WAT WERKT IN STRAF- EN CIVIELRECHTELIJK KADER?
Effectiviteit van justitiële interventies voor jeugdigen?
Justitiële interventies
Justitiële interventies gaat over justitieel ingrijpen bij kinderen of gezinnen en dat kan in het
strafrechtelijk kader, als er sprake is van jeugddelinquentie, maar dat kan ook in het
civielrechtelijk kader, als er sprake is van ernstige kindonveiligheid (huiselijk geweld,
vechtscheidingen, KM, verwaarlozing). Die ernstige kindonveiligheid komt veel vaker voor
dan je verwacht. Het gaat niet alleen om kinderen met zichtbare blauwe plekken of kinderen
die heel vies op school komen. Er kan ook kindonveiligheid ontstaan doordat aan de
basisvoorwaarden niet voldaan kan worden door ernstige armoede. Houd het hele brede
spectrum in de gaten in je hoofd. Wees bewust dat jou als professional een vraag gesteld
kan worden dat je op de een of andere manier een goed gewogen oordeel moet kunnen
geven of er sprake is van kindonveiligheid.
In principe worden gezinnen waarbij sprake is van een justitiële interventie begeleid door
een gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming (GI). Dat waren vroeger de bureaus
jeugdzorg. Het onafhankelijke advies voor de kinderrechter wordt altijd geschreven door de
Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Daar komt meteen een klein probleempje om de
hoek kijken. Als een GI – waar een wachtlijst is – onderzoek moet doen om een gezin te
begeleiden en er moet ook weer een onafhankelijk advies van de Raad voor de
Kinderbescherming waar wachtlijsten zijn, komen, dan kun je je voorstellen dat dat proces
naar een rechterlijke uitspraak voor een justitiële interventie soms lang duurt. Dat is ook een
van de kritiekpunten die je vaak hoort in het veld. Vervolgens is er voor een justitiële
interventie een machtiging van een kinderrechter nodig. Dit is een justitiële keten, waar veel
stappen in gezet moeten worden, waarbij kinderen soms schade oplopen omdat ze in de
wacht zitten tussen het ene systeem en het andere.
De uitvoering van de justitiële interventie ligt dan weer ergens anders. De GI begeleidt, de
RvdK adviseert en het wordt uitgevoerd door aanbieders jeugdhulp, heel vaak ambulant,
soms residentieel.
Als het goed is zou het justitieel ingrijpen altijd conform het IVRK zijn. Justitieel ingrijpen is
het hoogste middel van de overheid om in te grijpen in persoonlijk leven. Het mag alleen als
er echt reden voor is. Maar Nederland is al een paar keer berispt over het handhaven van
het IVRK. Er is bijvoorbeeld veel discussie over vrijheidsbeperking in open instellingen.
Vrijheidsbeperking gaat bijvoorbeeld ook over afspraken over telefoongebruik. In principe
heeft een kind van 16+ gewoon het recht om zijn/haar telefoon te gebruiken, maar als er in
zo’n instelling huisregels zijn en jij na 18.00 uur ‘s avonds je telefoon moet inleveren, dan is
dat al een vrijheidsbeperking. Ook dingen als het recht om een kind vast te pakken en tegen
te houden op het moment dat het dreigt zichzelf iets aan te doen, is in principe
vrijheidsbeperking en dat zou dus altijd met een machtiging van de rechter moeten
plaatsvinden in het kader van een behandelplan.
1
,Veranderende context
Het is belangrijk om te onthouden dat het in een veranderende context is. Er zijn voorstellen
gedaan in toekomstscenario jeugdbescherming om de keten te verkorten en de instanties
meer samen te voegen zodat de gezinnen en kinderen niet geconfronteerd worden met die
stapeling van maatregelen en steeds moeten uitleggen wat er met hen aan de hand is. De
nieuwe staatssecretaris moet dit gaan uitvoeren.
Om dat van de grond te krijgen zijn een aantal pilots gestart, waarin ze instellingen
betrokken bij justitiële maatregelen en ze zijn begonnen met intensief samenwerken in de
hoop die keten te verkorten. Betrokkenen zijn er ontzettend enthousiast over. Zo enthousiast
dat ze zeggen dat de RvdK er wel uit kan omdat die niet meer nodig is, maar er is weer een
andere onafhankelijke commissie geweest die zei dat juist voor de rechten van de ouders en
de kinderen, voor de onafhankelijke toets, het heel belangrijk is dat de RvdK er nog wel is.
