Lecture 1 – Planning & introductie
Wat is psychodiagnostiek?
Diagnostiek = onderscheiden
Volgens Tak is psychodiagnostiek “het verkrijgen en verwerken van informatie ter ondersteuning van
te nemen beslissingen in het begeleidingsproces om tot een voldoende volledig, uniek en gedetailleerd
beeld te komen van de problematiek van de hulpzoekende(n) en zijn/haar situatie met het oog op het
verlenen van goed onderbouwd advies en probleemoplossing.”
Volgens Pameijer en Draaisma is psychodiagnostiek “een proces van gerichte informatieverzameling
en analyse om tot een besluit te komen over de in te zetten hulpverlening.”
Beeld/informatieverzameling
We gebruiken vaak classificatiesystemen
- DSM – Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
- ICD-10 – International Classification of Diseases
Er zijn echter wel problemen met classificatiesystemen.
- Er is wel óf geen diagnose
Niet alle stoornissen passen in homogene categorieën
Belangrijke informatie gaat verloren bij geforceerde classificatie
Diagnostische criteria laten vaak veel ruimte voor (een andere) interpretatie
Gebrek aan heldere procedures om een diagnose te bepalen
Wat wordt er van psycholoog-diagnosticus verwacht?
- Professionele kennis en vaardigheden die nodig zijn om problemen te analyseren en bij te
dragen aan de oplossing
- Methodische werkwijze en doelstelling
- Altijd kunnen verantwoorden wat je doet en waarom (uitleg)
- Professionaliteit (afstand vs. Nabijheid)
- Handhaven NIP-beroepscode / BAPD-criteria
NIP: bijv. hoe dicht je bij een cliënt kan komen
BAPD = Basis Aantekening PsychoDiagnostiek
Diagnostische cyclus
(ook wel 5 stadia van het Needs-based Assessment
model)
1. Intake – Onderzoek klachten van de cliënt
a. Intake interview
b. Anamnese en heteroanamnese
c. Hulpvraag van de cliënt
2. Strategie – Onderzoek problemen van de cliënt
a. Verband leggen tussen klachten en problemen
b. Clusteren van problemen
c. Cross-referencing van problemen met wetenschappelijke kennis
3. Testen/diagnose – Diagnose stellen
a. Formuleren van hypotheses
b. Testen van hypotheses
, c. Kiezen van testbatterij
d. Evalueren van testresultaten
e. Integreren van testresultaten
4. Needs-assessment – Indicatie
a. Bepalen van het doel van de interventie
b. Bepalen van het soort hulp
c. Doen van aanbevelingen
5. Ook wel advice
Onderdelen intakegesprek
- Opening met uitleg over vertrouwelijkheid, gang van zaken
- Opbouwen van therapeut-cliënt relatie
- Inzicht krijgen in de aard van de problemen
Begrijpen van de problemen (bijv. mogelijke oorzaak, bestaat er een relatie tussen
problemen?)
Bekend raken met de ouders (relatie, mogelijke invloed van ouders op ontstaan en in
stand houden van de problematiek)
Eerste beeldvorming van een geschikt testproces
Raamwerk voor de interpretatie van de testuitkomsten
- Het ophelderen van de hulpvraag
- Behandelingsovereenkomst of doorverwijzing
Geven van uitleg over de verdere stappen / procedures tijdens het psychologisch
onderzoek
Intakegesprek – Anamnese
1. Speciële anamnese (uitdiepen van de aanmeldklachten)
a. Blootleggen van het klachtenpatroon
b. Wanneer zijn de klachten ontstaan?
c. Wat ging vooraf aan de klachten?
d. Wat zijn de gevolgen van de klachten?
e. Wat is de opvatting van de hulpvrager/cliënt over de klachten?
2. Actueel functioneren en de ontwikkelingsanamnese
a. Lichamelijke klachten
b. Geboorte / eerste levensmaanden
c. Emotioneel functioneren
d. Cognitieve ontwikkeling
e. Functioneren op school
f. Specifieke gewoonten
g. Familierelaties (omgang ouders)
h. Waarom vraagt de cliënt nu om hulp?
