11 juli examen
Les 1: inleiding, uitrusting, veiligheid, techniek, milieu,
waterkaarten en meteorologie
1.1.1: inleiding
Klein vaarbewijs
Klein vaarbewijs is vereist:
- Snelle motorboten tot 15 meter lengte
- Pleziervaartuigen met lengte van meter
- Sleepboten, duwboten, sleepduwboten met lengte van meter als
pleziervaartuig met formele verklaring
- Beroepsvaartuigen met 15/25 meter lengte
- Alleen voor rivieren, kanalen en meren
Soorten schepen
Groot schip
Lengte van 20 meter of meer
Klein schip
Korter dan 20 meter
Boten of jachten.
Soorten rompen
Knikspant aanbevelen op:
Kleine binnenwater
Rondspant aanbevelen op:
Ruim water met veel golfslag
Intrekken van vaarbewijs kan voorkomen als
ver overtreeden toegstane vaarsnelheid
Herhaaldelijk varen onder invloed
1.2.1 uitrusting
Minimumeisen voor kleine schepen (niet verplicht)
- Anker
- Zeereling
o Belangrijk voor: boten op ruim water
o Scepters met 1/2 draden, zodat je niet overboord valt.
- Lenspomp met handleiding vanuit de kuip
o Belangrijk voor: kajuitzeilboten
o Blijven zeilen wanneer je een lekkage of buiswater in je boot hebt.
Motorboten: bilgepomp.
- Goede afsluiters voor de doorvoer onder de waterlijn
, o Belangrijk voor: kajuitboten.
o Boordafsluiters moeten bij verlating dicht zijn anders kans op zinken.
- Reddingsvesten
- Brandblusser
o Minimaal 2 kg inhoud.
- Reglementen (moet je hebben)
o Geldige Binnenvaartpolitiereglement aanwezig.
Snelle motorboten
Boten die sneller varen dan 20 km/u.
- Registratieteken + registratiebewijs op zak
- Schipper verantwoordelijk, diegene op registratie medeverantwoordelijk.
Verplichte uitrusting
- Motor onderbrekings knop (dodemansknop)
o Anders schipper overvaren door wieleffect
- Brandblusser
- Reddingsvesten
Verplichtingen bestuurder
- 18 jaar zijn
- Zittend besturen, staan met reddingsvest
Verplichtingen waterski
- Extra persoon van min 15 jaar oud.
Scepters
Rechtopstaande buizen van gem 60 cm (hoe hoger, hoe beter).
1.3.1 veiligheid
Doel van de Binnenvaartwet (BVW): veiligheid van en aan boord van schepen op
binnenwateren.
Brand
Brandbare stof + voldoende hoge ontbrandingstemperatuur + zuurstof.
A-branden
Kernbranden in vaste stoffen
- Papier & hout
B-branden
Vloeistofbranden
- Benzine, olie & spiritus
C-branden
Gasbranden
- Propaan, butaan
,D-branden
Metaalbranden
- Magnesium, aluminium
E-branden
Elektriciteitsbranden
- Kortsluiting
F-branden
Vet en/of oliebranden
- Vlam in de pan
Geschikte blusmiddelen
- Water
o Alleen bij A-branden
o Nooit bij F-branden
- Schuimblusser
o A-branden, B-branden, (soms C-branden)
o Weinig schade
o Bij lage temperatuur (-5) niet gebruiken.
- Poeder
o A-branden, B-branden, C-branden
o Kan schade aanrichten aan elektrische apparatuur en metalen
- Branddeken
o A-branden
Brandblusser
- Rijkskeurmerk & typegoedgekeurd
- Minimumcapaciteit: 2 kg
- Elke 2 jaar gekeurd door deskundige instantie
- Van de voor- en achterkant bij kunnen.
Les 1.3.2 brandpreventie
Gasdetector
Meet of benzine/gasdampen in gevaarlijke concentratie aanwezig zijn.
- Verschillende aftasters
Gas verzamelt zich in het laagste gedeelte van het schip, doordat het zwaarder is dan lucht.
sensoren in laagstgelegen deel.
Kooktoestel
- Thermisch beveiligd kooktoestel gastoevoer wordt afgesloten bij vlam.
Aansluiting gas
Koperen gasleidingen & voor ieder gastoestel een afsluiter.
Tussen afsluiter en gastoestel rubberen slang (om de drie jaar vernieuwd).
, Messing, koppelstuk: geel koper, wanddoorvoer
- Koperen gasleiding door een wand van de ene andere ruimte.
Gaslek zoek je op dmv zeepsop.
Gasbun
Gasfles voor kook- en verwarmingsdoeleinden.
- Plaatsen in afzonderlijke ruimte.
- Laagste punt een afvoer & van boven mogelijkheid voor frisse lucht.
Benzinemotor
Voordat je een ingebouwde benzinemotor start moet de motorruimte geventileerd worden
dmv vonkvrije elektrische ventilator die de lucht vanonder wegzuigt.
Jerrycans met benzine bij voorkeur opgeslagen in geventileerde ruimte.
Dieselmotor is dit niet nodig, want dit verdampt nauwelijks geen explosiegevaar.
Kortsluiting
Elektrische installatie bij lange tijd op de boot dmv hoofdschakelaars uit schakelen voor geen
kortsluiting.
Cardanisch
Het gastoestel blijft horizontaal, ondanks de wiebeling.
1.3.2 verdrinking
Als je in het water valt moet je
- Blijven drijven
- Warmte vasthouden foetus houding
Reddingsmiddelen
- Reddingsvest: Junior = 100 newton (10 kg) / senior = 275 newton (27,5 kg)
o Besto (100 N) niet opblaasbaar
o Besto (150 N) wel opblaasbaar (goed onderhouden)
50 N zwemvest
- Bij/op beschut water waar snel hulp aanwezig is.
- Niet veilig bij bewusteloosheid
o Kano, sufen, water & jetski, vissen
100 N reddingsvest
- Bij/op binnenwater & beschut water tijdens normale weersomstandigheden en lichte
kledij.
- Veilig bij bewusteloosheid.
150 N reddingsvest
- Bij/op open water en kustwater tijdens zware weersomstandigheden en zware kledij.
- Veilig bij bewusteloosheid.