1.1 Ontvangsten en uitgaven
Verzekeringen
Er zijn twee soorten verzekeringen:
Schadeverzekering Levensverzekering
Omschrijving • Je bent verzekerd tegen de • Je bent verzekerd tegen het
financiële gevolgen van financiële gevolg van overlijden
schade. (of: je bouwt kapitaal op
• De hoogte van de uitkering is gedurende een aantal jaren met
afhankelijk van de geleden een uitkering bij leven)
schade. • De hoogte van de uitkering
wordt tevoren bepaald en is
onafhankelijk van de geleden
schade.
Voorbeelden • Autoverzekering (WA en • Overlijdensrisicoverzeke
casco) ring
• Inboedelverzekering • Uitvaartverzekering
• Aansprakelijkheidsverze • Lijfrenteverzekering
kering
• Reisverzekering
• Zorgverzekering
(nasisverzekering en
aanvullende verzekeringen
voor bijvoorbeeld
fysiotherapie of tandarts)
Verzekeren heeft een aantal voordelen en nadelen:
Voordelen Nadelen
• Een verzekering beschermt je tegen de • Een verzekering kost geld (premies kunnen
financiële gevolgen van onverwachte relatief hoog zijn).
gebeurtenissen, zoals ongelukken, ziekte en • Verzekeringspolissen kunnen complex zijn en
diefstal (afdekken van risico's). vol juridische terminologie.
• Een verzekering geeft gemoedsrust en • Verzekeringen leiden tot moreel wangedrag:
verminderd stress en angst. verandering in het gedrag van mensen als zij niet
• Verzekeringen dragen bij aan het direct risico lopen op de financiële gevolgen van
maatschappelijk belang door financiële stabiliteit schade omdat zij een verzekering hebben
te bieden (zowel voor een individu als de hele afgesloten.
samenleving).
,1.2 Consumptief krediet
Consumptief krediet
- Consumptief krediet: krediet voor aanschaf van niet-waardevaste consumptiegoederen,
zoals een auto, elektronica en reizen.
- Het interestpercentage is relatief hoog (de bank heeft weinig zekerheid), omdat er sprake is
van een lening zonder onderpand.
5 belangrijke vormen van een consumptief krediet
Persoonlijke lening • De consument ontvangt in een keer het geleende bedrag voor een
vaste periode.
• De consument betaalt maandelijks interest en aflossing (vast
interestpercentage)
Rood staan • Een kredietlimiet op de betaalrekening waar salaris wordt gestort.
• De kredietlimiet ligt vaak tussen 500 en 2.500 euro
Kopen op afbetaling • Betaling in termijnen: koop nu en betaal volgend jaar
• De koper is meteen (juridisch) eigenaar
Huurkoop • Een bijzondere vorm van kopen of betaling
• De kopen is pas (juridisch) eigenaar na betaling van de laatste termijn.
• Als de koper zich niet aan de betalingsverplichting houdt, kan de
verkoper het product terugvorderen.
Creditcard • Een creditcard is een betaalkaart voor aankopen die echteraf wordt
betaalt.
• Je kunt met een creditcard betalen en lenen.
• Er zijn twee manieren om een creditcard te gebruiken:
1. Betalen: aan het eind van de maand wordt het bedrag van je
bankrekening afgeschreven. Je betaalt geen interest.
2. Lenen: aan het einde van de maand wordt het bedrag niet van je
rekening afgeschreven. Vanaf dat moment begin je dus te lenen
en moet je interest en aflossing betalen. Let op: voor nieuwe
creditcards is gespreid betalen niet meer mogelijk (ter
bescherming van de consument)
, Annuïteitenlening
- Een vorm van consumptief krediet is een annuïteitenlening.
- Het geleende geld wordt in vaste termijnen terugbetaald.
- Dit vaste bedrag noemen we een annuïteit en bestaat uit:
● Interest: de vergoeding voor het gebruiken van het geleende bedrag.
● Aflossing: het terugbetalen van het geleende bedrag.
- Naarmate de looptijd van de lening verstrijkt, wordt:
● Het interestdeel steeds kleiner (want er is al afgelost).
● Het aflossingsdeel wordt steeds groter (want het termijnbedrag blijft gelijk).
Bijvoorbeeld:
Stel dat Alice een persoonlijke lening van € 25.000 afsluit. Zij moet dan 59 maanden
lang € 526 per maand betalen. In totaal betaalt zij dus 59 x 526 =
€ 31.034 voor een lening van € 25.000. Het verloop van de annuïteitenlening ziet er als
volgt uit:
Maand Schuld aan het begin Interest Aflossing Annuïteit Schuld aan het einde
van de periode van de periode
1 25.000 0,75% = 338,50 526 24.661,50
187,50
2 24.661,50 0,75% = 341,04 526 24.320,46
184,96
3 24.320,46 0,75% = 343,60 526 23.976,86
182.40
Er zijn drie veelvoorkomende vragen bij het berekenen van de interest en aflossing
bij een annuïteitenlening:
Vraag Antwoord
1. Bereken voor een kredietbedrag • Interest in de eerste maand: 0,0095 x 2.500 =€ 23,75
van € 2.500 het bedrag van de • Aflossing in de eerste maand: 51 – 23,75 = €
aflossing in de eerste maand. 27,25
2. Bereken voor een kredietbedrag - Interest en aflossing in de eerste maand:
van € 10.000 het bedrag van de • Interest: 0,008 x 10.000 = € 80
aflossing in de tweede maand. • Aflossing: 208 – 80 = € 128
• Aan het begin van de tweede maand bedraagt de
restschuld nog 10.000 – 128 = € 9.872
- Interest en aflossing in de tweede maand:
• Interest: 0,008 x 9.872 = € 78,98
• Aflossing: 208 – 78,98 = € 129,02
3. Bereken voor een kredietbedrag • Totale interestbedrag bij een annuïteitenlening =
van € 10.000 het totale bedrag aan annuïteit x looptijd – geleende bedrag
interest dat wordt betaald • Totale interestbedrag = 61 x 208 – 10.000 = € 2.688
gedurende de looptijd.
Let op: het termijnbedrag van de annuïteitenlening is een vergoeding voor interest,
administratiekosten, winst van de kredietverstrekker en risico van wanbetaling (er wordt
in sommige opgaven dan ook wel gesproken van de totale kredietkosten).