Probleemstelling: Hoe verloopt de cognitieve ontwikkeling bij kinderen?
Brainstorm:
Verschillende benaderingen
Cognitive ontwikkelingen: taalontwikkeling, probleemoplossend denken, redeneren,
verschillende denkprocessen
fysieke ontwikkelingen: lichamelijke ontwikkeling, motorische ontwikkeling
psychosociale ontwikkeling: ontwikkeling persoonlijkheid, identiteitsontwikkeling
6 fundamentele kwesties: nature vs nurture, actief, culturele context, interactie van
verschillende domeinen, ontwikkelingsverloop (continu/discontinu), kritieke perioden
Leerdoelen:
1. Wat houdt de piaget theorie in? (verschillende stadia)
2. Wat is het verschil tussen de neo piagetiaanse benadering en de piaget theorie?
3. Wat houdt de vygotsky theorie in?
4. Wat houden de 6 fundamentele kwesties in?
5. Koppel de 6 fundamentele kwesties aan de piaget theorie
6. Koppel de 6 fundamentele kwesties aan de vygotsky theorie
7. Wat zijn de verschillen tussen de 2 theorieën?
8. Link de theorieën aan de casus
1. Wat houdt de piaget theorie in? (verschillende stadia)
Twee basis assumpties:
1. Normale kinderen vertonen gelijksoortige mentale sociale linguïstische
vaardigheden ondanks ver uiteenlopende ervaringen.
2. Normale kinderen ondergaan gelijksoortige veranderingen in vaardigheden
op ruwweg dezelfde leeftijden
Basisconcepten:
- Adaptatie: de geneigdheid om aan te passen aan de condities opgelegd
door de omgeving
- Organisatie: neiging van intellectuele structuren en processen om meer
systematisch en coherent te worden
- Schema: een gecoördineerd en systematisch patroon van handelingen en
gedragingen en redeneerwijzen, dat wordt toegepast op gelijke klassen van
objecten of situaties.
- Assimilatie: het interpreteren van een ervaring in termen van huidige
manieren en van begrijpen van dingen (AANGEBOREN)
- Accommodatie: veranderingen in het denken die optreden wanneer oude
denkpatronen om iets te begrijpen (de oude schemata) niet meer voldoen
(AANGEBOREN)
- Equilibratie: een aangeboren zelfregulerend proces dat via assimilatie en
accommodatie voortdurend plaatsvindt
, De stadia van Piaget
- Sensomotorisch (0 - 1,5 jaar) sensomotorische acties
Sensorische imput, motorische vaardigheden, primaire circulaire reacties, secundaire
circulaire reacties, intentionele responses, tertriaire circulaire reacties, internaliseren
van schema’s
- Preoperationeel (1,5 - 7 jaar) symbolen voor objecten
- Concreet operationeel (7 – 11 jaar) logisch concreet denken
- Formeel operationeel (vanaf 11 jaar) deductief/abstract denken
uit onderzoek is gebleken dat een groot deel van de bevolking het laatste
stadium niet haalt
2. Wat is het verschil tussen de neo piagetiaanse benadering en de piaget theorie?
- Het gebruiken van klassieke Piagetiaanse thema’s om te komen tot een heel ander
soort theorie
- Zowel acceptatie van Piagets kernideeën alsook integratie nieuwe inzichten
Op basis van nieuwe experimenten en inzichten hebben zij de theorieën van
Piaget gereviseerd, gemoderniseerd en aangepast.
- Belangrijke verschillen
o Kritiek op Piagets focus op cognitieve domein
o Sociaal culturele context is veel belangrijker geworden
o De stadia van Piaget worden iets meer los gelaten. Uit experimenten van de
neo piagetianen is gebleken dat een kind op reken niveau in het ene stadium
kan zitten, maar op sociaal emotioneel niveau al een stadium verder kon zijn.
Volgens Piaget moest een kind eerst het ene stadium volledig doorlopen
voordat het in het volgende stadium kon functioneren.
3. Wat houdt de Vygotsky theorie in?
De cultuurhistorische theorie het verloop van de cognitieve ontwikkeling als
resultaat van sociale interacties tussen leden van een cultuur
Historische (culturele) en sociale processen als deel
van de context van de ontwikkeling
Cruciale rol van TAAL in de ontwikkeling belangrijk
instrument om problemen op te lossen
zie extra artikel
2 cruciale rollen: intellectuele aanpassing en …
Instrumenten voor intellectuele aanpassing
Vygotsky's term voor methoden van denken en
probleemoplossende strategieën die kinderen
internaliseren vanuit hun interacties met meer
competente leden van de samenleving.
Zone van naaste ontwikkeling:
(ZoneProximalDevelopment)
Is het niveau waarop een kind een taak bijna
onafhankelijk kan uitvoeren, maar hem kan voltooien met de hulp van een