan hebben. Alle theorieën zijn voorlopig en kunnen weerlegd worden.
Kennis als conjectuur. Elke theorie is tijdelijk.
Conjectuur - Het kan op korte termijn veranderen.
Meerdere bronnen voor kennis en geen ervan heeft autoriteit.
Regulatief ideaal - Een richtlijn die onderzoekers motiveert om steeds betere kennis na te jagen, ondanks de
wetenschap dat volledige zekerheid nooit haalbaar is.
Feynman:
Science is the belief in the ignorance of experts (wetenschap is het geloof in de onwetendheid van experts).
Een goede wetenschapper twijfelt aan het onderzoek van andere wetenschappers.
Je moet bewijs leveren.
John Dewey: We moeten niet spreken over ‘waarheid’, maar over warranted assertibility.
Warrented assertibility - Overtuigingen die zo goed onderbouwd zijn dat we er redelijkerwijs op kunnen
vertrouwen.
2 - Fundamenten van de wetenschap 1