Heteroanamnese is wanneer de ouders ook vragen beantwoorden. Vanaf 12 jaar moet het kind erbij
zijn. Vanaf 16 jaar mag het kind ook alleen komen.
Hulpvraag
- Een hulpvraag wordt in eerste instant geformuleerd in termen van de cliënt. Ze zijn in eerste
instantie vaak van algemene aard
Waarom is Marieke achter met lezen?
- Om adequate psychologische zorg te bieden dient de hulpvraag verhelderd te worden. Wat
zijn de wensen en verwachtingen van de cliënt?
Wat wilt u precies weten? Waarom wilt u dit weten?
,Strategiefase
Zoeken naar (clusters van) symptomen die kunnen resulteren in een categoriale classificatie (DSM)
De strategiefase omvat de volgende kenmerken:
- Beschrijven en clusteren van de kindkenmerken
- Inventariseren van kenmerken m.b.t. de context
Bijv. onderwijsleer- en opvoedingssituatie, neuropsychologie, psychiatrie
- Keuze voor diagnostisch traject
Is onderzoek noodzakelijk of is de hulpvraag direct te beantwoorden?
- Afronding
Controleren of diagnostisch traject nog is afgestemd op de hulpvraag
Informeren van de cliënt
Ernsttaxatie – van klacht naar probleem
- Leeftijdsadequaat?
- Duur van het probleemgedrag?
- Omstandigheden: is er wel/geen aanleiding voor probleemgedrag?
- Frequentie van de problemen?
- Intensiteit?
- Belemmering?
Diagnostische hypothesen
Wanneer er voldoende zicht is op de kindkenmerken, dan:
1. Formuleert de psycholoog diagnostische hypothesen
2. Zetten we de hypothesen om in onderzoeksvragen
Hypothesen dienen geformuleerd te worden vanuit wetenschappelijk verantwoorde theorieën /
evidentie. En dienen toetsbaar te zijn. Spreek met duidelijke, overtuigende zinnen. Dus niet: “ik denk
dat Pietje ADHD heeft”, maar “Pietje heeft ADHD”.
Diagnostische vraagstellingen
Een hypothese wordt in een bewerende vorm geformuleerd. De hypothesen worden vervolgens
omgezet tot vraagstellingen.
Bijv:
- H: Oliver heeft ASS
V: Heeft Oliver ASS volgens de criteria van de DSM?
- H: Oliver heeft een laag IQ
V: Welk schoolniveau is passend bij het IQ van Oliver?
Algemeen aandachtspunt: Welke hypothesen zijn nodig voor het beantwoorden van de hulpvraag van
de cliënt?
Overzicht van verkrijgen van informatie in jeugddiagnostiek
, Wat is een test?
Een test is een gestandaardiseerde procedure om gedrag te meten en het te beschrijven in categorieën
of scores.
Soorten testen
- Norm-referenced
Test scores van een deelnemer worden vergeleken met een
referentiegroep
Gestandaardiseerde testen
Voorbeeld: WISC, CBCL
- Criterion-referenced
Een test om te bepalen wat de kwaliteiten zijn van een persoon t.a.v. een bepaald
criterium
Voorbeeld: examens, rijexamens, werving-/selectietesten
Goede diagnostiek is:
- De hulpvraag kennen
- Weten welke testen geschikt zijn voor kinderen
- Correct gebruik van tests
- Juiste interpretatie en integratie van scores en observaties (mondeling en schriftelijk)
- Uitmondend in handvatten voor interventie
- In overleg met collega’s, kind en ouders
Lecture 2 – Diagnostiek van intelligentie
Introductie
- Probleem: eind 19e eeuw werd universeel onderwijs voor alle kinderen ingevoerd; ook voor
diegenen die extra ondersteuning behoefden
- Oplossing: Alfred Binet ontwierp een test om te meten wie extra hulp nodig had
- Binet poogde toekomstig schoolsucces te voorspellen
- Binet nam aan dat alle kinderen dezelfde ontwikkeling doormaken, maar dat er verschillen
waren in tempo
- Binet’s test beoogden de mentale leeftijd te meten
Hoe ver het kind was op het “normale” ontwikkelingspad
- In het begin werd intelligentie gedefinieerd als ‘de vaardigheid om juist te oordelen, te
begrijpen en te redeneren”
Wat is psychodiagnostiek?
