A lessen Traumasensitiviteit
Les 1A
Inleidende opmerking
• Achtergrond: Psychotrauma is meer dan PTSS
• Niet alleen de GGZ is in beweging rondom trauma, het hele vakgebied over wat
trauma nou eigenlijk is ook.
• Vaak willen we definiëren (zeker binnen de zorg)
Definiëren lijkt soms op ‘universeel maken’ maar er zijn heel veel factoren van invloed
• Sw’ers hebben te make met mensen die last hebben van de traumatische impact
van hun ervaringen of die van andere. Vaak onbewust en ook vaak onopgemerkt
• Mensen verschillen in hun reactie op gebeurtenissen + na
• Mensen zijn daarbij afhankelijk van allerlei externe en interne factoren
• In de meeste gevallen leren mensen om op de juiste manier er mee om te gaan
(coping)
• In een aantal gevallen leidt het tot (gedeeltelijke) langdurige stagnatie in het
functioneren van het individu en diens sociale context
• Een persoon met een psychotrauma krijgt ook te maken met reacties uit de
omgeving die positief of negatief impact hebben op dat trauma.
• Prevalentie PTSS, potentieel traumatische ervaring (PTE) of andere life events
(OLE) verschilt per context en land.
• 71% vd mensen in Nederland maken gedurende hun leven schokkende
gebeurtenissen mee (PTE/OLE)
o 43,8% vd populatie wordt blootgesteld aan dood dreiging dood, zwaar
lichamelijk letsel of seksueel geweld.
§ Ongeveer 2% prevalentie PTSS
§ Ongeveer 7,4% gehele populatie NL ooit PTSS gehad
• Traumatische ervaringen tellen op.
• 80% van de mensen met een PTSS hebben comorbiteit
o Volgorde is niet duidelijk, vaak eerst trauma.
• Vaak onvoldoende ruimte voor ‘klinisch beeld’ van getraumatiseerde personen
uit niet-westerse traditionele gemeenschappen en culturen.
• Veel kennis en cijfers zijn vaak gebaseerd op Amerikaans en Europees
onderzoek.
• Ziekte-georienteerd model van ziekte en gezondheid
o Vaak onvoldoende (h)erkennen van minderheid en gemarginaliseerde
groepen.
,Psychotrauma en stress-gerelateerde ‘aandoeningen’
“De term psychotrauma verwijst naar een zeer ingrijpende of schokkende ervaring, of
een reeks van dergelijke ervaringen. Er is sprake van feitelijke of dreigende dood, ernstig
verwonding, ernstige en/og langdurige (emotionele) verwaarlozing of seksueel geweld.
Het meemaken van stressvolle gebeurtenissen kan, maar hoeft zeker niet per se,
uitmonden in Psychotrauma- en stressgerelateerde stoornissen. Vaak komen mensen
zulke ervaringen te boven zonder stoornissen te ontwikkelen. Wel kunnen er naast of in
plaats van Psychotrauma- en stress-gerelateerde stoornissen ook andere klachten en
aandoeningen (bijv stemmingsstoornissen, middelenmisbruik of een fobie) of sociale
problemen ontstaan die iemands kwaliteit van leven ondermijnen. De term stressor
heeft betrekking op een omgevingsconditie of een gebeurtenis die stress veroorzaakt.”
Classificering en diagnosestelling:
Classificering verwijst naar toepassing van de DSM-5 of ICD-11 om bijvoorbeeld met
andere professionals af te kunnen stemmen. Bij diagnosestelling wordt er expliciet
rekening gehouden met bijvoorbeeld sociale, psychologische en biologische factoren
die een rol spelen.
Classificering DSM-5:
DSM-5 stelt als voorwaardelijk criterium: blootstelling aan een feitelijke of dreigende
dood, ernstige verwonding of seksueel geweld (zelf ondergaan, persoonlijk getuige
geweest, werk gerelateerde ondergaan van herhaaldelijke of extreme blootstelling aan
afschuwwekkende details van psychotraumatische gebeurtenissen.
