Module 4. Spoedeisende hulp
Thema 1. Problemen in de Airway
Organisatie
De student kent de organisatie van spoedeisende zorg in Nederland
Acute zorg is ketenzorg. Aan de hand van de zorgvraag die binnenkomt via
112 of via de HAP wordt de benodigde zorg op medisch terrain ingeschat en
kunnen hulpdiensten worden ingezet. Met betrekking tot de organisatie van
ziekenhuiszorg is er sprake van een differentiatie. Het ministerie van VWS en
de Nederlandse zorgautoriteit (NZa) hebben de aanzet gegeven tot
concentratie van de acute zorg.
De student kent, ontwikkelt en past niet-technische vaardigheden toe binnen de acute patiëntenzorg
Crew resource management (CRM) = beoogt spoedzorg in goede banen te leiden. Het komt uit de luchtvaart en
focust zich op niet de technische vaardigheden, maar op het proces. Dus de communicatie, stress en coördinatie
van taken. Het richt zich ook op threat and error management om zoveel mogelijke menselijke fouten te
voorkomen. Het richt zich op het gehele team.
Definitie van (medisch) team = verschillende functionele specialismen/professionals die bijdragen aan het
eindresultaat. Een goed team heb je door effectief te communiceren, een goede leider te hebben, taakuitvoering
goed te kunnen monitoren en wederzijdse ondersteuning te bieden. Alle spelers hebben de juiste perceptie van de
werkelijke situatie en samen hebben zij situational awareness.
Situational awareness:
Wat is de situatie nu?
Wat is de rolverdeling?
Wat zijn de prioriteiten in de behandeling? Waar
werken we naar toe?
De medische benadering binnen een acute setting is
gestandaardiseerd en gestructureerd, hierdoor verloopt het
denken en handelen analytisch en in een passende volgorde
volgens een algoritme (zoals SBARR, ABCDE, AMPLE, universele
triage etc.).
Hoeveelheid ervaren stress in het moment hangt samen met NUTS. Gestandaardiseerd werken verminderd NUTS:
Novelty = nieuwheid
Unpredictability = onvoorspelbaarheid
Threat to your ego
Sense of your control (grip)
Distress = maken van onverwachte fouten, focus op probleemgebied met tunnelvisie, zintuigelijke waarneming
neemt af, paniek ontstaat, apathie
,De student kan beschrijven wat de zwijgplicht en de zorgplicht in de context van het medisch handelen inhoudt, en
weet hiermee om te gaan
WKKGZ = veilig incidenten melden (VIM)
WGBO = behandeling/behandelrelatie, medisch beroepsgeheim, verschoningsrecht en zwijgrecht, informed
consent (KNMG-dossiers voor artsen)
Zwijgplicht en geheimhoudingsplicht gaat over alles wat je tijdens het werk over een patiënt te weten komt, tegen
iedereen, ook na overlijden.
Verschoningsrecht = recht van een medisch professional om tegenover politie en justitie te zwijgen. Hierin mag
een eigen afweging gemaakt worden.
Wanneer wel doorbreken = toestemming van de patiënt, veronderstelde toestemming (bij verwijzing), wettelijke
spreekplicht en meldrecht (doorgeven overlijden, besmettelijke ziekte), bij gegrond vermoeden op
kindermishandeling of huiselijk geweld mogen er meldingen gedaan worden, zwaarwegend belang ander om de
informatie te ontvangen (bij SOA), bij een conflict van plichten als een patiënt aangeeft iemand anders of zichzelf
iets ernstigs te willen doen.
BLS, ALS en triage
De student beheerst de principes van Basic Life Support (BLS) en Advanced Life Support (ALS) en kan deze correct
toepassen binnen de context van spoedeisende zorg
De student kan benoemen welke triage- en risico-scoremethoden veelvuldig worden gebruikt binnen de
spoedeisende zorg en kan deze methodes toepassen op casuïstiek
Door middel van triage kan in een tijdsbestek van enkele minuten op basis van beperkte gegevens een beslissing
genomen worden over hoe snel de patient dient te worden beoordeeld of behandeld.
Risicostratificatiescoringssystemen zijn ontwikkeld om voor bepaalde groepen patienten specifieke risico’s in kaart
te brengen. De beschrijving van de actuele situatie van de patient wordt kernachtig samengevat in de systematiek
van SBARR. Er wordt altijd behandeld volgens het principe treat first what kills first.
