,
,1. Wat is Natuur en Techniek?
Binnen natuur en techniek onderzoeken we zowel levende als niet-levende systemen om
beter te begrijpen hoe de wereld functioneert. Voorwerpen en organismen kunnen worden
onderscheiden in drie categorieën: levend, dood of levenloos.
Levend, dood en levenloos
Het onderscheid wordt gemaakt op basis van levensverschijnselen. Essentiële
levensverschijnselen zijn waarnemen (zien, horen, ruiken, voelen), bewegen, voeden,
ademhalen, uitscheiden, voortplanting en groeien. Een organisme reageert doorgaans op
prikkels uit de omgeving door middel van beweging of gedragsverandering.
De cel vormt de kleinste bouwsteen van al het leven. Elk organisme is opgebouwd uit één of
meerdere cellen. Dierlijke en menselijke cellen bestaan uit een celkern (waarin DNA ligt
opgeslagen), een celmembraan en cytoplasma.
FILMPJE! Wat is DNA? | Het Klokhuis
De celkern moet goed beschermd worden, wat gebeurt door de aanwezigheid van
cytoplasma, een stroperige vloeistof waarin de celprocessen plaatsvinden, en het
celmembraan dat fungeert als selectieve barrière.
Biologie is de natuurwetenschap die zich richt op levende organismen en hun
levensprocessen. Binnen de natuurkunde worden verschijnselen zoals materie, krachten,
straling en energie onderzocht. Scheikunde bestudeert stoffen en de chemische reacties
die zich daarin voordoen. Cellen bevatten verschillende organellen met specifieke functies.
Organellen zijn gespecialiseerde onderdelen binnen een cel die elk een specifieke functie
uitvoeren
Bij planten vinden we naast celkern, celmembraan en cytoplasma ook bladgroenkorrels
(voor fotosynthese), een celwand (voor stevigheid) en vacuolen (opslag van
voedingsstoffen). Dieren en mensen hebben deze structuren niet.
, Cellen met eenzelfde functie vormen samen een weefsel, zoals spier- of botweefsel.
Verschillende weefsels die samenwerken vormen een orgaan, bijvoorbeeld het hart of de
lever. Wanneer meerdere organen gezamenlijk een biologische functie vervullen, spreken
we van een orgaanstelsel, zoals het ademhalingsstelsel of het verteringsstelsel.
Weetje: de huid is het grootste orgaan van de mens
1.1 Diversiteit
Om de diversiteit van organismen te ordenen, wordt gekeken naar kenmerken zoals de
aanwezigheid van een celkern, een celwand of bladgroenkorrels.
Vanuit deze kenmerken onderscheiden we vier rijken:
Bacteriën: altijd eencellig, wel een celwand maar geen celkern of bladgroenkorrels.
Voortplanting gebeurt via deling. Veel bacteriën leven van dode resten van organismen.
Schimmels: kunnen zowel eencellig (gist) als meercellig (paddenstoelen) zijn. Ze hebben
een celkern en celwand, maar geen bladgroenkorrels. Veel schimmels voeden zich met
organisch materiaal en spelen een rol bij de afbraak van stoffen.
FILMPJE! Hoe gistcellen vermenigvuldigen
Planten: hebben een celkern, een celwand en bladgroenkorrels. Binnen dit rijk
onderscheiden we wieren, sporenplanten en zaadplanten. Zaadplanten vormen bloemen en
voortplantingszaden.
Dieren: kunnen eencellig of meercellig zijn en hebben een celkern, maar geen celwand of
bladgroenkorrels. Dieren worden verder onderverdeeld in groepen, zoals gewervelden en
ongewervelden.