Blok 1
Hoorcollege 02/09/2024
Waartoe voeden we op?
- Ouderlijke verantwoordelijkheid neemt af,
- Ontwikkeling naar zelfstandigheid en autonomie,
- Een leven onafhankelijk van ouders.
Langeveld (1945): het kind ondersteunen om een moreel en betrouwbaar deelnemer
te worden van de maatschappij via een geleidelijk proces van stapsgewijs de
verantwoordelijkheid voor deze morele keuzes aan het kind te laten, tot het kind in
staat is tot zelfverantwoordelijke zelfbepaling.
Theorieën laten jou systematisch een probleem oplossen;
- Ecologisch model van Bronfenbrenner (1979)
- Procesmodel van Belsky (1984), ‘’tweerichtingsverkeer’’
- Transactioneel model van Sameroff (1975)
- Gehechtheidstheorie Bowlby -> aangeboren neiging van kinderen om
nabijheid en contact te zoeken met ouder, vooral bij angst, ziekte of moeheid.
Hoorcollege 04/09/2024
Functie van onderwijs;
- Kwalificatie, aftoetsen met kennis, vaardigheden etc.
- Selectie, zoals eindtoets kinderen onder niveaus verdelen.
- En allocatie, op basis van inleg en aanzet en niet op basis van achtergrond.
- Socialisatie, het maken van weldenkende burgers vanuit leerlingen.
- Subjectiviteit, persoonsvorming.
Hoorcollege 09/09/2024 – wetenschapsfilosofie
‘Wat is kennis?’, ‘wat zijn voorwaarden voor wetenschappelijkheid?’, zijn typische
wetenschapsfilosofische vragen.
Echte kennis vs. opinies
Objectieve werkelijkheid vs. subjectieve indrukken
- Alleen kenmerken van het object worden benoemd, geen perceptie van de
persoon die het object waarneemt.
Eigenschappen van object vs. indrukken bij object
Feiten vs. los van de werkelijkheid bestaande ideeën
Zuiver analyseren vs. vertroebeld kijken
Spelregels vs. ongestructureerd
Reproduceerbaar vs. toevalligheid
- Het maakt niet uit wie kijkt, hetzelfde wordt gezien.
Verstand vs. Emoties
Waarderij vs. Normatief
,Waardevrij: als de wetenschap ontkoppeld is van de tijd, samenleving en cultuur
waarbinnen het waardesysteem waar de wetenschapper is opgegroeid.
Het Platoonse denken: rationalisme
- Ongekende beïnvloeding van wetenschappen.
- De bron van alle kennis is gelegen in de menselijke geest (ratio).
- Het fundament van het rationalisme als kennistheoretische stroming kennen is
gebaseerd op creativiteit en nadenken waarbij deze los kunnen staan van de
ervaring.
- Er is een verschil tussen het denkend subject en hetgeen waarover nagedacht
wordt (subject-object scheiding).
- Ideeënleer: er is daar een perfecte werkelijkheid die bestaat uit de wereld van
ideeën, terwijl wij te maken hebben met de imperfecte weergave daarvan. Dus, er is
een diepere reflectie nodig om te komen tot diepere waarheden. De werkelijkheid die
wij observeren, bestaat op zichzelf.
- De deductieve logica: kom met de beste theorieën en ga dan kijken of deze
theorieën kloppen in de werkelijkheid, niet andersom. Van theorie naar empirie. De
beste theorie is de beste uitoefening van jouw ratio.
Het Aristotelische denken: empirisme
- Ongekende beïnvloeding van (vooral de middeleeuwse) wetenschappen.
- Stijlen van redeneren, argumenteren.
- Wetenschap richt zich op universele uitspraken.
- Via een inductief proces vanuit individuele waarnemingen tot generalisaties.
- Zintuigelijk waargenomen werkelijkheid (empirie) vervat in uitspraken die de
resultante zijn van de logica. Dit leidt tot zekerheid.
- De analyse staat daarom centraal.
- Teleologisch denken staat centraal: dingen kunnen verklaard worden vanuit het
doel (telos) dat ze nastreven.
- Wetenschappelijke kennis ontstaat vooral door zintuigelijke waarneming van de
werkelijkheid zelf die zich daarmee dus ook laat kennen.
Natuurwetenschappen vs. Geesteswetenschappen
- Ander object van onderzoek vereist een andere opvatting van wat wetenschap is?
- De rol van interpreteren van betekenissystemen (verstehen).
- Een werkelijkheid die zelf ook nadenkt en terugpraat (reflexieve processen).
Alles werkt ergens, en niets werkt overal.
3 dominante scholen als het gaat over onderwijskunde:
- Evidence based (Kirschner); door inductieve routes en schoolprestaties van
kinderen weten zij dat dit bewezen effectief is.
- Kritische school (Biesta); er is niet alleen sprake van het doel van kwalificeren,
je hebt ook socialiseren en persoonswording.
