, 67 oefenvragen – alle antwoorden einde
20 open vragen
Hoofdstuk 1 – Oriëntatie op het werkveld
1. Welke kernwaarden vormen de basis van sociaal werk in Nederland, en hoe worden
deze in de praktijk zichtbaar?
2. Hoe onderscheidt sociaal werk zich van andere hulpverleningsberoepen binnen de
zorg- en welzijnssector?
3. Beschrijf hoe de beroepscode van sociaal werk richting geeft aan professioneel
handelen.
4. Wat wordt bedoeld met het begrip ‘generalistisch werken’ binnen sociaal werk, en
waarom is dit belangrijk?
5. Hoe kan een sociaal werker effectief samenwerken met andere disciplines binnen
een wijkteam?
Hoofdstuk 2 – Rollen en taken van de sociaal werker
6. Op welke manieren kan een sociaal werker bijdragen aan het versterken van de
eigen kracht van cliënten?
7. Beschrijf de balans tussen individueel hulpverlenen en werken aan collectieve
oplossingen.
8. Hoe kan een sociaal werker omgaan met ethische dilemma’s die ontstaan in de
praktijk?
9. Waarom is reflectie op het eigen handelen essentieel voor professionele ontwikkeling
in sociaal werk?
10. Hoe verhoudt het sociaal werk zich tot actuele maatschappelijke thema’s zoals
armoede, inclusie en diversiteit?