maandag 28 oktober 2024 14:24
bouwplan
elementen bouwplan vertebraat embryo --> komen per soort op andere wijze tot
ontwikkeling
1. bilaterale symmetrie
➢ ene kant van lichaam is spiegelbeeld van andere kant
➢ spiegelvlak = mediosagittale / mediane vlak
➢ hart/bloedvaten en spijsverteringsstelsel eerst symmetrisch --> later niet meer
2. polariteit
➢ lichaam heeft een dorsale / ventrale / craniale / caudale kant
➢ wordt in 2e week van ontwikkeling vastgelegd
3. segmentatie
➢ herhaling van gelijke elementen
➢ wervelkolom / ribben / bijbehorende spieren / kieuwbogen / CZS = segmentaal
4. kiembladen
➢ resultaat van gastrulatie = ectoderm / mesoderm / endoderm
➢ ectoderm --> contact buitenwereld
➢ medoderm --> kraakbeen / spierweefsel / hart / bloedvaten nieren / geslachtsklieren
➢ endoderm --> epitheliale bekleding maag-darmstelsel / ademhalingsstelsel
5. lichaamsholten
➢ aanvankelijk 1 lichaamsholte (intra-embryonale coeloom) gevormd door zijplaat
mesoderm
➢ later --> pericardholte / 2 pleuraholten / peritoneale holte
6. chorda dorsalis
➢ lengterichting embryo --> wordt later wervelkolom
➢ belangrijke rol bij vorming van bouwplan
7. kieuwbogen
➢ buitenkant --> kieuwgroeven tussen bogen
➢ binnen kant --> kieuwzakken tussen bogen
➢ vorming aangezicht en hals
fylotypische stadium = stadium waarop alle gewervelde dieren sterk op elkaar lijken
➢ verklaring = tijdelijke structuren zijn nodig voor het functioneren van de verdere
ontwikkeling
➢ verklaring = evolutionaire aard --> succesvolle oplossing kunnen niet makkelijk worden
vervangen dus tijdens ontwikkeling --> evolutionair-geconserveerde
ontwikkelingspaden
homologe genen = als DNA-sequenties grote mate van gelijkheid vertonen
➢ paraloge genen = homologe genen binnen genoom van 1 organisme
➢ orthologe genen = homologe genen in genoom van verschillende soorten
ontwikkeling Pagina 1
,✅hc1 gametogenese / bevruchting / nidatie / gastrulatie
dinsdag 11 februari 2025 09:11 prenatale ontwikkeling
➢ embryonale periode: embryonale lichaam wordt samengesteld
➢ feutale periode: organen worden volwassen
differentiatie = ontwikkeling van 1 cel --> honderden verschillende type cellen
elementen bouwplan vertebraat embryo --> komen per soort op andere wijze tot
ontwikkeling
➢ bilaterale symmetrie = lichaam gespiegeld in mid-sagittale vlak
➢ polariteit = bepaling lichaamsassen
➢ kiembladen
➢ lichaamsholten = hartholte / buikholte / longholte
➢ segmentatie = elementen die op elkaar lijken (wervelkolom)
➢ chorda
➢ kieuwbogen
gametogenese
tijdens ontwikkeling --> vastgesteld wat uiteindelijk gameten worden
➢ ontstaan van diploïde primordiale kiemcellen --> haploïde gameet
➢ primordiale kiemcellen doorlopen een heel migratiepad
➢ teratoom = monsterwoekering door afwijkend migratiepad
○ verschillende weefsels door elkaar dus bevatten spieren/darm/bloedvaten etc.