NTS = Nederlands breed triagesysteem
PAP = pre-arrival preparation; is de melding duidelijk, is
de veiligheid gegarandeerd, kunnen we bij de patiënt
komen, wat zijn normaalwaardes, wat is het
worstcasescenario, welke materialen zijn nodig, wie gaat
wat doen bij aankomst
PAT = patient assessment triangle = eerste inschatting van
ernst van situatie:
1. Appearance = bewustzijn = niet bewegen, abnormale
spiertonus, reageert niet of nauwelijks op omgeving,
geen geluid of praten
2. Work of breathing = toegenomen
ademhalingsinspanning, gebruik
hulpademhalingsspieren, afgenomen of afwezige
ademhalingspanning, tripodhouding, hoorbare
ademhaling
3. Circulation to the skin = cyanose, gemarmerd, bleek,
significante bloeding, roodheid/bulten/zwelling
(M)EWS = leidt tot 40% minder IC opnames. Het hebben
van een SIT-team en dit op tijd erbij roepen
leidt tot 40% minder reanimaties en 20% minder sterfte.
,De student kan benoemen welke parameters meegenomen worden in het beoordelen van een (potentieel) vitaal
bedreigde patiënt
De student kan deze parameters interpreteren, beoordelen en een uitspraak doen over de mate van ‘vitale
bedreiging’
ABCDE
De student kan beschrijven welke handelingen dienen te worden uitgevoerd bij elke stap van de ABCDE-methodiek
en in de secondary assessment en kan deze handelingen
volgordelijk uitvoeren
Primary survey = ABCDE, door middel van kijken, luisteren
en voelen
Secondary assessment = in de anamnese de AMPLE + B
uitvragen (allergie, medicatie/intoxicaties,
past/voorgeschiedenis, laatste maaltijd, events,
behandelbeperking). Hierna een volledig lichamelijk
onderzoek met aanvullend onderzoek waarna er DD
opgesteld wordt. Aan de hand hier van wordt de
definitieve zorg vastgesteld.
,
Thema 1. Problemen in de Airway
Organisatie
De student kent de organisatie van spoedeisende zorg in Nederland
Acute zorg is ketenzorg. Aan de hand van de zorgvraag die binnenkomt via
112 of via de HAP wordt de benodigde zorg op medisch terrain ingeschat en
kunnen hulpdiensten worden ingezet. Met betrekking tot de organisatie van
ziekenhuiszorg is er sprake van een differentiatie. Het ministerie van VWS en
de Nederlandse zorgautoriteit (NZa) hebben de aanzet gegeven tot
concentratie van de acute zorg.
De student kent, ontwikkelt en past niet-technische vaardigheden toe binnen de acute patiëntenzorg
Crew resource management (CRM) = beoogt spoedzorg in goede banen te leiden. Het komt uit de luchtvaart en
focust zich op niet de technische vaardigheden, maar op het proces. Dus de communicatie, stress en coördinatie
van taken. Het richt zich ook op threat and error management om zoveel mogelijke menselijke fouten te
voorkomen. Het richt zich op het gehele team.
Definitie van (medisch) team = verschillende functionele specialismen/professionals die bijdragen aan het
eindresultaat. Een goed team heb je door effectief te communiceren, een goede leider te hebben, taakuitvoering
goed te kunnen monitoren en wederzijdse ondersteuning te bieden. Alle spelers hebben de juiste perceptie van de
werkelijke situatie en samen hebben zij situational awareness.
Situational awareness:
Wat is de situatie nu?
Wat is de rolverdeling?
Wat zijn de prioriteiten in de behandeling? Waar
werken we naar toe?
De medische benadering binnen een acute setting is
gestandaardiseerd en gestructureerd, hierdoor verloopt het
denken en handelen analytisch en in een passende volgorde
volgens een algoritme (zoals SBARR, ABCDE, AMPLE, universele
triage etc.).
