Beginselen staatsrecht
Week 1
Kenmerken staat
Het begrip ‘staat’ vertoont een aantal kenmerken. Samengevat is de staat een organisatie
die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent over een gemeenschap
van mensen op een bepaald grondgebied. Erkenning door andere staten is geen formeel
vereiste, maar een belangrijke aanwijzing dat de staat effectief gezag uitoefent. De
mogelijkheid van toepassing van dwang ter handhaving van de gemeenschapsnormen is
kenmerkend voor de staat.
Kenmerken van een democratische rechtsstaat
In een democratische rechtsstaat hebben burgers invloed op de invloed op de overheid en is
ook de overheid aan regels gebonden. Een democratische rechtsstaat draagt de volgende
kenmerken:
1) De overheid mag slechts optreden op grond van algemene regels die democratisch
tot stand zijn gekomen. (Legaliteitsbeginsel)
2) De macht van de overheid is gespreid over verschillende organen of personen in de
staat. = trias politica
3) Een onafhankelijke rechter biedt burgers bescherming tegen overheidsoptreden dat
willekeurig is of op een andere manier in strijd is met het recht.
4) Burgers hebben fundamentele rechten die de overheid moeten eerbiedigen.
(Grondrechten)
5) Burgers kunnen invloed uitoefenen op het beleid van de overheid d.m.v het
parlement. (Democratiebeginsel).
Bronnen van het Nederlandse staatsrecht
Het Nederlandse staatsrecht heeft verschillende bronnen namelijk;
- Het statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Het statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelt de organisatie van het koninkrijk en
de onderlinge verhoudingen en samenwerking tussen Nederland en de overzeese delen van
het koninkrijk. Art. 23 van het Statuur stelt bijv. dat de rechtsmacht van de Hoge Raad der
Nederlanden ten aanzien van rechtszaken in de overzeese delen van het koninkrijk wordt
geregeld bij Rijkswet.
- De grondwet:
De grondwet regelt de inrichting en het functioneren van de Nederlandse staat en de
staatsorganen en de verdeling van de staatsmacht. Zo stelt art. 42 lid 1 GW dat de regering
wordt gevormd door de koning en de ministers. Wetten, als de grondwet bepaalt dat iets
nader geregeld moet worden in een wet in formele zin, dan spreken we van een organieke
wet.
- Gewoonterecht:
Omdat het staatsrecht zich ontwikkelt vinden we dir ook in (ongeschreven) regels van
gewoonterecht. Van een gewoonte is sprake als een bepaald gebruik, waarvan men vindt
dat het juridisch gezien zo hoort, een zekere tijd voortduurt. Een voorbeeld hiervan is de
vertrouwensregel. Volgens deze regel kan bijv. een minister of zelfs de hele regering, die het
vertrouwen van de volksvertegenwoordiger verliest, zijn functie niet meer uitoefenen en
, moet deze aftreden. Dit is een ongeschreven regel die niet in de wet is vastgelegd, maar
eenvoudig wordt toegepast omdat men vindt dat dit zo hoort een democratische
rechtsstaat.
- Verdragen en Europese maatregelen:
Voorbeelden van verdragen zijn; het EU-verdrag, het verdrag van Schengen, het
Vluchtelingenverdrag, het EVRM en het BUOP.
- Jurisprudentie
- Regelement van Orde
Verschil tussen rigid constitution & flexible constitution
De Nederlandse grondwet is een ‘rigid constitution’, dat wil zeggen dat een grondwet
moeilijker te wijzigen is dan een gewone wet. Een gewone wet wordt een wet als het door
een gewone meerderheid van elk van beide kamers is aanvaard en door de regering
bekrachtigd is. Hoofdstuk 8 van de grondwet geeft voor een grondwetswijziging een speciale
en moeilijke procedure. Een moeilijk te veranderen grondwet zou ertoe kunnen leiden dat er
een kloof onstaat tussen het rechtsbewustzijn en de geschreven tekst. De Britse
staatsregeling is grotendeels ongeschreven en in gewone wetten neergelegd en kan dus
door een gewone wet gewijzigd worden, dan spreken we van ‘flexible constitution’.
