OPDRACHT 1
Thera en Milo hebben een kinderwens, maar het lukt hen niet op natuurlijke wijze zwanger te raken.
Zij wenden zich daarom tot het VUmc voor een ivf-behandeling. Een goede vriend van Thera en Milo is
werkzaam in een onderzoekslab waar proefjes worden uitgevoerd ter verbetering van de kansen van
ivf. Thera vindt het maar een raar idee dat hij proefjes uitvoert op embryo’s zoals die ook van het
materiaal van Thera en Milo tot stand worden gebracht.
Wanneer zij hem vraagt hoe hij denkt over de rechten van het ongeboren kind, valt zijn mond open
van verbazing: “Rechten? Volgens mij hebben die geen rechten hoor… Ik heb altijd begrepen dat een
embryo een juridische zaak was!”
Vraag 1
Kunt u in de wet aangrijpingspunten benoemen waarom een embryo weliswaar geen persoon, maar
ook geen zaak is?
Ja, in het Nederlandse recht wordt een embryo noch als een persoon, noch als een zaak beschouwd.
1. Artikel 1:2 BW
Volgens dit artikel heeft een kind rechtsbevoegdheid vanaf het moment van geboorte, mits
het levend wordt geboren. Dit impliceert dat een ongeboren kind, inclusief een embryo, geen
zelfstandige rechtspersoonlijkheid heeft. pas als juridisch persoon beschouwd bij geboorte.
Alhoewel er soms belangen zijn die van dit uitgangspunt wijken. Bijvoorbeeld
vermogensbelangen of het belang van het toekomstige kind.
2. Artikel 3:2 BW
Zaken worden gedefinieerd als voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Een
embryo is biologisch leven dat een unieke status heeft en niet puur als een object kan worden
beschouwd. Daarom valt het niet onder de categorie ‘zaak’.
3. Embryowet (2002)
De Embryowet reguleert het omgaan met embryo’s en stelt beperkingen aan bijvoorbeeld het
klonen en embryo-onderzoek. Je mag embryo’s niet gebruiken voor andere doeleinden dan
bepaald door deze wet. Er is een verbod op het ontwikkelen van embryo’s voor louter
wetenschappelijke doeleinden (art. 24 sub a Embryowet). Het feit dat er speciale wetgeving
bestaat voor embryo’s toont aan dat ze een bijzondere juridische status hebben. Embryos kan
je ook niet verkopen, dus is het geen zaak (art. 27 Embryowet).
Kortom, een embryo heeft een bijzondere juridische status die afwijkt van zowel personen als zaken.
Dit komt tot uiting in wetgeving die speciaal is toegespitst op de omgang met embryo’s.
Het is wel beschermwaardig, ondanks dat het geen zaak en geen persoon is. Zie hiervoor art.
24, 25 26 en 27 Embryowet.
Verschil tussen embryo’s en geslachtcellen is relevant, want verschillende wetten erover.
Belang van het toekomstige kind kan ook meewegen bij wvggz.
Vraag 2
Maakt het voor de onderzoeken die de vriend uitvoert een verschil of er sprake is van een embryo van
één dag oud of twee weken oud?
, Ja er is een veertiendagen grens art. 24 sub e Embryowet. Het is verboden om een embryo buiten het
menselijk lichaam zich langer dan 14 dagen te laten ontwikkelen.
Het mag dus 1 dag en maximaal 14 dagen.
Onderzoekers willen graag dat dit termijn wordt verlengd.
Vraag 3
Wie is de eigenaar van tot stand gebrachte embryo’s, en wie beslist er dus of de embryo’s mogen
worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek?
Een embryo is geen zaak, dus je hebt er geen eigendom over. Maar in de Embryowet is bepaald wie
zeggenschap heeft over het tot stand gebrachte embryo.
Art. 8 lid 1 sub c embryowet luidt dat meerderjarige die wilsbekwaam zijn kunnen embryo’s die t.b.v.
hun eigen zwangerschap zijn gemaakt, ze ter beschikking stellen voor wetenschappelijk onderzoek.
Art. 8 lid 2 embryowet bepaalt dat de meerderjarige die wilsbekwaam zijn kunnen schriftelijk ter
beschikking stellen.
Dus meerderjarig, wilsbekwaam en schriftelijk en dan kan je ter beschikking stellen t.b.v. sub a,
b of c.
Art. 6 lid 3 Embryowet toestemming geven over handelingen met geslachtcellen = ook een
soort zeggenschap
Art. 12 Embryowet toestemming geven over gebruik embryo’s = ook een soort
zeggenschap
Art. 5 gaat over geslachtscellen.
Vervolg casus
De ivfbehandeling van Thera en Milo is succesvol en Thera draagt haar zwangerschap zonder
problemen uit. Op kerstavond beginnen de weeën. Als Thera steeds meer bloed verliest lijkt het erop
dat de placenta is gescheurd. Thera en Milo vertrekken met spoed naar het VUmc.
Bij het ziekenhuis aangekomen is er geen dienstdoende gynaecoloog en/of verloskundige aanwezig,
maar het is wel duidelijk dat er snel moet worden ingegrepen. Milo, die zelf cardioloog is, begint vast
zijn handen te wassen. ‘Ik doe het zelf wel!’ Roept hij. ‘Ik heb immers ook coschappen op de afdeling
gynaecologie gelopen!’. Op grond van artikel 36 lid 2 Wet BIG is een cardioloog bevoegd tot het
verrichten van verloskundige handelingen.
Vraag 4
Betekent dat ook dat Milo daadwerkelijk bevallingen mag begeleiden?
Zijn uitspraak is in eerste instantie correct, maar hij is niet bekwaam. Art. 36 lid 2 BIG zegt dat tot het
verrichten van verloskundige handelingen alle artsen en verloskundigen bevoegd zijn. Bevoegdheid en
bekwaamheid zijn echter twee verschillende dingen. Naast bevoegd moet je ook bekwaam zijn. Je
moet dus de skills hebben voor de handeling.
Of hij bekwaam wordt bepaald door art. 35a Wet BIG. Een cardioloog is een ander vakgebied, en hij is
niet feitelijk bekwaam. Dat hij in zijn co-schappen een aantal bevallingen heeft begeleid is
onvoldoende.
In echte noodsituaties moet je wel ingrijpen ook al ben je niet bekwaam in de zin van art. 35a Wet BIG,
want je hebt als arts een eed afgelegd. Zijn er alternatieven zoals het wachten op een verloskundige
dan is het ingrijpen te risicovol.
Je bent dus bevoegd binnen de grenzen van je deskundigheid