Classificering ICD-11:
ICD-11 stelt: PTSS kan zich ontwikkelen na blootstelling aan een extreem bedreigende
of verschrikkelijke gebeurtenis of serie gebeurtenissen. Het wordt gekarakteriseerd door
alle volgende kenmerken:
• Her-ervaren van de traumatische gebeurtenis in het heden in de vorm van
levendige opdringende herinneringen, flashbacks of nachtmerries. Herbeleven
kan zich voordoen middels een oog meerdere sensorische zintuigen en wordt
meestal vergezeld door sterke en overweldigende emoties, met name angst of
afgrijzen en sterke lichamelijk sensaties.
• Vermijden van gedachten en herinneringen van de gebeurtenis(sen), of
vermijden van activiteiten, situaties of mensen die doen denken aan de
gebeurtenis(sen).
• Aanhoudende percepties van verhoogde bedreiging, bijvoorbeeld als geïndiceerd
door over-waakzaamheid of een vergrote schrikreactie op stimuli zoals
onverwachte geluiden. De symptomen houden aan voor ten minste meerdere
weken e veroorzaken significante beperkingen in persoonlijke, familie, sociale,
opleiding, beroepsuitoefening of andere belangrijke gebieden van functioneren.
“Wat mij betreft gaat psychotrauma niet alleen over PTSS of blootstelling aan een
criterium A- classificerende gebeurtenis, maar kan dit veel meer omvatten. Denk
bijvoorbeeld aan een traumatische rouw, verwaarlozing, moreel trauma, systematische
buitensluiting etc. Om spraakverwarring te voorkomen, is het belangrijk dat we onze
,woorden zorgvuldig kiezen, op elkaar afstemmen en uitleggen waar we precies naar
verwijzen.
Breedte van het veld psychotrauma
Niet alleen de hulpverlening maar veel andere mensen en vakgebieden houden zich
bezig met psychotrauma, denk bijvoorbeeld aan:
• Medisch: psychiatrie, neurobiologie, neuro-imaging, nosologie en psychologie
• Sociologie, politicologie, geschiedenisschrijving etc.
• MADstudies
• Vakgebied traumastudies die zich richt op de psychologische consequenties en
behandeling van overlevenden van collectief of massaal trauma waaronder
oorlog, politiek geweld, marteling en natuurrampen.
• Zelfs literataire traumastudies die zich bezighoudt met de impact van trauma in
literatuur en de samenleving door bijvoorbeeld culturele en psychologische
belang ervan te analyseren.
De tijd als leidraad
De aandacht (in met name Westerse landen) voor trauma is toegenomen onder invloed
van de gevolgen van oorlogen. Met name de oorlogen uit de 20e eeuw. De classificatie
PTSS werd in 1980 voor het eerst opgenomen in de DSM
• Eerst de beschrijving oorlogsneurose (cardioresperatoire neurose) en
acuteverblufende posttraumatische reacties die hij idioterie noemde.
• 1861: railway spine en post concussion syndrome n.a.v. letsel met treinreizen.
• Een van de theorieën: microscopisch laesies van de ruggengraat en hersenen
zouden de symptomen veroorzaken (Railway spine en Railway Brain)
• 1884: de term traumatische neurose - 1e keer de term trauma binnen de
psychiatrie
WO-1: veel uit de loopgraven terugkerende soldaten vertoonde afwijkend gedrag.
Literatuur laat 3 heersende ideeën zien over wat er aan de hand was en hoe te
handelen:
1. Patho-anatomische verklaringen (hersenschudding, verrekte zenuwen zoals bij
Railway spie)
2. Psychologische oorzaak (overweldigende angst de oorzaak of had het te maken
met de onderliggende persoonlijkheid)
3. Aanstellerij met als doel niet meer te hoeven vechten (desertie en lafheid)
• Leidde tot executies
Na de oorlog bleef de relatie tussen psychologisch trauma en oorlogsneurose en
hysterie onduidelijk, deze en andere uitingen van psychologische onrust en stress
werden gegroepeerd onder de categorie “psychic trauma” - toegeschreven aan de non-
specifieke schade aan het zenuwsysteem.
