Hoofdstuk 1
In westerse samenlevingen zijn drie hoofdbeelden van jongeren te onderscheiden:
1. De onbekommerde jongere: Jongeren zijn vrij van maatschappelijke verplichtingen en kennen
weinig sociale verantwoordelijkheden.
2. De moeilijke jongere: Jongeren zitten in een knoop met hun ontluikende zelfstandigheid, zijn
op zoek naar hun eigen identiteit en voelen zich onbegrepen.
3. De onbeheerste en ongeremde jongeren: De jongeren hebben zichzelf niet in de handen en
kennen geen grenzen. Ze gaan gemakkelijk over de scheef. De oorzaak kan permanent zijn,
ADHD of tijdelijk. De dominante waarden die daarbij horen zijn vandalisme en geweld.
Portoprofessionalisering: Het gebruiken van sociaalwetenschappelijke inzichten en bijbehorende
professionele taal in het alledaagse leven. Inzichten en jargon worden via diverse media verspreid en
worden onderdeel van het denken en spreken van bijvoorbeeld ouders over de opvoeding en
ontwikkeling van hun kinderen.
Individualisering: Maatschappelijke proces waardoor mensen meer als individu dan als onderdeel van
een sociale groep in de samenleving staan en op hun individualiteit worden aangesproken.
Voor jongeren betekend dit dat ze zich niet zomaar kunnen verlaten op tradities en
vanzelfsprekendheden, maar dat ze op alle levensgebieden keuzes moeten maken en daarvoor zelf
verantwoordelijk zijn.
Leefwereld: Omgeving die wordt gedefinieerd aan de hand van het alledaagse doen en laten van
individuen of groepen.
De leefwereld van jongeren wordt beïnvloed door maatschappelijke voorwaarden en ontwikkelingen.
Drie veranderingen in de technologische ontwikkeling die doorwerken in de leefwereld van
jongeren:
1. Miniaturisering: Als gevolg van het voortschrijdende microsysteem technologie worden
informatie- en communicatiemiddelen in steeds kleiner formaat geproduceerd. Hierdoor kunnen
jongeren overal en voortdurend met elkaar in contact zijn zonder dat ze elkaar ontmoeten. Dit
zorgt voor individualisering.
2. Betaalbaar voor bijna iedereen: Technologie is betaalbaar voor iedereen waardoor iedereen
het ook kan aanschaffen dat ook tot individualisering leidt.
3. Verhouding tot de imaginaire wereld is gewijzigd: De scherm is een middel geworden voor
actieve betrokkenheid en interactie.
Expressief individualisme: De nadruk is op het individuele welzijn, de ontplooiing van eigen potenties,
individuele autonomie, zelfbeschikking en vrijheid. Het individu moet eigen krachten en capaciteiten
kunnen ontplooien in het belang van de persoonlijke originaliteit en authenticiteit.
Informalisering: Veranderingen in de betrekkingen tussen mensen.
Ontwikkelingen die invloed hebben op de leefwereld van de jongeren:
1. Miniaturisering
2. Technologie
3. Individualisering
4. Informalisering
5. Populaire cultuur
Strong ties: Zijn hechte banden van mensen met hun familie en vrienden en die van grote sociaal-
emotionele betekenis zijn.
Weak ties: Zwakke bindingen die minder frequent en diepgaand worden aangegaan. (Kennis of
bekenden)