Nu wordt gezocht hoe je dan de Raad die onafhankelijke rol kan geven zonder dat het tijd en
wachtlijsten kost.
Het is belangrijk om je te realiseren dat deze veranderende context speelt en dat dat ook
eigenlijk weer leidt tot veranderingen en verschuivingen in het veld, waarvan men hoopt dat
het een oplossing is, maar waarvan nu de alledaagse praktijk is dat in verschillende regio’s
in Nederland verschillende experimenten lopen, die dit allemaal weer net een beetje anders
gaan doen.
Wat nog meer de veranderende context is, is dat de Forensische Centra Jeugd (voorheen
JJI’s) meer en meer worden omgebouwd tot kleinschalige voorzieningen met maximaal 8
deelnemers. De eerste jaren merkten we dat er weinig kinderen geplaatst werden omdat de
opperbaas van de JJI’s (DJI) niemand geschikt vond, want die kleinschalige voorzieningen
zijn meer open en gewoon in een wijk, terwijl de JJI’s vaak een heel eind weg zijn van waar
mensen wonen. Dan moest je lang reizen, wat echt niet leuk was voor ouders en kinderen.
Die kleinschalige voorzieningen zijn dus in de wijk en nabij, maar daar zei DJI dan weer van
dat je daar geen moordenaar in moest zetten, want dat kunnen we niet hebben in de wijk.
Dus je ziet op die manier dat het moeilijk is om op te starten voor deze nieuwe initiatieven,
maar het wordt wel nagestreefd en je kunt je wel voorstellen dat als je je straf kan uitzitten
vlakbij huis, waardoor je je school kunt continueren, dat veel beter werkt.
Een laatste onderdeel van de veranderende context waar we ons rekenschap van moeten
geven is dat er in alle sectoren in Nederland momenteel gekampt wordt met een behoorlijk
personeelstekort. Dus ook in dit veld en vooral in de Forensische Centra Jeugd. Dat zijn niet
de meest populaire werkplekken.
Justitieel ingrijpen in strafrechtelijk kader: waarom? Verschillende uitgangspunten in
het juridisch veld
1. Vergeldingstheorie:
De overheid moet wraak nemen op degene die onrecht pleegde. “oog om oog, tand
om tand.’’Het gaat om straffen. Mensen moeten gestraft worden voor wat ze hebben
gedaan. Absolute straftheorie: de straf vindt zijn grondslag in het misdrijf. De daad
staat centraal.
2
, 2. Preventietheorie: door de persoon te straffen wordt voorkomen dat anderen strafbare
feiten zullen plegen. Dat past veel meer bij ons vakgebied (forensische
orthopedagogiek). Het past bij de relatieve strafrechtstheorie: de straf beoogt een
bepaald doel i.p.v. enkel vergelding.
Wordt onderverdeeld in:
- generale preventie = schrikreactie op anderen
- speciale preventie = de misdadiger zelf ervan weerhouden in de toekomst
weer misdaden te gaan plegen.
Dader staat centraal.
In dit kader
Na de schokkende moord op twee hele jonge meisjes en op een hele jonge jongen
(Savannah, Romy en Nick Boot) is er een petitie gestart, waarbij gevraagd werd om
zwaarder straffen voor jeugdigen. Die roep komt keer op keer terug. Er zijn jeugdigen die de
meest verschrikkelijke dingen doen. In deze gevallen was het seksuele moord, maar ook
recenter twee jongens in Middelburg en dan is er een maatschappelijke roep om zwaarder
straffen en naar aanleiding daarvan wilde de toenmalige minister weten of het zo is dat
zwaarder straffen ook leidt tot minder recidive, want dat is het uiteindelijke doel. Het doel van
die straffen is recidive verminderen en de aanname is hoe zwaarder de straf, hoe minder
recidive.
Dit kon op basis van onderzoek niet worden aangetoond. Dat is ook omdat je nooit random
kan toewijzen of mensen in de gevangenis gaan of niet, want het is ethisch niet gewenst dat
als iemand een moord gepleegd heeft, dat hij door loting helemaal aan zijn straf ontkomt.
Dus je ziet als je stukken induikt dat mensen die gevangen gezet worden altijd wel iets
ergers hebben gedaan. Dus je ziet dat de ergste kinderen gevangen gezet worden en de
hoogste kans op recidive hebben. Die andere kinderen hebben behandeling en die hebben
minder kans op recidive. Dus het is moeilijk te vergelijken, maar door de verslechterende
effecten van detentie, wordt wel aangenomen dat eigenlijk niemand beter af is door lang
gestraft te worden. Desalniettemin is er toch een maatschappelijke roep om zwaardere
straffen.