vermeerdering primitieve kiemcellen door mitose
➢ vrouw: kiemcel --> oögonia
○ tussen 2e en 5e maand: 2000 --> 7.000.000
○ maximaal aantal, hierna sterft veel af
➢ man: kiemcel --> spermatogonia
○ pas in puberteit
○ oneindige poel
ontstaan van spermacellen
spermatogenese = asymmetrische mitotische deling
➢ pool van ongedifferentieerde type A spermatogonia
➢ asymmetrische mitotische deling --> delen tot type A (gaat weer delen) en type B
(ontwikkeling)
➢ primaire spermatocyt --> meiose I --> secundaire spematocyt --> meiose II --> 4
spermatiden (onvolwassen zaadcellen) --> spermiogenese --> spermatozoa
acrosomal cap --> nodig bij bevruchting
uiteindelijke zaadcel
➢ kop --> kern met 23 chromosomen / acrosoom met hydrolytische enzymen
➢ middenstuk --> mitochondriën die energie (ATP) maken voor zwembeweging
➢ staart --> eiwitten die ATP omzetten in kinetische energie
primitieve kiemcellen zitten in omgeving die ontwikkeling beetje ondersteunt
ontstaan van eicellen
primitieve gonaden zitten in omgeving die ontwikkeling heel erg ondersteunt --> follicel
➢ dus follicelontwikkeling = eicel + follicel
eerst naakte toekomstige eicellen (oogonia)
➢ dan vermenigvuldigen
➢ follicels komen om eicel heenliggen (primodiaal follikel)
➢ dan eicel zelf --> meiose --> primaire oöcyt
○ volledige omsluiting door follikelcellen --> zona pellucida = belangrijk bij bevruchtingsproces
rustfase tussen eerste menstruatie en menopauze
➢ bij elke menstruatie --> groepje follicelcellen wordt gestimuleerd om door te gaan met ontwikkeling
➢ 1 gaat daadwerkelijk verder
➢ dus primaire oöcyt ''bevroren'' tijdens rustfase in meiose l
➢ na puberteit: secundaire follicle --> vorming antrum: holte tussen folliclecellen
➢ antrum wordt groter --> volwassen follicle: graafse follicle
➢ na meiose graafse follicle + poollichaampje --> krijgt weinig organellen mee en groeit niet tot eicel
ovulatie
➢ geovuleerde eicel komt vrij samen met folliclecellen
➢ rustfase tussen ovulatie en bevruchting --> ''bevroren'' in metafase II van meiose ll
➢ alleen bij bevruchting maakt hij meiose ll af --> ontstaan 2e poollichaampje
➢ ovulatie bij loteïniserend hormoon piek
➢ secundaire oöcyt komt vrij met deel van cumulus cellen --> vorming corona radiata
restant graafse follicle blijft in ovarium --> corpus lateum (gele lichaam) = produceert progesteron en oestrogeen
➢ optie 1 = geen bevruchting --> gele lichaam degenereert 10/12 dagen na ovulatie
➢ optie 2 = wel bevruchting --> hCG zorgt dat gele lichaam niet degenereert
ontwikkeling Pagina 2
, ➢ ovulatie bij loteïniserend hormoon piek
➢ secundaire oöcyt komt vrij met deel van cumulus cellen --> vorming corona radiata
restant graafse follicle blijft in ovarium --> corpus lateum (gele lichaam) = produceert progesteron en oestrogeen
➢ optie 1 = geen bevruchting --> gele lichaam degenereert 10/12 dagen na ovulatie
➢ optie 2 = wel bevruchting --> hCG zorgt dat gele lichaam niet degenereert
bevruchting
transport zaadcellen
➢ zaadcellen (100-200 miljoen) verplaatsen zich via baarmoederhals en -holte naar eileiders
➢ temperatuurverschillen / chemotaxis sturen zaadcellen naar oöcyt --> uiteindelijk slechts 200
laatste stap voor bevruchting --> capacitatie in eileider (5-6 uur)
➢ verandering in membraan samenstelling etc.
bevruchtingsstappen
➢ stap 1. zaadcel moet door corona radiata (cumulus cellen)
➢ stap 2. acrosoom reactie = acrosomale kap van zaadcel bevat eiwitten die locaal de zona
pellucida afbreekt
➢ stap 3. zaadsel moet door zona pellucida
➢ stap 4. fusie celmembranen --> reactie eicel: corticale reactie
○ corticale granule blaasjes met enzymen fuseren met eicel membraan
○ slow block polyspermy
➢ stap 5. zona reactie: zaadcellen gebonden aan zona pellucida laten los
○ voorkomt polyspermie (triploïde) = bevruchting met meerdere zaadcellen
○ zona pellucida blijft tijdens eerste paar delingen om eicel heen
➢ stap 6. kern zaadcel komt in cytoplasma eiwit
➢ stap 7. pronucleus zaadcel versmelt met pronucleus eicel
eerste week / nidatie (innesteling)
resultaat bevruchting
➢ herstel 2n
➢ bepaling geslacht
➢ initiatie ontwikkeling