• Vanaf ongeveer 1965 bleek dat mensen zonder organische afwijkingen
symptomen vertoonde .
, Koloniaal geweld veroorzaakt ook (collectief) psychotrauma.
DSM-5: Wanneer spreken we van trauma?
Trauma…… blootstelling aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of
seksueel geweld. De blootstelling moet het gevolg zijn van één van de volgende
situaties, waarin de betrokkene:
1. De traumatische gebeurtenis direct ervaart.
2. Persoonlijk getuige is.
3. Verneemt dat de traumatische gebeurtenis een naast familielid of goede vriend
is overkomen (waarbij de feitelijke of dreigende dood is veroorzaakt door geweld
of een ongeval)
4. Herhaaldelijk of in extreme mate wordt blootgesteld aan akelige details die met
traumatische gebeurtenis te maken hebben (niet via de media, foto's, televisie of
in films, tenzij werk gerelateerd.
De symptomen veroorzaken ongeacht de trigger een klinisch significante lijdensdruk of
beperkingen in de sociale interacties van de betrokkene, zijn of haar vermogen om te
werken of andere belangrijke gebieden van het functioneren. De symptomen zijn niet
het fysiologische gevolg van een somatische aandoening, medicatie drugs of alcohol.
De PTSS is in de DSM-5 opgenomen in een nieuw hoofdstuk over psychotrauma- en
stressgerelateerde stoornissen. Deze wijziging is ten opzichte van de DSM-5 waarin de
PTSS als een angststoornis werd behandeld.
Let op bij het regeren aan de DSM
DSM is een classificatie, geen diagnose:
De DSM-classificatie is ontwikkeld om met een gemeenschappelijke taal te
communiceren tussen professionals en te gebruiken bij onderzoek en beleid. Bij een
diagnose worden onder meer sociale, psychologische en biologische factoren mee in
beschouwing genomen.
Les 1A
Inleidende opmerking
• Achtergrond: Psychotrauma is meer dan PTSS
• Niet alleen de GGZ is in beweging rondom trauma, het hele vakgebied over wat
trauma nou eigenlijk is ook.
• Vaak willen we definiëren (zeker binnen de zorg)
Definiëren lijkt soms op ‘universeel maken’ maar er zijn heel veel factoren van invloed
• Sw’ers hebben te make met mensen die last hebben van de traumatische impact
van hun ervaringen of die van andere. Vaak onbewust en ook vaak onopgemerkt
• Mensen verschillen in hun reactie op gebeurtenissen + na
• Mensen zijn daarbij afhankelijk van allerlei externe en interne factoren
• In de meeste gevallen leren mensen om op de juiste manier er mee om te gaan
(coping)
• In een aantal gevallen leidt het tot (gedeeltelijke) langdurige stagnatie in het
functioneren van het individu en diens sociale context
• Een persoon met een psychotrauma krijgt ook te maken met reacties uit de
omgeving die positief of negatief impact hebben op dat trauma.
• Prevalentie PTSS, potentieel traumatische ervaring (PTE) of andere life events
(OLE) verschilt per context en land.
• 71% vd mensen in Nederland maken gedurende hun leven schokkende
gebeurtenissen mee (PTE/OLE)
o 43,8% vd populatie wordt blootgesteld aan dood dreiging dood, zwaar
lichamelijk letsel of seksueel geweld.
§ Ongeveer 2% prevalentie PTSS
§ Ongeveer 7,4% gehele populatie NL ooit PTSS gehad
• Traumatische ervaringen tellen op.
• 80% van de mensen met een PTSS hebben comorbiteit
o Volgorde is niet duidelijk, vaak eerst trauma.
• Vaak onvoldoende ruimte voor ‘klinisch beeld’ van getraumatiseerde personen
uit niet-westerse traditionele gemeenschappen en culturen.
