H1. Inleiding
1.1 Cybercriminaliteit als nieuw terrein voor de criminologie
Cybercriminaliteit is in opkomst en komt relatief vaak voor. Criminologisch onderzoek naar cybercriminaliteit is
pas sinds een aantal jaren echt volop in ontwikkeling, hoewel er al publicaties zijn uit de jaren negentig.
1.2 Wat is cybercriminaliteit?
Terminologie
- In dit boek wordt de term ‘cybercriminaliteit’ gebruikt.
- Het gaat hier om een overkoepelende term waar alle cyber-gerelateerde vormen van criminaliteit onder
vallen.
- Door de tijd heen zijn er ook veel andere termen voor digitale/online vormen van criminaliteit
voorbijgekomen, vb. netcrime, computer crime, hypercrime.
Definiëring
Er vallen veel delicten onder cybercriminaliteit, wat het lastig te definiëren maakt. Veel definities zijn dus vrij
breed en benadrukken vooral de rol van ICT bij het plegen van deze delicten.
In dit boek wordt de definitie van Yar (2013) aangehouden: “Cybercriminaliteit omvat alle strafbare gedragingen
waarbij ICT-systemen van wezenlijk belang zijn in de uitvoering van het delict.”
Classificering
Bekende tweedeling:
- Cybercriminaliteit in enge zin: nieuwe delicten die in het verleden nog niet bestonden en waarbij ICT
zowel het doelwit als het middel is (vb. hacken, ddos-aanvallen en verspreiden van computervirussen).
- Cybercriminaliteit in ruime zin (of: gedigitaliseerde criminaliteit): traditionele delicten die d.m.v. ICT
worden gepleegd en waarbij ICT van wezenlijk belang is in de uitvoering van het delict (vb.
cyberstalking, grooming en internetoplichting).
Deze tweedeling wordt in het Engels vaak gebruikt als: computer-focused vs. computer-enabled crime. Of cyber-
focused (of cyber-dependent) vs. cyber-enabled crime. Deze tweedeling is dus vooral gebaseerd op het doelwit
(wel of niet ICT). Er kan echter ook een combinatie van cyberdelicten in enge zin en gedigitaliseerde delicten
gepleegd worden (vb. naaktfoto’s worden gestolen d.m.v. hacking om deze te gebruiken voor digitale afpersing).
Er zijn ook andere classificaties:
- Koops en Kasperen (2019): computer als
• Object: beïnvloeden of aantasten van de opgeslagen gegevens in computers
• Instrument: dader zet computersysteem naar zijn hand om een (traditioneel) feit te plegen
• Omgeving: computersysteem onderdeel van een bredere omgeving waarbinnen het strafbare
feit wordt gepleegd en heeft mogelijk een rol in de bewijsvoering
- Wall (2007): generaties gebaseerd op de mate waarin het delict nieuw is t.o.v. traditionele criminaliteit
• Eerste generatie: ‘oude’ traditionele criminaliteit met gebruik van nieuwe technologieën, vb.
cyberstalking en cyberfraude
• Tweede generatie: ‘oude’ traditionele criminaliteit die nu een globaler karakter hebben, dus
nieuw qua reikwijdte en gebruikte instrumenten, vb. grootschalige fraude of kinderpornografie
op grotere schaal → technologie fungeert hier als force multiplier: één persoon kan op grote
schaal een misdaad plegen
• Derde generatie: misdaden die volledig worden gegenereerd door netwerktechnologie.
Technologie is hier niet alleen een force multiplier, maar ook het doelwit van de misdaden. Ook
misdaden die volledig plaatsvinden in virtuele werelden (vb. cyberverkrachting of cyberdiefstal)
vallen hieronder.
2