,
,1 Basis sociaal werk
1.1 Centrale concepten en begrippen in het sociaal werk
Sociaal functioneren verwijst naar de wijze waarop individuen deelnemen aan maatschappelijke relaties en
interacties. Het gaat daarbij niet enkel om aanwezigheid, maar om de mate waarin mensen betekenisvolle
verbindingen aangaan en actief bijdragen aan hun omgeving. In recente literatuur wordt benadrukt dat
sociaal functioneren steeds sterker verweven is met vraagstukken rond digitale inclusie en participatie in
hybride gemeenschappen, waarin offline en online netwerken elkaar overlappen (Van der Laan &
Veldboer, 2023).
Het begrip sociale kwaliteit verwijst naar de mate waarin sociale samenhang, inclusie, participatie en
welbevinden in de samenleving aanwezig zijn. Het concept wordt sinds 2024 nadrukkelijk gekoppeld aan
het creëren van sociale veerkracht: het vermogen van gemeenschappen om gezamenlijk te reageren op
sociale, economische en ecologische veranderingen (Hurenkamp, 2024).
Inclusiviteit gaat verder dan de participatie van mensen met een beperking; het omvat een brede erkenning
dat iedereen, ongeacht achtergrond, gender, culturele herkomst of sociaaleconomische positie, volwaardig
deelneemt aan de samenleving. Daarmee is inclusiviteit een kernwaarde binnen het sociaal werk en sluit
het aan bij internationale kaders zoals de Sustainable Development Goals (United Nations, 2023).
De normatieve professional is de sociaal werker die in zijn handelen voortdurend waarden en normen
weegt. Dit vraagt niet enkel kennis van wet- en regelgeving, maar ook een kritische reflectie op ethische
dilemma’s en maatschappelijke ongelijkheid (Kwekkeboom, 2023).
Binnen deze context wordt discretionaire ruimte steeds belangrijker: de professionele vrijheid om binnen
wettelijke kaders zelfstandig afwegingen te maken en maatwerk te leveren.
Interventies zijn doelbewuste handelingen of trajecten die worden ingezet om sociale situaties te
verbeteren. Deze variëren van preventieve programma’s tot herstelgerichte begeleiding en worden steeds
vaker interdisciplinair uitgevoerd. Integraal werken vormt hierbij het uitgangspunt: samen met professionals
uit diverse domeinen wordt gezocht naar samenhangende oplossingen die passen bij de leefwereld van
betrokkenen (Bastiaanssen & Kal, 2023).
, 1.2 Contexten in het sociaal werk
Het sociaal werk speelt zich af binnen drie overlappende sociale contexten TENTAMEN!!
De primaire leefomgeving vormt het uitgangspunt van ondersteuning. Dit kan een gezin, partnerrelatie of
alleenstaand huishouden zijn, maar ook een residentiële setting, al dan niet tijdelijk of verplicht. Recent
onderzoek benadrukt dat een stabiele en veilige leefomgeving essentieel is voor duurzame participatie en
welzijn (De brede basis van het sociaal werk, 2023).
Naast de primaire leefomgeving spelen netwerken een cruciale rol. Deze omvatten zowel informele
structuren, zoals familie, vrienden en buurtgenoten, als formele contexten zoals werk, school en
verenigingen. Door de opkomst van digitale platforms zijn nieuwe vormen van netwerken ontstaan, zoals
online lotgenotengroepen en digitale gemeenschappen, die steeds vaker een integraal onderdeel vormen
van sociaal werk (Scholte, 2024).
De derde context bestaat uit gemeenschappen. Deze kunnen lokaal zijn, zoals een wijk of gemeente, maar
ook thematisch of virtueel. Binnen gemeenschappen wordt sociaal kapitaal opgebouwd, en sociaal werkers
spelen een sleutelrol in het versterken van wederkerigheid en collectieve verantwoordelijkheid (Tronto,
2025).