Inleiding in de pedagogiek
Vraag 1:
Wat is het belangrijkste uitgangspunt van het empirisme in de
pedagogiek?
A) Kennis wordt verworven door ervaring en waarneming, en niet door
aangeboren ideeën.
B) Kennis is aangeboren en komt voort uit rationele gedachten.
C) Het doel van opvoeding is de zelfontplooiing van het kind, ongeacht
de omgeving.
D) Opvoeding moet gericht zijn op het ontwikkelen van de emoties van
het kind.
Vraag 2:
Wat is een belangrijk kenmerk van de rationalistische
pedagogiek?
A) Kennis is vooral gebaseerd op ervaring en gevoelens van het kind.
B) Kennis komt voort uit natuurwetenschappelijke wetten die door het
menselijk verstand begrepen moeten worden.
C) Opvoeding richt zich uitsluitend op het gevoel van het kind, zonder
nadruk op verstandelijke ontwikkeling.
D) De ontwikkeling van het kind wordt gezien als een natuurlijk proces,
gestuurd door de emoties.
Vraag 3:
Wat was een belangrijk kenmerk van de pedagogiek van de
Verlichting?
A) Het idee dat de opvoeding van kinderen vooral afhankelijk is van de
natuurlijke aanleg van het kind.
B) Het idee dat kinderen door onderdrukking en discipline hun
volledige potentieel kunnen bereiken.
C) Het benadrukken van redelijkheid en verlichting als fundamenten
voor opvoeding, waarbij het kind gezien wordt als een actieve en rationele
leerling.
D) Het idee dat kinderen enkel door emoties en gevoelens moeten
worden aangestuurd.
Vraag 4:
, Wat was een belangrijk uitgangspunt van de romantische
pedagogiek?
A) Het idee dat het kind een rationele, denkende wezen is dat geordend
moet worden door strikte regels.
B) Het idee dat de opvoeding van een kind voornamelijk gericht moet zijn
op het beschermen van zijn gevoelige natuur en het stimuleren van de
zelfexpressie.
C) De nadruk ligt op het strikt volgen van bestaande normen en regels om
het kind onder controle te houden.
D) Het idee dat het onderwijs vooral gericht moet zijn op praktische
vaardigheden en arbeid.
Vraag 5:
Wat is een belangrijk kenmerk van de reformpedagogiek?
A) Het nadruk leggen op traditionele methodes van onderwijs en strikte
discipline.
B) De nadruk op het zelfstandig leren en het belang van
praktijkervaring voor kinderen.
C) Het beperken van de betrokkenheid van ouders in de opvoeding van
kinderen.
D) Het idee dat kinderen pas op latere leeftijd in staat zijn om rationele
keuzes te maken.
Vraag 6:
Volgens het empirisme moeten kinderen vooral leren door:
A) Het lezen van boeken en luisteren naar autoriteit.
B) Het doorlopen van vaste leertrajecten die niet kunnen worden
aangepast aan de behoeften van het kind.
C) Het actief verkennen van de wereld om hen heen en door ervaring.
D) Het volgen van een vast leerplan dat door de overheid is opgelegd.
Vraag 7:
Wat is het belangrijkste doel van opvoeding volgens de
rationalistische pedagogiek?
A) Het ontwikkelen van de gevoelens en de creativiteit van kinderen.
B) Het ontwikkelen van de intelligentie en het logisch denken van
kinderen.