Inhoud WC FF - deel fysiologie
Werkcollege 1
Werkcollege 2
Wercollege 3 voorbereiding
Werkcollege 3
Werkcollege 4 voorbereiding
Werkcollge 4
Werkcollege 5
COO
,Werkcollege 1
GRADIËNTEN
Gradiënten per ion:
Kalium
• Evenwichtsgradiënt = -90mV
• Iongradiënt en concentratiegradiënt in
evenwicht bij rustmembraanpotentiaal
Natrium
• Evenwichtsgradiënt = 60mV
• Iongradiënt naar buiten -> wilt het
membraanpotentiaal naar negatief hebben
• Concentratiegradiënt naar binnen -> buiten
de cel zit een hogere concentratie natrium
dat naar de lage concentratie binnen wilt
Chloor
• Evenwichtsgradiënt = -83mV
• Iongradiënt naar buiten -> wilt binnenin de
cel weer naar positief
• Concentratiegradiënt naar binnen -> buiten
de cel een hoge concentratie en wilt naar
lage concentratie binnenin de cel
Calcium
• Evenwichtsgradiënt = 122mV
• Iongradiënt naar buiten -> wilt binnenin de
cel weer terug naar negatief
• Concentratiegradiënt naar binnen -> buiten
de cel hoge concentratie en wilt naar
binnen voor de lage concentratie
Met Nernst vergelijking kan je per ion
berekenen wat het evenwichtspotentiaal is
• Concentratie van ion binnen de cel en
buiten de cel nodig
• Bij RT/zF moet je lading van ion geven:
positieve ionen: +61, negatieve ionen: -61,
bij ionen met lading groter dan +-1 dan 61
delen door de lading ( Ca2+ = 30,5)
Drijvende kracht van ion = als er een netto verschil zit
tussen het membraanpotentiaal en het evenwichtspotentiaal
van dat ion
• Bepaald door 2 factoren: elektrisch potentiaalverschil en
concentratiegradiënt
• Berekenen door: Vdf = Vm - Eion
, MEMBRAANPOTENTIAAL
Een cel heeft vaak meerdere ionkanalen op het membraan, het membraanpotentiaal kan maar 1 waarde aannemen waardoor niet alle
ionkanalen in evenwicht kunnen zijn -> welke kanalen hebben het meeste invloed op het membraanpotentiaal
• Permeabiliteit van het membraan voor dat ion -> in rust zijn er meer K+ kanaaltjes open dan Na+ kanaaltjes
• Het ion waarvan Eion het dichtste bij het membraanpotentiaal in rust zit
Je kan het membraanpotentiaal berekenen met vergelijking van Goldman -> p = geleidbaarheid
Bij toenemen van de permeabiliteit van een ion, zal het
membraanpotentiaal veranderen in richting van het
evenwichtspotentiaal van dat ion
-> ion dat niet permeabel is voor het membraan heeft geen
invloed op de totale membraanpotentiaal
Hyperkaliëmie = te weinig kalium in de cel, veel kalium buiten de cel -> ontstaat bij een actiepotentiaal, bij de repolarisatie wanneer
K+ kanaaltjes opengaan en kalium de cel uitstroomt
• Wordt opgelost door Na+/ K+ - ATPase -> 2 Kalium naar binnen (hebben het Koud), 3 Natrium naar buiten
ACTIEPOTENTIAAL
Actiepotentiaal ontstaat door binden van een exciterende
neurotransmitter aan een receptor, deze zorgt voor het
opengaan van de ionkanalen waardoor Na+/ Ca2+ de cel
kan binnenstromen -> bestaat uit verschillende onderdelen
• Rustfase = membraanpotentiaal negatief
• Drempelwaarde wordt bereikt en alles-of-niets reactie
start waardoor alle Na-kanaaltjes opengaan en er een
depolarisatie ontstaan = membraanpotentiaal positief
• K-kanaaltjes reageren later maar gaan open en er
ontstaat een repolarisatie = membraanpotentiaal
negatief
• K+ stroomt zo graag de cel uit, de permeabiliteit van K+
is hoog en het zorgt dat het membraanpotentiaal nog
lager zakt dan het rustmembraanpotentiaal en er
ontstaat een hyperpolarisatie = membraanpotentiaal
negatief
Neurotransmitters = nodig om een actiepotentiaal te genereren op het post-synaptische
membraan
• EPSP = exciterende post synaptische potentiaal
• IPSP = inhiberende post synaptische potentiaal
• Kunnen worden opgeteld om de drempelwaarde te bereiken
• Temporele sommatie = meerdere impulsen worden van
hetzelfde neuron afgevuurd, de EPSP/IPSP worden in de
tijd bij elkaar opgeteld
• Spatial sommatie = meerdere impulsen komen van
verschillende neuronen, de EPSP/IPSP worden bij elkaar
opgeteld in de ruimte
• EPSP-IPSP cancelation = IPSP en EPSP heffen elkaar