Trias Politica
De macht van de overheid is gespreid over verschillende organen of personen in de staat. De
scheiding tussen wetgevende mach, uitvoerede macht, en rechtsprekende macht = trias
politica. De Trias Politica is niet volledig doorgevoerd. Voor machtsevenwicht is er controle
en samenwerking tussen de regering (uitvoerende macht) en het parlement (de wetgevende
macht) ‘checks and balances’. De rechtsprekende macht is echter wel volledig
onafhankelijk.
Betekenis van het Nederlandschap
Alleen Nederlanders hebben het recht om leden van de Tweede Kamer en van de provinciale
Staten te kiezen (actief kiesrecht). Omgekeerd hebben ook alleen Nederlanders het recht in
deze vertegenwoordigde lichamen gekozen te worden (passief kiesrecht).
Anders ligt de situatie met betrekking tot gemeenteraden. Art. 130 van de Grondwet biedt
aan de wet de mogelijkheid het actief en passief kiesrecht ten aanzien van gemeenteraden
ook toe te kennen aan ingezetenen die geen Nederlander zijn, maar ten minste voldoen aan
de aan Nederlanders gestelde eisen.
Nederland en het Koninkrijk der Nederlanden
Tot 10 oktober 2010 bestond het Koninkrijk der Nederlanden uit de volgende landen,
Nederland, Nederlandse Antillen en Aruba. Nu omvat het koninkrijk der Nederlanden 4
landen, Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (Artikel 1 van het statuut). Tot
Nederland behoren ook de Caribische eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES-
eilanden).
Verhouding tussen het Statuut en de Grondwet
Het Statuut geldt voor het gehele koninkrijk, Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. De
Grondwet alleen voor het Nederlandse rijksdeel. Het Statuut is een hogere regeling, waaraan
de Grondwet zich moet conformeren (art. 5 lid 2 Statuut). Het Statuut regelt dus de
verhouding dus de vier landen en daarmee het federale koninkrijk recht. Het Statuut bevat
Week 1
Kenmerken staat
Het begrip ‘staat’ vertoont een aantal kenmerken. Samengevat is de staat een organisatie
die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent over een gemeenschap
van mensen op een bepaald grondgebied. Erkenning door andere staten is geen formeel
vereiste, maar een belangrijke aanwijzing dat de staat effectief gezag uitoefent. De
mogelijkheid van toepassing van dwang ter handhaving van de gemeenschapsnormen is
kenmerkend voor de staat.
Kenmerken van een democratische rechtsstaat
In een democratische rechtsstaat hebben burgers invloed op de invloed op de overheid en is
ook de overheid aan regels gebonden. Een democratische rechtsstaat draagt de volgende
kenmerken:
1) De overheid mag slechts optreden op grond van algemene regels die democratisch
tot stand zijn gekomen. (Legaliteitsbeginsel)
2) De macht van de overheid is gespreid over verschillende organen of personen in de
staat. = trias politica
3) Een onafhankelijke rechter biedt burgers bescherming tegen overheidsoptreden dat
willekeurig is of op een andere manier in strijd is met het recht.
4) Burgers hebben fundamentele rechten die de overheid moeten eerbiedigen.
(Grondrechten)
5) Burgers kunnen invloed uitoefenen op het beleid van de overheid d.m.v het
parlement. (Democratiebeginsel).
Bronnen van het Nederlandse staatsrecht
Het Nederlandse staatsrecht heeft verschillende bronnen namelijk;
- Het statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Het statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelt de organisatie van het koninkrijk en
de onderlinge verhoudingen en samenwerking tussen Nederland en de overzeese delen van
het koninkrijk. Art. 23 van het Statuur stelt bijv. dat de rechtsmacht van de Hoge Raad der
Nederlanden ten aanzien van rechtszaken in de overzeese delen van het koninkrijk wordt
geregeld bij Rijkswet.