• Veel kennis en cijfers zijn vaak gebaseerd op Amerikaans en Europees
onderzoek.
• Ziekte-georienteerd model van ziekte en gezondheid
o Vaak onvoldoende (h)erkennen van minderheid en gemarginaliseerde
groepen.
,Psychotrauma en stress-gerelateerde ‘aandoeningen’
“De term psychotrauma verwijst naar een zeer ingrijpende of schokkende ervaring, of
een reeks van dergelijke ervaringen. Er is sprake van feitelijke of dreigende dood, ernstig
verwonding, ernstige en/og langdurige (emotionele) verwaarlozing of seksueel geweld.
Het meemaken van stressvolle gebeurtenissen kan, maar hoeft zeker niet per se,
uitmonden in Psychotrauma- en stressgerelateerde stoornissen. Vaak komen mensen
zulke ervaringen te boven zonder stoornissen te ontwikkelen. Wel kunnen er naast of in
plaats van Psychotrauma- en stress-gerelateerde stoornissen ook andere klachten en
aandoeningen (bijv stemmingsstoornissen, middelenmisbruik of een fobie) of sociale
problemen ontstaan die iemands kwaliteit van leven ondermijnen. De term stressor
heeft betrekking op een omgevingsconditie of een gebeurtenis die stress veroorzaakt.”
Classificering en diagnosestelling:
Classificering verwijst naar toepassing van de DSM-5 of ICD-11 om bijvoorbeeld met
andere professionals af te kunnen stemmen. Bij diagnosestelling wordt er expliciet
rekening gehouden met bijvoorbeeld sociale, psychologische en biologische factoren
die een rol spelen.
Classificering DSM-5:
DSM-5 stelt als voorwaardelijk criterium: blootstelling aan een feitelijke of dreigende
dood, ernstige verwonding of seksueel geweld (zelf ondergaan, persoonlijk getuige
geweest, werk gerelateerde ondergaan van herhaaldelijke of extreme blootstelling aan
afschuwwekkende details van psychotraumatische gebeurtenissen.
Classificering ICD-11:
ICD-11 stelt: PTSS kan zich ontwikkelen na blootstelling aan een extreem bedreigende
of verschrikkelijke gebeurtenis of serie gebeurtenissen. Het wordt gekarakteriseerd door
alle volgende kenmerken:
• Her-ervaren van de traumatische gebeurtenis in het heden in de vorm van
levendige opdringende herinneringen, flashbacks of nachtmerries. Herbeleven
kan zich voordoen middels een oog meerdere sensorische zintuigen en wordt
meestal vergezeld door sterke en overweldigende emoties, met name angst of
afgrijzen en sterke lichamelijk sensaties.
• Vermijden van gedachten en herinneringen van de gebeurtenis(sen), of
vermijden van activiteiten, situaties of mensen die doen denken aan de
gebeurtenis(sen).
• Aanhoudende percepties van verhoogde bedreiging, bijvoorbeeld als geïndiceerd
door over-waakzaamheid of een vergrote schrikreactie op stimuli zoals
onverwachte geluiden. De symptomen houden aan voor ten minste meerdere
weken e veroorzaken significante beperkingen in persoonlijke, familie, sociale,
opleiding, beroepsuitoefening of andere belangrijke gebieden van functioneren.
“Wat mij betreft gaat psychotrauma niet alleen over PTSS of blootstelling aan een
criterium A- classificerende gebeurtenis, maar kan dit veel meer omvatten. Denk
bijvoorbeeld aan een traumatische rouw, verwaarlozing, moreel trauma, systematische
buitensluiting etc. Om spraakverwarring te voorkomen, is het belangrijk dat we onze
,woorden zorgvuldig kiezen, op elkaar afstemmen en uitleggen waar we precies naar
verwijzen.
Breedte van het veld psychotrauma
Niet alleen de hulpverlening maar veel andere mensen en vakgebieden houden zich
bezig met psychotrauma, denk bijvoorbeeld aan:
• Medisch: psychiatrie, neurobiologie, neuro-imaging, nosologie en psychologie
• Sociologie, politicologie, geschiedenisschrijving etc.