klievelingsdelingen
➢ groeifasen worden overgeslagen dus cel groeit niet voor hij gaat
delen
➢ zygote (bevruchte eicel) gaat delen --> 2-4-8-cellige stadia
➢ morula --> holte --> blastocyte met nog steeds de zona pellucida
trilhaarepitheel zorgt voor ing vrucht richting
➢ verplaats baarmoederholte
in blastocyst ontstaan 2 soorten cellen
➢ embryoblast
➢ trofoblast --> ondersteuning embryo
uitbreken van blastrocyst uit zona pellucida --> hatching --> vrucht
heeft mogelijkheid om te groeien
embryoblast differentieert zich in
➢ epiblast
➢ hypoblast
embryoblast maakt contact met baarmoederslijmvlies (endometrium)
➢ oriëntatie van innesteling maakt dat dorso-ventrale as wordt
vastgelegd
○ dus toekomstige kant buik/rug wordt vastgelegd
trofoblast differentieert zich in
➢ cytotrofoblast = afzonderlijke cellen
➢ syncytiotrofoblast = zijn niet volledige gedeeld --> geen vorming
van celmembraan
○ bloed komt in lacunes (holtes van syncytiotrofoblast)
○ hierdoor ontstaat uteroplacentaire circulatie
ontwikkeling Pagina 3
, nidatie (innesteling) voltooid als endometrium volledig is gesloten
➢ geen contact meer met baarmoederholte
➢ sluitplug = stolling op plek waar wand weer dichtgroeit
hypoblastcellen vormen binnenbekleding van blastulaholte
➢ na voltooiing --> dooierzak
ontstaan 2-lagige kiemschijf = epiblast & hypoblast
gastrulatie en vorming kiembladen
2-lagige kiemschijf --> 3-lagige kiembladen door gastrulatie in epiblast
➢ ectoderm = huid / nagel / haren / zenuwstelsel / zintuigen (buitenwereld)
➢ mesoderm = skelet / bindweefsel / hart / vaatstelsel --> grootste massa
➢ endoderm = epitheel spijsvertering / maagdarmkanaal / luchtwegen
ronde kiemschijf wordt een ovaal doordat cellen aan uiteinden sneller gaan
delen
➢ epiblastcellen duwen elkaar naar de caudale regio van kiemschijf
➢ opeenhoping epiblastcellen = primitiefstreek
➢ hierdoor groei in lengte richting
➢ primitiefstreek over gehele lengte = primitiefstreep
➢ epiblastcellen verbreken epitheliale verband --> verlaten epiblast richting
hypoblast
➢ in het centrum ontstaat dan een groeve --> primitieve groeve
➢ aan de kopzijde --> primitief knoop
epiblastcellen verplaatsen zich via de primitieve groeve richting de hypoblast
➢ hypoblastlaag wordt als eerst vervangen --> endoderm
➢ cellen die later door de primitieve groef komen --> mesoderm
➢ daarna differentiëren epiblastcellen zich --> ectoderm
epitheliomesenchymale transitie (EMT)
➢ epitheliale epiblastcellen worden in transitiefase via bottle cell --> mesenchymale cel
➢ aspecifieke vorm die zich kan verplaatsen
primaire ciliaire dyskinesie (PCD)
➢ afwijkende cilia
➢ verstoorde werking cellen met cilia (bronchiën, sinusitis en onbewegelijke sperma)
➢ en: 50% situs inversus = gespiegelde versie lichaam (wij zijn situs solitus)
in knoop van Hensen: rotatie van cilia --> sterke stroming links
➢ in PCD geen cilia --> kans dat signaal links/rechts komt is 50/50
ontwikkeling Pagina 4
,gastrulatieproducten op volgorde in tijd
1. extra-embryonaal mesoderm (EEM)
2. endoderm
3. intra-embryonale mesoderm (IEM)
4. deel van epiblast wat na gastrulatie overblijft vormt ectoderm
navelring is de scheiding (grens) tussen epiblast (embyonaal)van kiemschijf en
de bekleding van de amnionholte (extra-embryonaal) --> hele andere celsoort
➢ navelring = overgang van embryonaal naar extra-embryonaal weefsel
➢ eerste product gastrulatie gaat voorbij de navelring
➢ amnionwand en dooierzakwand nu tweecellig
licht-roze laag --> primitief extra-embryonaal mesoderm afkomstig van hypoblastlaag
➢ wordt aangevuld vanuit gastrulatie met donker -roze (ook EEM)
➢ dat breidt zich uit rondom dooierzak en rondom amnionholte
in EEM onstaan holtes --> fuseren tot 1 holte --> binnen vrucht ontstaan 3e holte = chorionholte
deze wordt steeds groter waardoor EEM dunner wordt
➢ 1 gedeelte wil je houden om te voeden --> hechtsteel waarin zich de umbilicale vaten ontwikkelen
➢ verbinding embryo en placenta = navelstreng uit mesodermcellen
oct4 = transcriptiefactor
➢ positiviteit geeft hoge pleuripotentie aan
ontwikkeling Pagina 5
, ontwikkeling Pagina 6