- De grondwet:
De grondwet regelt de inrichting en het functioneren van de Nederlandse staat en de
staatsorganen en de verdeling van de staatsmacht. Zo stelt art. 42 lid 1 GW dat de regering
wordt gevormd door de koning en de ministers. Wetten, als de grondwet bepaalt dat iets
nader geregeld moet worden in een wet in formele zin, dan spreken we van een organieke
wet.
- Gewoonterecht:
Omdat het staatsrecht zich ontwikkelt vinden we dir ook in (ongeschreven) regels van
gewoonterecht. Van een gewoonte is sprake als een bepaald gebruik, waarvan men vindt
dat het juridisch gezien zo hoort, een zekere tijd voortduurt. Een voorbeeld hiervan is de
vertrouwensregel. Volgens deze regel kan bijv. een minister of zelfs de hele regering, die het
vertrouwen van de volksvertegenwoordiger verliest, zijn functie niet meer uitoefenen en
, moet deze aftreden. Dit is een ongeschreven regel die niet in de wet is vastgelegd, maar
eenvoudig wordt toegepast omdat men vindt dat dit zo hoort een democratische
rechtsstaat.
- Verdragen en Europese maatregelen:
Voorbeelden van verdragen zijn; het EU-verdrag, het verdrag van Schengen, het
Vluchtelingenverdrag, het EVRM en het BUOP.
- Jurisprudentie
- Regelement van Orde
Verschil tussen rigid constitution & flexible constitution
De Nederlandse grondwet is een ‘rigid constitution’, dat wil zeggen dat een grondwet
moeilijker te wijzigen is dan een gewone wet. Een gewone wet wordt een wet als het door
een gewone meerderheid van elk van beide kamers is aanvaard en door de regering
bekrachtigd is. Hoofdstuk 8 van de grondwet geeft voor een grondwetswijziging een speciale
en moeilijke procedure. Een moeilijk te veranderen grondwet zou ertoe kunnen leiden dat er
een kloof onstaat tussen het rechtsbewustzijn en de geschreven tekst. De Britse
staatsregeling is grotendeels ongeschreven en in gewone wetten neergelegd en kan dus
door een gewone wet gewijzigd worden, dan spreken we van ‘flexible constitution’.
Trias Politica
De macht van de overheid is gespreid over verschillende organen of personen in de staat. De
scheiding tussen wetgevende mach, uitvoerede macht, en rechtsprekende macht = trias
politica. De Trias Politica is niet volledig doorgevoerd. Voor machtsevenwicht is er controle
en samenwerking tussen de regering (uitvoerende macht) en het parlement (de wetgevende
macht) ‘checks and balances’. De rechtsprekende macht is echter wel volledig
onafhankelijk.
Betekenis van het Nederlandschap
Alleen Nederlanders hebben het recht om leden van de Tweede Kamer en van de provinciale
Staten te kiezen (actief kiesrecht). Omgekeerd hebben ook alleen Nederlanders het recht in
deze vertegenwoordigde lichamen gekozen te worden (passief kiesrecht).
Anders ligt de situatie met betrekking tot gemeenteraden. Art. 130 van de Grondwet biedt
aan de wet de mogelijkheid het actief en passief kiesrecht ten aanzien van gemeenteraden
ook toe te kennen aan ingezetenen die geen Nederlander zijn, maar ten minste voldoen aan
de aan Nederlanders gestelde eisen.
Nederland en het Koninkrijk der Nederlanden
Tot 10 oktober 2010 bestond het Koninkrijk der Nederlanden uit de volgende landen,
Nederland, Nederlandse Antillen en Aruba. Nu omvat het koninkrijk der Nederlanden 4
landen, Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (Artikel 1 van het statuut). Tot
Nederland behoren ook de Caribische eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES-
eilanden).
Verhouding tussen het Statuut en de Grondwet
Het Statuut geldt voor het gehele koninkrijk, Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. De
Grondwet alleen voor het Nederlandse rijksdeel. Het Statuut is een hogere regeling, waaraan
de Grondwet zich moet conformeren (art. 5 lid 2 Statuut). Het Statuut regelt dus de
verhouding dus de vier landen en daarmee het federale koninkrijk recht. Het Statuut bevat