- Vakmanschap (bulterman); effectiviteit in handelen, op basis van intuïtie en
ervaring. Handelingskennis moet evenveel van waarde zijn als theoretische
kennis.
, Hoorcollege 11/09/2024
Waarom bestuderen wij geschiedenis?
- Inzicht krijgen in gebeurtenis uit verleden.
- Leren van fouten.
- Begrip van traditie en cultuur.
- Verleden, heden en toekomst.
- Algemene ontwikkeling.
Dor het perspectief van het verleden kunnen wij afstand nemen tot de huidige
situatie, is het mogelijk kritisch te reflecteren en kunnen
veranderingsprocessen worden waargenomen.
Actuele motieven:
- Romantisering; vroeger was ‘het’ beter of slechter dan...
- Nationalisme, regionalisme; ‘wij’ waren en zijn beter dan…
- Politieke doelen; de school als middel tot beschaving, kweekplaats van brave
burgers.
- Debunking van vooroordelen en verborgen belangen; onderwijs biedt gelijke
kansen, scholing doet er niet/wel toe (nurture-nature).
- Relativering en nuancering; de school wordt te veel opvoedingsinstituut i.p.v.
onderwijsinstituut. Aandacht aan pesten en lentekriebels gaan ten koste van
leervakken.
- Nieuwsgierigheid; hoe ging dat toen op school in zijn werk?
Houdt altijd rekening met de tijd- & plaatsgebondenheid van opvoedings- en
onderwijs ideeën!
3 verschillende benaderingen:
Demografische benadering = seriële bronnen, opgestelde cijferreeksen. ‘Harde
feiten’. Maar geen informatie over motieven en ervaringen.
Affectieve benadering = meer informatie over binnenkant, zoals oral history,
egodocumenten, schilderijen etc. gevaar: culturele filters.
Historische maatschappijwetenschappen = sociaaleconomische, cultureel-
maatschappelijke en technologische ontwikkelingen.
Reformatie: religieuze en morele opvattingen 17 e eeuw
- Luther: de servo arbitrio – geen predestinatie, wel ‘sola gratia’.
- Kind is opvoedbaar, maar ook bedorven. Kind is tot zonde geneigd, behoud
het.
- ‘’wie zijn kind liefheeft, spaart de roede niet’’
Tot 1806 hoofdelijk onderwijs: onderwijzer geeft elk kind aparte taak, met eigen
overhoring.
1784: maatschappij tot Nut van ’t Algemeen: Scholen worden opgericht,
onderwijsmethoden worden opgeschreven.
Hoorcollege 02/09/2024
Waartoe voeden we op?
- Ouderlijke verantwoordelijkheid neemt af,
- Ontwikkeling naar zelfstandigheid en autonomie,
- Een leven onafhankelijk van ouders.
Langeveld (1945): het kind ondersteunen om een moreel en betrouwbaar deelnemer
te worden van de maatschappij via een geleidelijk proces van stapsgewijs de
verantwoordelijkheid voor deze morele keuzes aan het kind te laten, tot het kind in
staat is tot zelfverantwoordelijke zelfbepaling.
Theorieën laten jou systematisch een probleem oplossen;
- Ecologisch model van Bronfenbrenner (1979)
- Procesmodel van Belsky (1984), ‘’tweerichtingsverkeer’’
- Transactioneel model van Sameroff (1975)
- Gehechtheidstheorie Bowlby -> aangeboren neiging van kinderen om
nabijheid en contact te zoeken met ouder, vooral bij angst, ziekte of moeheid.
Hoorcollege 04/09/2024
Functie van onderwijs;
- Kwalificatie, aftoetsen met kennis, vaardigheden etc.
- Selectie, zoals eindtoets kinderen onder niveaus verdelen.
- En allocatie, op basis van inleg en aanzet en niet op basis van achtergrond.
- Socialisatie, het maken van weldenkende burgers vanuit leerlingen.
- Subjectiviteit, persoonsvorming.
Hoorcollege 09/09/2024 – wetenschapsfilosofie
‘Wat is kennis?’, ‘wat zijn voorwaarden voor wetenschappelijkheid?’, zijn typische
wetenschapsfilosofische vragen.
Echte kennis vs. opinies
Objectieve werkelijkheid vs. subjectieve indrukken
- Alleen kenmerken van het object worden benoemd, geen perceptie van de
persoon die het object waarneemt.
Eigenschappen van object vs. indrukken bij object
Feiten vs. los van de werkelijkheid bestaande ideeën
Zuiver analyseren vs. vertroebeld kijken
Spelregels vs. ongestructureerd
Reproduceerbaar vs. toevalligheid
- Het maakt niet uit wie kijkt, hetzelfde wordt gezien.
Verstand vs. Emoties
Waarderij vs. Normatief
,Waardevrij: als de wetenschap ontkoppeld is van de tijd, samenleving en cultuur
waarbinnen het waardesysteem waar de wetenschapper is opgegroeid.
Het Platoonse denken: rationalisme
- Ongekende beïnvloeding van wetenschappen.