op
Werkcollege 1
Werkcollege 2
Wercollege 3 voorbereiding
Werkcollege 3
Werkcollege 4 voorbereiding
Werkcollge 4
Werkcollege 5
COO
,Werkcollege 1
GRADIËNTEN
Gradiënten per ion:
Kalium
• Evenwichtsgradiënt = -90mV
• Iongradiënt en concentratiegradiënt in
evenwicht bij rustmembraanpotentiaal
Natrium
• Evenwichtsgradiënt = 60mV
• Iongradiënt naar buiten -> wilt het
membraanpotentiaal naar negatief hebben
• Concentratiegradiënt naar binnen -> buiten
de cel zit een hogere concentratie natrium
dat naar de lage concentratie binnen wilt
Chloor
• Evenwichtsgradiënt = -83mV
• Iongradiënt naar buiten -> wilt binnenin de
cel weer naar positief
• Concentratiegradiënt naar binnen -> buiten
de cel een hoge concentratie en wilt naar
lage concentratie binnenin de cel
Calcium
• Evenwichtsgradiënt = 122mV
• Iongradiënt naar buiten -> wilt binnenin de
cel weer terug naar negatief
• Concentratiegradiënt naar binnen -> buiten
de cel hoge concentratie en wilt naar
binnen voor de lage concentratie
Met Nernst vergelijking kan je per ion
berekenen wat het evenwichtspotentiaal is
• Concentratie van ion binnen de cel en
buiten de cel nodig
• Bij RT/zF moet je lading van ion geven:
positieve ionen: +61, negatieve ionen: -61,
bij ionen met lading groter dan +-1 dan 61
delen door de lading ( Ca2+ = 30,5)
Drijvende kracht van ion = als er een netto verschil zit
tussen het membraanpotentiaal en het evenwichtspotentiaal
van dat ion
• Bepaald door 2 factoren: elektrisch potentiaalverschil en
concentratiegradiënt
• Berekenen door: Vdf = Vm - Eion
, MEMBRAANPOTENTIAAL
Een cel heeft vaak meerdere ionkanalen op het membraan, het membraanpotentiaal kan maar 1 waarde aannemen waardoor niet alle
ionkanalen in evenwicht kunnen zijn -> welke kanalen hebben het meeste invloed op het membraanpotentiaal
• Permeabiliteit van het membraan voor dat ion -> in rust zijn er meer K+ kanaaltjes open dan Na+ kanaaltjes
• Het ion waarvan Eion het dichtste bij het membraanpotentiaal in rust zit
Je kan het membraanpotentiaal berekenen met vergelijking van Goldman -> p = geleidbaarheid
Bij toenemen van de permeabiliteit van een ion, zal het
membraanpotentiaal veranderen in richting van het
evenwichtspotentiaal van dat ion
-> ion dat niet permeabel is voor het membraan heeft geen
invloed op de totale membraanpotentiaal
Hyperkaliëmie = te weinig kalium in de cel, veel kalium buiten de cel -> ontstaat bij een actiepotentiaal, bij de repolarisatie wanneer
K+ kanaaltjes opengaan en kalium de cel uitstroomt
• Wordt opgelost door Na+/ K+ - ATPase -> 2 Kalium naar binnen (hebben het Koud), 3 Natrium naar buiten
ACTIEPOTENTIAAL
Actiepotentiaal ontstaat door binden van een exciterende
neurotransmitter aan een receptor, deze zorgt voor het
opengaan van de ionkanalen waardoor Na+/ Ca2+ de cel
kan binnenstromen -> bestaat uit verschillende onderdelen
• Rustfase = membraanpotentiaal negatief
• Drempelwaarde wordt bereikt en alles-of-niets reactie
start waardoor alle Na-kanaaltjes opengaan en er een
depolarisatie ontstaan = membraanpotentiaal positief
• K-kanaaltjes reageren later maar gaan open en er
ontstaat een repolarisatie = membraanpotentiaal
negatief
• K+ stroomt zo graag de cel uit, de permeabiliteit van K+
is hoog en het zorgt dat het membraanpotentiaal nog
lager zakt dan het rustmembraanpotentiaal en er
ontstaat een hyperpolarisatie = membraanpotentiaal
negatief
Neurotransmitters = nodig om een actiepotentiaal te genereren op het post-synaptische
membraan
• EPSP = exciterende post synaptische potentiaal
• IPSP = inhiberende post synaptische potentiaal
• Kunnen worden opgeteld om de drempelwaarde te bereiken
• Temporele sommatie = meerdere impulsen worden van
hetzelfde neuron afgevuurd, de EPSP/IPSP worden in de
tijd bij elkaar opgeteld
• Spatial sommatie = meerdere impulsen komen van
verschillende neuronen, de EPSP/IPSP worden bij elkaar
opgeteld in de ruimte
• EPSP-IPSP cancelation = IPSP en EPSP heffen elkaar
op