, 1A.ANA.CO1 – Leerdoelen
1. Syndesmologie begrijpen
Het passieve houdings- en bewegingsapparaat bestaat uit 206 afzonderlijke botstukken die samen stevigheid
en ondersteuning bieden. De verbindingen tussen botten worden bestudeerd binnen de syndesmologie en
kunnen op verschillende manieren worden onderscheiden: naar de aard van de verbinding, het aantal
betrokken botten binnen het kapsel en de vorm van de botuiteinden.
Naar de aard van de verbinding:
Junctura ossea: directe botverbinding door botweefsel.
Junctura fibrosa: verbinding via bindweefsel; hierbij zorgt een ligament voor beperkte beweging en
elastische aanpassing aan belasting.
Junctura cartilaginea: verbinding via kraakbeen.
Junctura synovialis: echte gewrichten met een gewrichtskapsel en synoviaal vocht.
Voorbeelden van cartilagineuze verbindingen
Synchondrosis: verbinding via hyalien kraakbeen, zoals de ribben aan het sternum.
Symphysis: vezelig kraakbeen in het midden, zoals bij de symphysis pubica.
Synoviale gewrichten
Synoviale gewrichten bestaan uit kraakbeen op de gewrichtsuiteinden, een kapsel en een synoviale holte
gevuld met synovia.
Ze kunnen worden onderscheiden in:
Articulatio simplex: twee botstukken in één kapsel.
Articulatio composita: meer dan twee botstukken in één kapsel.
Articulatio duplex: twee botstukken vormen op twee plaatsen een gewricht.
Articulatio complexa: aanwezigheid van disci of schijven tussen de botstukken.
Vormen van synoviale gewrichten
Articulatio sphaeroidea: bolvormig, biedt drie vrijheidsgraden (rotatie in alle richtingen).
Articulatio cylindrica: cilindergewricht, zoals ginglymus met een as loodrecht op de lengte-as van het
bewegende bot of trochoidea met een as in de lengte van het bot.
Articulatio sellaris: zadelgewricht, twee-assig met zowel convex als concave botuiteinden.
Articulatio ellipsoidea: ellipsvormig, biedt beweging in twee assen.