Tentamen bestaat uit: Deel 1, 2, 3, 4, 7 (alleen H20) en 9
Deel 1 hoofdstuk 1: Marketing en marketingomgeving
1.1 Marketing als concept
Marketing: is alle activiteiten verricht door ruilsubjecten, die erop gericht zijn om
ruiltransacties te bevorderen, te vergemakkelijken en te bespoedigen
of eenvoudiger
het verwerven en behouden van afnemers
Deze ruil vindt plaats op wat we een markt noemen.
Markt: is het geheel van omstandigheden waaronder gevraagde en aangeboden
hoeveelheden van een bepaald goed of dienst tegen een bepaalde prijs verkocht
worden.
Marketingconcept: is de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan de
marktbenadering, waarbij ervan uitgegaan wordt dat ruiltransacties het best tot
stand komen door de behoeften van de afnemers als uitgangspunt te
nemen bij de activiteiten van de organisatie.
De mens heeft uiteenlopende behoeften. Een vaak gebruikte indeling is:
- Primaire behoeften (basisbehoeften): zijn biologische en fysiologische behoeften
- Secundaire behoeften (sociale behoeften): onderwijs, cultuur, geloof, sport en
ontspanning
- Tertiaire behoeften (luxe behoeften): zijn behoeften die gebaseerd zijn op
sociale aspecten, samenleving of sociale erkenning
Demarketing: situatie waarin het voor een organisatie gewenst is om de vraag
geheel of gedeeltelijk te beperken
Interne marketing: alle marketingactiviteiten gericht op medewerkers van de
eigen organisatie om ervoor te zorgen dat iedereen klantgericht werkt
Diverse marketingactiviteiten:
- Macromarketing: omvat alle activiteiten die de stroom van goederen en
diensten sturen van producent naar consument.
- Mesomarketing: omvat alle activiteiten die de stroom van goederen en diensten
sturen van producent naar consument binnen een bepaalde bedrijfskolom of
bedrijfstak
- Micromarketing: het marketingconcept door een individuele onderneming of
instelling toegepast wordt
1.2 Ontwikkeling van de marketinggedachte
,- Productoriëntatie: wordt ervan uitgegaan dat ruiltransacties het best tot
stand komen door veel aandacht te besteden aan kwaliteitsverbeteringen van
het product.
- Productieoriëntatie: wordt ervan uitgegaan dat ruiltransacties het best tot
stand komen door de efficiëntie en de capaciteit van de productie en distributie
te vergroten.
- Verkooporiëntatie: wordt ervan uitgegaan dat ruiltransacties het best tot
stand komen door de nadruk te leggen op communicatie- en distributie-
inspanningen.
- (Maatschappelijke) Marketingoriëntatie: is een aanvulling op het
marketingconcept waarbij ook rekening wordt gehouden met neveneffecten van
de ruilprocessen op langere termijn.
1.3 Marketinginstrumenten
Marketinginstrument: is een middel dat kan worden ingezet bij het bevorderen,
vergemakkelijken en bespoedigen van ruiltransacties
Deze instrumenten worden wel de (vier) P’s genoemd: product, promotie, prijs en
plaats (ook wel distributie genoemd) en vormen samen de elementen waarmee
de aanbieder zijn aanbod aan de potentiële afnemer samenstelt. Heeft de
aanbieder deze P’s eenmaal concreet ingevuld, dan wordt dat de marketingmix
genoemd.
Marketingmix: is de combinatie en afstemming van de door een organisatie
gehanteerde marketinginstrumenten die gericht zijn op een of meer doelgroepen
binnen een bepaalde markt. Doelgroep: is een verzameling (potentiële) afnemers
waarop de organisatie zich richt en waarvoor zij specifieke marketingactiviteiten
onderneemt.
,Een meer afnemergerichte vervanging van de uit de aanbieder gedachte 4 P’s:
- Het 4 C-model bestaat ook uit vier elementen: customer solution (oplossing
voor de afnemer), cost to the customer (prijs-kwaliteitverhouding), convenience
(gemak voor de afnemer) en communication (communicatie tussen organisatie
en afnemer).
Naast een goede invulling van de 4 P’s moet een bedrijf ook rekening houden
met de drie R’en:
Relatie
Reputatie
Ruil
, 1.4 Marketing in specifieke situaties
B2C – Business to consumer = bedrijven die zich bezighouden met marketing
(consument)
B2B – Business to business = marketing tussen bedrijven
C2C – Consumer to consumer = hergebruik van goederen
C2B – Consumer to business = consumenten voegen waarde aan een business
door aan te bieden producten te promoten
Deel 1 hoofdstuk 2: Marketingomgeving
2.1 Soorten omgevingsfactoren
Micro-omgevingsfactoren: zijn alle variabelen die vanuit de organisatie zelf
komen en het marketingbeleid kunnen beïnvloeden
Meso-omgevingsfactoren: zijn voor het beleid van een organisatie relevante,
onbeheersbare en beperkt beïnvloedbare externe omgevingsfactoren, die hun
oorsprong vinden in de bedrijfstak of de branche waartoe de organisatie behoort
Macro-omgevingsfactoren: zijn voor een individuele organisatie externe,
onbeheersbare invloeden vanuit de maatschappij
2.2 Micro-omgevingsfactoren
Verschillende ondernemingsfuncties: inkoop, productie, marketing, personeel en
financiën
Suboptimalisatie: niet duidelijk sprake van geïntegreerd ondernemingsbeleid