5V---Boekverslag 8---B-deel
De aanslag
1. Het leven van de hoofdpersonen
De hoofdpersoon van het boek, Anton Steenwijk, leidt volgens mij een redelijk
leven. Later na de aanslag doorliep hij het gymnasium en ging hij medicijnen
studeren. Na de aanslag probeert hij zichzelf af te sluiten voor het verleden. Hij
probeert er bijna niet meer aan te denken. Ik vind het niet zo goed dat hij zich
ervoor af wil sluiten, want als je meer over het verleden nadenkt, kun je het
beter verwerken. Later wilde hij wel meer weten over de details van de aanslag.
Ik vind het goed dat hij toen wel meer ging terugkijken naar het verleden.
Toen hij later nog bij de familie Beumers was geweest, beloofde hij dat hij nog
wel een keer terug zou komen. Tegelijkertijd had hij in zijn hoofd het voornemen
om nooit weer terug te gaan naar Haarlem. Hij heeft dus gelogen tegen de
familie Beumers en dat is natuurlijk niet goed en het gaat tegen het 9e gebod in.
Ook toen zijn oom van Liempt hem had gevraagd of hij mee wilde naar het
monument, had Anton gezegd dat die stenen hem gestolen konden worden. Dit
vind ik nogal onverschillig. Ik vind het jammer dat hij zoiets heeft gezegd, maar
hij kan het ook zo zijn dat hij in de war was toen hij niet mee wilde naar het
monument.
‘Je zei dat die stenen je gestolen konden worden.’ ‘Weet je dat niet meer?’ vroeg
van Liempt. Anton schudde zijn hoofd en zweeg.’ (p.103)
Anton Steenwijk is een persoon die zich overal niet zo druk over maakt. Vooral
de politiek kan hem heel weinig schelen. Maar ik vind dat de politiek zich moet
baseren op de Bijbel, want er moet worden gehandeld in overeenstemming met
Gods geboden. Maar Anton neemt eigenlijk een onverschillige houding aan. In
het boek lees ik ook niets over een persoonlijke relatie met God.
Later kwam hij Fake nog tegen en liet hem binnen. Daar gingen ze met elkaar
het gesprek aan. Ik vind het wel goed van Anton dat hij Fake binnenlaat en met
hem wil praten. Fake was immers de zoon van een NSB’er.
Hij was eerst getrouwd met Saskia en kreeg een dochter, Sandra. Ze hadden een
goed huwelijk, maar later is hij toch gescheiden. Als er geen goede reden voor
scheiding is geweest, gaat dit tegen het 7e gebod in. Toen trouwde hij met
Liesbeth en kreeg een zoon, Peter.
Later, toen Liesbeth en Peter even weg waren, was Anton alleen thuis. Hij zag
een witte tafelaansteker in de vorm van een dobbelsteen. Toen werd hij
rusteloos. Toen de aanslag net was gebeurd, had hij een witte dobbelsteen in zijn
hand. Toen hij de tafelaansteker zag, werd hij waarschijnlijk weer herinnerd aan
de aanslag.
‘Rusteloos begon hij door de onregelmatige, witgekalkte kamers te dwalen, ging
de gedraaide trap met de ongelijke treden op en af, probeerde nu en dan te
gaan zitten, maar dan werd het nog slechter, zodat hij meteen opstond. Maar
wat werd slechter? Hij had nergens pijn, geen koorts, alles was in orde, en
De aanslag
1. Het leven van de hoofdpersonen
De hoofdpersoon van het boek, Anton Steenwijk, leidt volgens mij een redelijk
leven. Later na de aanslag doorliep hij het gymnasium en ging hij medicijnen
studeren. Na de aanslag probeert hij zichzelf af te sluiten voor het verleden. Hij
probeert er bijna niet meer aan te denken. Ik vind het niet zo goed dat hij zich
ervoor af wil sluiten, want als je meer over het verleden nadenkt, kun je het
beter verwerken. Later wilde hij wel meer weten over de details van de aanslag.
Ik vind het goed dat hij toen wel meer ging terugkijken naar het verleden.
Toen hij later nog bij de familie Beumers was geweest, beloofde hij dat hij nog
wel een keer terug zou komen. Tegelijkertijd had hij in zijn hoofd het voornemen
om nooit weer terug te gaan naar Haarlem. Hij heeft dus gelogen tegen de
familie Beumers en dat is natuurlijk niet goed en het gaat tegen het 9e gebod in.
Ook toen zijn oom van Liempt hem had gevraagd of hij mee wilde naar het
monument, had Anton gezegd dat die stenen hem gestolen konden worden. Dit
vind ik nogal onverschillig. Ik vind het jammer dat hij zoiets heeft gezegd, maar
hij kan het ook zo zijn dat hij in de war was toen hij niet mee wilde naar het
monument.
‘Je zei dat die stenen je gestolen konden worden.’ ‘Weet je dat niet meer?’ vroeg
van Liempt. Anton schudde zijn hoofd en zweeg.’ (p.103)
Anton Steenwijk is een persoon die zich overal niet zo druk over maakt. Vooral
de politiek kan hem heel weinig schelen. Maar ik vind dat de politiek zich moet
baseren op de Bijbel, want er moet worden gehandeld in overeenstemming met
Gods geboden. Maar Anton neemt eigenlijk een onverschillige houding aan. In
het boek lees ik ook niets over een persoonlijke relatie met God.
Later kwam hij Fake nog tegen en liet hem binnen. Daar gingen ze met elkaar
het gesprek aan. Ik vind het wel goed van Anton dat hij Fake binnenlaat en met
hem wil praten. Fake was immers de zoon van een NSB’er.
Hij was eerst getrouwd met Saskia en kreeg een dochter, Sandra. Ze hadden een
goed huwelijk, maar later is hij toch gescheiden. Als er geen goede reden voor
scheiding is geweest, gaat dit tegen het 7e gebod in. Toen trouwde hij met
Liesbeth en kreeg een zoon, Peter.
Later, toen Liesbeth en Peter even weg waren, was Anton alleen thuis. Hij zag
een witte tafelaansteker in de vorm van een dobbelsteen. Toen werd hij
rusteloos. Toen de aanslag net was gebeurd, had hij een witte dobbelsteen in zijn
hand. Toen hij de tafelaansteker zag, werd hij waarschijnlijk weer herinnerd aan
de aanslag.
‘Rusteloos begon hij door de onregelmatige, witgekalkte kamers te dwalen, ging
de gedraaide trap met de ongelijke treden op en af, probeerde nu en dan te
gaan zitten, maar dan werd het nog slechter, zodat hij meteen opstond. Maar
wat werd slechter? Hij had nergens pijn, geen koorts, alles was in orde, en