Jongeren tussen 16-18 jaar kunnen d.m.v. het adolescentenstrafrecht ook via het
volwassenenstrafrecht berecht worden. Maar alleen als er aanleiding is om te denken dat ze
ook volledig ontwikkeld zijn en dus willens en wetens gehandeld hebben. Ook jongeren
tussen 18-23 jaar kunnen via het jeugdstrafrecht veroordeeld worden als hun ontwikkeling
onvolledig is.
De forensische jeugdzorg komt in beeld bij de relatieve theorieën
Forensische jeugdzorg komt dus in beeld bij de relatieve theorieën. Dus als we hopen te
voorkomen dat kindonveiligheid opnieuw optreedt of dat een jongere opnieuw een delict
pleegt.
Justitieel ingrijpen en de stem van het kind
Waar haal je je informatie vandaan? Je baseert je vaak op informatie van derden,
bijvoorbeeld de ouders (maar die zijn soms een partij), opa en oma, professionele opvang,
andere professionals. Realiseer je dat iedereen bij wie je informatie opvraagt, door zijn eigen
bril kijkt. Bij jonge kinderen: via anderen (maar bias); via observatie van gedrag (maar dat is
3
, een momentopname). Bij oudere kinderen: bij het kind zelf en bij anderen. Hoe weeg je
verschillende belangen. De kern is dat je je moet baseren op meerdere informatiebronnen.
Ga niet alleen maar af op 1 verhaal van 1 persoon. Teveel vragen aan een kind kan echter
wel hertraumatiserend zijn. Je moet zorgvuldig zijn in de vragen die je stelt en probeer ze zo
neutraal mogelijk te stellen, maar haal altijd informatie op.
Vervolgens komt het aller lastigste en dat is het wegen van de verschillende belangen en dat
is een ethische kwestie, maar het belang van het kind staat natuurlijk wel voorop. Alleen
iedere informatiebron die je hebt, komt met een belang. Daarom altijd objectief toetsen.
Justitieel ingrijpen: het belang van het kind
Het belang van het kind is veilig opgroeien. In principe hoop je dat elke ouder dat kan
bieden. De realiteit is echter dat niet elke ouder dat kan bieden. Gelukkig wel heel veel
ouders, soms met een beetje hulp. Veilig opgroeien staat voorop.
Dan moet je dus op zoek naar objectieve informatie, dan moet je oordelen tegen elkaar
afwegen en een manier om dat objectiever te doen dan met alleen een klinisch oordeel is
het gebruik van diagnostische instrumenten. Risicotaxatie is goed, maar realiseer je dat elke
methode fouten heeft.
Justitieel ingrijpen: verantwoordelijkheid van betrokken professional
In het strafproces wordt vaak onderzoek gevraagd bij het Nederlandse Instituut voor
Forensische Psychiatrie (NIFP). Die schrijven rapporten over bijvoorbeeld
toerekeningsvatbaarheid. Het is belangrijk dat je met alle betrokkenen praat en diagnostisch
onderzoek doet en valide en betrouwbare instrumenten gebruikt. Gebruik ook
wetenschappelijke literatuur, bijvoorbeeld over gehechtheid.
De deskundige in het strafproces: op basis van Pro Justitia rapportage wordt bepaald of
jongere gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van geestvermogens (vaststelling
toerekeningsvatbaarheid) heeft, bijv. t.b.v. oplegging PIJ).
Voor zowel civiel als straf adviezen geldt:
- Praat met het kind en zijn ouder/verzorger(s)
- Observatie; diagnostisch onderzoek; risicotaxatie; informatie van behandelaars
- Maar ook: wetenschappelijke literatuur, over (o.a.):
- Gehechtheid; veiligheid; risicofactoren
- Effectieve behandelingen
- Juridische (on)mogelijkheden
- Intergenerationele overdracht
Wat werkt? RNR
RNR staat voor Risk-Needs-Responsivity. Even terug naar Bronfenbrenner. Hoe ontstaan
complexe problemen en daarmee dus ook kindonveiligheid en delinquent gedrag. In de regel
leggen we dat uit doordat er risicofactoren en beschermende factoren zijn in het kind zelf en
in de systemen om het kind heen en op het moment dat er meer risicofactoren dan
beschermende factoren zijn ontstaat er problematische ontwikkeling.
Eigenlijk wil dat dus zeggen dat factoren op het niveau van het kind zoals bijv. lage
intelligentie, agressieregulatie problemen en problemen in het systeem om het kind heen
4