Hoeveelheid ervaren stress in het moment hangt samen met NUTS. Gestandaardiseerd werken verminderd NUTS:
Novelty = nieuwheid
Unpredictability = onvoorspelbaarheid
Threat to your ego
Sense of your control (grip)
Distress = maken van onverwachte fouten, focus op probleemgebied met tunnelvisie, zintuigelijke waarneming
neemt af, paniek ontstaat, apathie
,De student kan beschrijven wat de zwijgplicht en de zorgplicht in de context van het medisch handelen inhoudt, en
weet hiermee om te gaan
WKKGZ = veilig incidenten melden (VIM)
WGBO = behandeling/behandelrelatie, medisch beroepsgeheim, verschoningsrecht en zwijgrecht, informed
consent (KNMG-dossiers voor artsen)
Zwijgplicht en geheimhoudingsplicht gaat over alles wat je tijdens het werk over een patiënt te weten komt, tegen
iedereen, ook na overlijden.
Verschoningsrecht = recht van een medisch professional om tegenover politie en justitie te zwijgen. Hierin mag
een eigen afweging gemaakt worden.
Wanneer wel doorbreken = toestemming van de patiënt, veronderstelde toestemming (bij verwijzing), wettelijke
spreekplicht en meldrecht (doorgeven overlijden, besmettelijke ziekte), bij gegrond vermoeden op
kindermishandeling of huiselijk geweld mogen er meldingen gedaan worden, zwaarwegend belang ander om de
informatie te ontvangen (bij SOA), bij een conflict van plichten als een patiënt aangeeft iemand anders of zichzelf
iets ernstigs te willen doen.
BLS, ALS en triage
De student beheerst de principes van Basic Life Support (BLS) en Advanced Life Support (ALS) en kan deze correct
toepassen binnen de context van spoedeisende zorg
De student kan benoemen welke triage- en risico-scoremethoden veelvuldig worden gebruikt binnen de
spoedeisende zorg en kan deze methodes toepassen op casuïstiek
Door middel van triage kan in een tijdsbestek van enkele minuten op basis van beperkte gegevens een beslissing
genomen worden over hoe snel de patient dient te worden beoordeeld of behandeld.
Risicostratificatiescoringssystemen zijn ontwikkeld om voor bepaalde groepen patienten specifieke risico’s in kaart
te brengen. De beschrijving van de actuele situatie van de patient wordt kernachtig samengevat in de systematiek
van SBARR. Er wordt altijd behandeld volgens het principe treat first what kills first.
NTS = Nederlands breed triagesysteem
PAP = pre-arrival preparation; is de melding duidelijk, is
de veiligheid gegarandeerd, kunnen we bij de patiënt
komen, wat zijn normaalwaardes, wat is het
worstcasescenario, welke materialen zijn nodig, wie gaat
wat doen bij aankomst
PAT = patient assessment triangle = eerste inschatting van
ernst van situatie:
1. Appearance = bewustzijn = niet bewegen, abnormale
spiertonus, reageert niet of nauwelijks op omgeving,
geen geluid of praten
2. Work of breathing = toegenomen
ademhalingsinspanning, gebruik
hulpademhalingsspieren, afgenomen of afwezige
ademhalingspanning, tripodhouding, hoorbare
ademhaling
3. Circulation to the skin = cyanose, gemarmerd, bleek,
significante bloeding, roodheid/bulten/zwelling
(M)EWS = leidt tot 40% minder IC opnames. Het hebben
van een SIT-team en dit op tijd erbij roepen
leidt tot 40% minder reanimaties en 20% minder sterfte.
,De student kan benoemen welke parameters meegenomen worden in het beoordelen van een (potentieel) vitaal
bedreigde patiënt
De student kan deze parameters interpreteren, beoordelen en een uitspraak doen over de mate van ‘vitale
bedreiging’
ABCDE
De student kan beschrijven welke handelingen dienen te worden uitgevoerd bij elke stap van de ABCDE-methodiek
en in de secondary assessment en kan deze handelingen
volgordelijk uitvoeren
Primary survey = ABCDE, door middel van kijken, luisteren
en voelen
Secondary assessment = in de anamnese de AMPLE + B
uitvragen (allergie, medicatie/intoxicaties,
past/voorgeschiedenis, laatste maaltijd, events,
behandelbeperking). Hierna een volledig lichamelijk
onderzoek met aanvullend onderzoek waarna er DD
opgesteld wordt. Aan de hand hier van wordt de
definitieve zorg vastgesteld.
,