• MADstudies
• Vakgebied traumastudies die zich richt op de psychologische consequenties en
behandeling van overlevenden van collectief of massaal trauma waaronder
oorlog, politiek geweld, marteling en natuurrampen.
• Zelfs literataire traumastudies die zich bezighoudt met de impact van trauma in
literatuur en de samenleving door bijvoorbeeld culturele en psychologische
belang ervan te analyseren.
De tijd als leidraad
De aandacht (in met name Westerse landen) voor trauma is toegenomen onder invloed
van de gevolgen van oorlogen. Met name de oorlogen uit de 20e eeuw. De classificatie
PTSS werd in 1980 voor het eerst opgenomen in de DSM
• Eerst de beschrijving oorlogsneurose (cardioresperatoire neurose) en
acuteverblufende posttraumatische reacties die hij idioterie noemde.
• 1861: railway spine en post concussion syndrome n.a.v. letsel met treinreizen.
• Een van de theorieën: microscopisch laesies van de ruggengraat en hersenen
zouden de symptomen veroorzaken (Railway spine en Railway Brain)
• 1884: de term traumatische neurose - 1e keer de term trauma binnen de
psychiatrie
WO-1: veel uit de loopgraven terugkerende soldaten vertoonde afwijkend gedrag.
Literatuur laat 3 heersende ideeën zien over wat er aan de hand was en hoe te
handelen:
1. Patho-anatomische verklaringen (hersenschudding, verrekte zenuwen zoals bij
Railway spie)
2. Psychologische oorzaak (overweldigende angst de oorzaak of had het te maken
met de onderliggende persoonlijkheid)
3. Aanstellerij met als doel niet meer te hoeven vechten (desertie en lafheid)
• Leidde tot executies
Na de oorlog bleef de relatie tussen psychologisch trauma en oorlogsneurose en
hysterie onduidelijk, deze en andere uitingen van psychologische onrust en stress
werden gegroepeerd onder de categorie “psychic trauma” - toegeschreven aan de non-
specifieke schade aan het zenuwsysteem.
• Vanaf ongeveer 1965 bleek dat mensen zonder organische afwijkingen
symptomen vertoonde .
, Koloniaal geweld veroorzaakt ook (collectief) psychotrauma.
DSM-5: Wanneer spreken we van trauma?
Trauma…… blootstelling aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of
seksueel geweld. De blootstelling moet het gevolg zijn van één van de volgende
situaties, waarin de betrokkene:
1. De traumatische gebeurtenis direct ervaart.
2. Persoonlijk getuige is.
3. Verneemt dat de traumatische gebeurtenis een naast familielid of goede vriend
is overkomen (waarbij de feitelijke of dreigende dood is veroorzaakt door geweld
of een ongeval)
4. Herhaaldelijk of in extreme mate wordt blootgesteld aan akelige details die met
traumatische gebeurtenis te maken hebben (niet via de media, foto's, televisie of
in films, tenzij werk gerelateerd.
De symptomen veroorzaken ongeacht de trigger een klinisch significante lijdensdruk of
beperkingen in de sociale interacties van de betrokkene, zijn of haar vermogen om te
werken of andere belangrijke gebieden van het functioneren. De symptomen zijn niet
het fysiologische gevolg van een somatische aandoening, medicatie drugs of alcohol.
De PTSS is in de DSM-5 opgenomen in een nieuw hoofdstuk over psychotrauma- en
stressgerelateerde stoornissen. Deze wijziging is ten opzichte van de DSM-5 waarin de
PTSS als een angststoornis werd behandeld.
Let op bij het regeren aan de DSM
DSM is een classificatie, geen diagnose:
De DSM-classificatie is ontwikkeld om met een gemeenschappelijke taal te
communiceren tussen professionals en te gebruiken bij onderzoek en beleid. Bij een
diagnose worden onder meer sociale, psychologische en biologische factoren mee in
beschouwing genomen.