- De bron van alle kennis is gelegen in de menselijke geest (ratio).
- Het fundament van het rationalisme als kennistheoretische stroming kennen is
gebaseerd op creativiteit en nadenken waarbij deze los kunnen staan van de
ervaring.
- Er is een verschil tussen het denkend subject en hetgeen waarover nagedacht
wordt (subject-object scheiding).
- Ideeënleer: er is daar een perfecte werkelijkheid die bestaat uit de wereld van
ideeën, terwijl wij te maken hebben met de imperfecte weergave daarvan. Dus, er is
een diepere reflectie nodig om te komen tot diepere waarheden. De werkelijkheid die
wij observeren, bestaat op zichzelf.
- De deductieve logica: kom met de beste theorieën en ga dan kijken of deze
theorieën kloppen in de werkelijkheid, niet andersom. Van theorie naar empirie. De
beste theorie is de beste uitoefening van jouw ratio.
Het Aristotelische denken: empirisme
- Ongekende beïnvloeding van (vooral de middeleeuwse) wetenschappen.
- Stijlen van redeneren, argumenteren.
- Wetenschap richt zich op universele uitspraken.
- Via een inductief proces vanuit individuele waarnemingen tot generalisaties.
- Zintuigelijk waargenomen werkelijkheid (empirie) vervat in uitspraken die de
resultante zijn van de logica. Dit leidt tot zekerheid.
- De analyse staat daarom centraal.
- Teleologisch denken staat centraal: dingen kunnen verklaard worden vanuit het
doel (telos) dat ze nastreven.
- Wetenschappelijke kennis ontstaat vooral door zintuigelijke waarneming van de
werkelijkheid zelf die zich daarmee dus ook laat kennen.
Natuurwetenschappen vs. Geesteswetenschappen
- Ander object van onderzoek vereist een andere opvatting van wat wetenschap is?
- De rol van interpreteren van betekenissystemen (verstehen).
- Een werkelijkheid die zelf ook nadenkt en terugpraat (reflexieve processen).
Alles werkt ergens, en niets werkt overal.
3 dominante scholen als het gaat over onderwijskunde:
- Evidence based (Kirschner); door inductieve routes en schoolprestaties van
kinderen weten zij dat dit bewezen effectief is.
- Kritische school (Biesta); er is niet alleen sprake van het doel van kwalificeren,
je hebt ook socialiseren en persoonswording.
- Vakmanschap (bulterman); effectiviteit in handelen, op basis van intuïtie en
ervaring. Handelingskennis moet evenveel van waarde zijn als theoretische
kennis.
, Hoorcollege 11/09/2024
Waarom bestuderen wij geschiedenis?
- Inzicht krijgen in gebeurtenis uit verleden.
- Leren van fouten.
- Begrip van traditie en cultuur.
- Verleden, heden en toekomst.
- Algemene ontwikkeling.
Dor het perspectief van het verleden kunnen wij afstand nemen tot de huidige
situatie, is het mogelijk kritisch te reflecteren en kunnen
veranderingsprocessen worden waargenomen.
Actuele motieven:
- Romantisering; vroeger was ‘het’ beter of slechter dan...
- Nationalisme, regionalisme; ‘wij’ waren en zijn beter dan…
- Politieke doelen; de school als middel tot beschaving, kweekplaats van brave
burgers.
- Debunking van vooroordelen en verborgen belangen; onderwijs biedt gelijke
kansen, scholing doet er niet/wel toe (nurture-nature).
- Relativering en nuancering; de school wordt te veel opvoedingsinstituut i.p.v.
onderwijsinstituut. Aandacht aan pesten en lentekriebels gaan ten koste van
leervakken.
- Nieuwsgierigheid; hoe ging dat toen op school in zijn werk?
Houdt altijd rekening met de tijd- & plaatsgebondenheid van opvoedings- en
onderwijs ideeën!
3 verschillende benaderingen:
Demografische benadering = seriële bronnen, opgestelde cijferreeksen. ‘Harde
feiten’. Maar geen informatie over motieven en ervaringen.
Affectieve benadering = meer informatie over binnenkant, zoals oral history,
egodocumenten, schilderijen etc. gevaar: culturele filters.
Historische maatschappijwetenschappen = sociaaleconomische, cultureel-
maatschappelijke en technologische ontwikkelingen.
Reformatie: religieuze en morele opvattingen 17 e eeuw
- Luther: de servo arbitrio – geen predestinatie, wel ‘sola gratia’.
- Kind is opvoedbaar, maar ook bedorven. Kind is tot zonde geneigd, behoud
het.
- ‘’wie zijn kind liefheeft, spaart de roede niet’’
Tot 1806 hoofdelijk onderwijs: onderwijzer geeft elk kind aparte taak, met eigen
overhoring.
1784: maatschappij tot Nut van ’t Algemeen: Scholen worden opgericht,
onderwijsmethoden worden opgeschreven.