Organisatiekunde =
• en interdisciplinaire wetenschap die zich bezig houdt met het bestuderen van het
gedrag van organisaties
• Alsmede, de factoren die dit gedrag bepalen
• en de wijze waarop organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen
worden
Twee aspecten van organisatiekunde:
Een descriptief aspect: De beschrijving van het gedrag van de organisatie met de motieven
en gevolgen
Prescriptief aspect: Het advies over de handelswijze aan de hand van deze beschrijving
Interdisciplinariteit = Organisatiekunde gebruikt veel elementen die afkomstig zijn uit
andere wetenschappen/ vakgebieden (disciplines) - belangrijk!!! Oude disciplinies niet meer
te onderscheiden
Multidiscipliair = Organisatiekunde gebruikt veel elementen die afkomstig zijn uit andere
wetenschappen/ vakgebieden (disciplines) - oude disciplines wel te onderscheiden!!!
Besturing = richting geven aan de processen die in een organisatie plaatvinden
Effectiviteit = Mate waarin besturing slaagt – maakt niet uit wie deze besturing uitvoert
,Frederick Taylor – Scientific management
1. Standaardisatie van werkproces
2. Vergaande taakverdeling en routine
3. Hechte samenwerking tussen de leiding en de arbeiders, wel zakelijk
4. Bedrijfsleiders zijn verantwoordelijk
5. Belangrijk om de juiste man op de juiste plek te zetten, hierbij een zorgvuldige
selectie
6. Maakt gebruik van prestatiebeloningen
Het 8 – bazenstelsel
In zijn drang tot specialisatie, de leidinggevende taak op in een aantal deeltaken. Zo kreeg
een arbeider voor elke leidinggevende deeltaak een andere baas. wat resulteerde in het
achtbazenstelsel. Arbeidsverdeling over 8 functies
1. Tijd en kosten
2. Werkinstructies
3. Bewerkingen en hun volgorde
4. Werkvoorbereiding en uitgifte
5. Onderhoud
6. Kwaliteitscontrole
7. Technische inleiding
8. Personeelsbeheer
Henry Fayol – General management theorie
Deze theorie was gericht op de gehele organisatie, in tegenstelling tot taylor die zich vooral
bezighield met de productieafdeling.
Hierin word onderscheid gemaakt tussen 6 management gebieden.
1. Technisch
2. Commercieel
3. Financieel
4. Zelfbeschermend (veiligheid)
5. Boekhouding
6. Besturing
De besturing zorgt voor onderlinge samenhang op de overige gebieden.
Besturing:
1. Plannen -> het opstellen van een actieplan
2. Organiseren - > de opbouw van de organisatie
3. Bevel voeren -> men aan het werk zetten
, 4. Coordineren -> onderlinge afstemming
5. Controleren -> toezien van resultaten.
Eenheid van commando: Belangrijkste principe. Elke werknemer heeft 1 directe baas.
Max Weber – Theorie van bureaucratie
Deze theorie hield zich bezig met grote bedrijven.
1. Sterk doorgevoerde taakverdeling
2. Hierarchische bevelstructuur
3. Afgebakende bevoegdheden
4. Onpersoonlijk
5. Werving op basis van bekwaamheid
6. Vaste routine
7. Vastgelegde gegevens
8. Macht van functionarissen zijn aan restricties verbonden
Ideale bureaucratie: Volgens weber 'doelmatig' Ieder mens is een klein onderdeel van een
grotere, goed geoliede machine.
Elton Mayo – Human-relations beweging
Onderzoek gedaan dat de productie stijgt als er tevreden medewerkers zijn - > bij een
verbetering in de werkomstandigheden. (bijv kortere dagen etc)
Rationeel mensbeeld vs sociaal mensbeeld:
Rationeel
• Geld is de enige motivatie
• Individualist
• Rationeel
• Op zoek naar optimum, winstmaximaliserend
Sociaal:
• Bredere motivatie
• Groepslid
• Irrationeel, emotioneel
Objectieve factoren: werkomstandigheden