Diagnostiek = onderscheiden
Volgens Tak is psychodiagnostiek “het verkrijgen en verwerken van informatie ter ondersteuning van
te nemen beslissingen in het begeleidingsproces om tot een voldoende volledig, uniek en gedetailleerd
beeld te komen van de problematiek van de hulpzoekende(n) en zijn/haar situatie met het oog op het
verlenen van goed onderbouwd advies en probleemoplossing.”
Volgens Pameijer en Draaisma is psychodiagnostiek “een proces van gerichte informatieverzameling
en analyse om tot een besluit te komen over de in te zetten hulpverlening.”
Beeld/informatieverzameling
We gebruiken vaak classificatiesystemen
- DSM – Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
- ICD-10 – International Classification of Diseases
Er zijn echter wel problemen met classificatiesystemen.
- Er is wel óf geen diagnose
Niet alle stoornissen passen in homogene categorieën
Belangrijke informatie gaat verloren bij geforceerde classificatie
Diagnostische criteria laten vaak veel ruimte voor (een andere) interpretatie
Gebrek aan heldere procedures om een diagnose te bepalen
Wat wordt er van psycholoog-diagnosticus verwacht?
- Professionele kennis en vaardigheden die nodig zijn om problemen te analyseren en bij te
dragen aan de oplossing
- Methodische werkwijze en doelstelling
- Altijd kunnen verantwoorden wat je doet en waarom (uitleg)
- Professionaliteit (afstand vs. Nabijheid)
- Handhaven NIP-beroepscode / BAPD-criteria
NIP: bijv. hoe dicht je bij een cliënt kan komen
BAPD = Basis Aantekening PsychoDiagnostiek
Diagnostische cyclus
(ook wel 5 stadia van het Needs-based Assessment
model)
1. Intake – Onderzoek klachten van de cliënt
a. Intake interview
b. Anamnese en heteroanamnese
c. Hulpvraag van de cliënt
2. Strategie – Onderzoek problemen van de cliënt
a. Verband leggen tussen klachten en problemen
b. Clusteren van problemen
c. Cross-referencing van problemen met wetenschappelijke kennis
3. Testen/diagnose – Diagnose stellen
a. Formuleren van hypotheses
b. Testen van hypotheses
, c. Kiezen van testbatterij
d. Evalueren van testresultaten
e. Integreren van testresultaten
4. Needs-assessment – Indicatie
a. Bepalen van het doel van de interventie
b. Bepalen van het soort hulp
c. Doen van aanbevelingen
5. Ook wel advice
Onderdelen intakegesprek
- Opening met uitleg over vertrouwelijkheid, gang van zaken
- Opbouwen van therapeut-cliënt relatie
- Inzicht krijgen in de aard van de problemen
Begrijpen van de problemen (bijv. mogelijke oorzaak, bestaat er een relatie tussen
problemen?)
Bekend raken met de ouders (relatie, mogelijke invloed van ouders op ontstaan en in
stand houden van de problematiek)
Eerste beeldvorming van een geschikt testproces
Raamwerk voor de interpretatie van de testuitkomsten
- Het ophelderen van de hulpvraag
- Behandelingsovereenkomst of doorverwijzing
Geven van uitleg over de verdere stappen / procedures tijdens het psychologisch
onderzoek
Intakegesprek – Anamnese
1. Speciële anamnese (uitdiepen van de aanmeldklachten)
a. Blootleggen van het klachtenpatroon
b. Wanneer zijn de klachten ontstaan?
c. Wat ging vooraf aan de klachten?
d. Wat zijn de gevolgen van de klachten?
e. Wat is de opvatting van de hulpvrager/cliënt over de klachten?
2. Actueel functioneren en de ontwikkelingsanamnese
a. Lichamelijke klachten
b. Geboorte / eerste levensmaanden
c. Emotioneel functioneren
d. Cognitieve ontwikkeling
e. Functioneren op school
f. Specifieke gewoonten
g. Familierelaties (omgang ouders)
h. Waarom vraagt de cliënt nu om hulp?
Heteroanamnese is wanneer de ouders ook vragen beantwoorden. Vanaf 12 jaar moet het kind erbij
zijn. Vanaf 16 jaar mag het kind ook alleen komen.
Hulpvraag
- Een hulpvraag wordt in eerste instant geformuleerd in termen van de cliënt. Ze zijn in eerste
instantie vaak van algemene aard
Waarom is Marieke achter met lezen?
- Om adequate psychologische zorg te bieden dient de hulpvraag verhelderd te worden. Wat
zijn de wensen en verwachtingen van de cliënt?
Wat wilt u precies weten? Waarom wilt u dit weten?
,Strategiefase
Zoeken naar (clusters van) symptomen die kunnen resulteren in een categoriale classificatie (DSM)
De strategiefase omvat de volgende kenmerken:
- Beschrijven en clusteren van de kindkenmerken
- Inventariseren van kenmerken m.b.t. de context
Bijv. onderwijsleer- en opvoedingssituatie, neuropsychologie, psychiatrie
- Keuze voor diagnostisch traject
Is onderzoek noodzakelijk of is de hulpvraag direct te beantwoorden?
- Afronding
Controleren of diagnostisch traject nog is afgestemd op de hulpvraag
Informeren van de cliënt
Ernsttaxatie – van klacht naar probleem
- Leeftijdsadequaat?
- Duur van het probleemgedrag?
- Omstandigheden: is er wel/geen aanleiding voor probleemgedrag?
- Frequentie van de problemen?
- Intensiteit?
- Belemmering?
Diagnostische hypothesen
Wanneer er voldoende zicht is op de kindkenmerken, dan:
1. Formuleert de psycholoog diagnostische hypothesen
2. Zetten we de hypothesen om in onderzoeksvragen
Hypothesen dienen geformuleerd te worden vanuit wetenschappelijk verantwoorde theorieën /
evidentie. En dienen toetsbaar te zijn. Spreek met duidelijke, overtuigende zinnen. Dus niet: “ik denk
dat Pietje ADHD heeft”, maar “Pietje heeft ADHD”.
Diagnostische vraagstellingen
Een hypothese wordt in een bewerende vorm geformuleerd. De hypothesen worden vervolgens
omgezet tot vraagstellingen.
Bijv:
- H: Oliver heeft ASS
V: Heeft Oliver ASS volgens de criteria van de DSM?
- H: Oliver heeft een laag IQ
V: Welk schoolniveau is passend bij het IQ van Oliver?
Algemeen aandachtspunt: Welke hypothesen zijn nodig voor het beantwoorden van de hulpvraag van
de cliënt?
Overzicht van verkrijgen van informatie in jeugddiagnostiek
, Wat is een test?
Een test is een gestandaardiseerde procedure om gedrag te meten en het te beschrijven in categorieën
of scores.
Soorten testen
- Norm-referenced
Test scores van een deelnemer worden vergeleken met een
referentiegroep
Gestandaardiseerde testen
Voorbeeld: WISC, CBCL
- Criterion-referenced
Een test om te bepalen wat de kwaliteiten zijn van een persoon t.a.v. een bepaald
criterium
Voorbeeld: examens, rijexamens, werving-/selectietesten
Goede diagnostiek is:
- De hulpvraag kennen
- Weten welke testen geschikt zijn voor kinderen
- Correct gebruik van tests
- Juiste interpretatie en integratie van scores en observaties (mondeling en schriftelijk)
- Uitmondend in handvatten voor interventie
- In overleg met collega’s, kind en ouders
Lecture 2 – Diagnostiek van intelligentie
Introductie
- Probleem: eind 19e eeuw werd universeel onderwijs voor alle kinderen ingevoerd; ook voor
diegenen die extra ondersteuning behoefden
- Oplossing: Alfred Binet ontwierp een test om te meten wie extra hulp nodig had
- Binet poogde toekomstig schoolsucces te voorspellen
- Binet nam aan dat alle kinderen dezelfde ontwikkeling doormaken, maar dat er verschillen
waren in tempo
- Binet’s test beoogden de mentale leeftijd te meten
Hoe ver het kind was op het “normale” ontwikkelingspad
- In het begin werd intelligentie gedefinieerd als ‘de vaardigheid om juist te oordelen, te
begrijpen en te redeneren”