Hoofdstuk 1: Inleiding
oneindige schaarse
1.1 Waarom micro-economie studeren? behoeften middelen
o Economie = wetenschap die de allocatie van schaarse middelen ter
bevrediging van ongelimiteerde menselijke behoeften bestudeert
keuze
• Micro-economie: Mikros (klein)
probleem
- Bestudeert economisch gedrag van individuele economische
agenten en hun onderlinge interactie
- Gaat niet over de extreme, overheid en markt werken samen (mixed economy)
- Tekortkomingen: bestrijden armoede (ongelijkheid) en strijd met natuur
• Macro-economie: Makros (groot)
- Bestudeert hoe een volledige nationale economie zich ontwikkelt
o Crusiaal om beslissingen van bedrijven te begrijpen en de ingrepen van de overheid te begrijpen
• Zorgt over het algemeen voor betere beslissingen bij producenten en consumenten
1.2 Drie analytische hulpmiddelen
o Economisten gebruiken economische modellen om de realiteit te bestuderen. Deze modellen zijn
een abstractie van de werkelijkheid. Ze brengen het te onderzoeken fenomeen terug tot de essentie
o Onderscheid tussen:
• Exogene variabele
- Wordt als gegeven beschouwd
- Waarde wordt bepaald door proces dat niet onder het model valt
• Endogene variabele
- Waarde wordt bepaald door het bestudeerde model
Beperkte optimalisatie
o Het maken van de beste (optimale) keuze, rekening houdend met keuzebeperkingen
o Beperkt optimalisatie probleem bestaat uit 2 delen:
• Doelfunctie:
- Relatie tussen de variabelen die we wensen te optimaliseren (max. of min.)
• Beperkingen:
- Wiskundige uitdrukking van de economische beperkingen
- Voorbeelden: p. 7 - 8
o Marginaal denken
• Voor de hand liggende oplossingen voor problemen zijn niet altijd correct
• “marginaal”: hoe verandert een afhankelijke variabele als we 1 eenheid van een
onafhankelijke variabele toevoegen?
• = (partiële) afgeleide!!
Evenwichtsanalyse
o Evenwicht = conditie die behouden blijft zolang er geen uitwendige factoren inspelen op systeem
o Wanneer het systeem niet in evenwicht is, is er een kracht aanwezig die het systeem terug in
evenwicht brengt
,Vergelijkende statistieken
o Gebruikt voor onderzoek hoe een exogene variabele een endogene variabele zal beïnvloeden
o = “before-and-after” analyse:
• Uitgangspositie met initiële waarden voor exogene variabelen
• Eindpositie: hoe verandert de endogene variabele door een shock in exogene variabele
- Weg tussen de twee posities is onbekend!!!
o Toegepast op optimalisatie problemen en evenwichtsanalyses
1.3 Positieve en normatieve analyse
o Positieve analyse:
• Probeert uit te leggen hoe een economisch systeem werkt
• Tracht te voorspellen hoe een economisch systeem verandert in de tijd
• Tools:
- Uitleggende vragen: Wat gebeurt er? Wat is er gebeurt?
- Voorspellende vragen: Wat zal er gebeuren als…?
o Normatieve analyse:
• Zoekt naar de beste mogelijkheid tussen verschillende beleidskeuzes
• Tools:
- Voorschrijvende vragen: Wat moeten we doen om… ?
• Vooral gebruikt bij topics rond sociaalwelzijn
Hoofdstuk 2: Vraag- en aanbodanalyse
2.1 Vraag, aanbod en marktevenwicht
o Het principe van vraag en aanbod geldt enkel bij zuivere markten
o Zuivere markt/zuivere mededinging:
• Groot aantal kopers en verkopers
• “Price-taking”: individuele koop/verkoop transacties hebben geen effect op de markt
• Geen enkele partij heeft info die gebruikt kan worden om de andere uit te buiten
o Basiskarakteristieken van een markt:
• Handelsgoed: product dat verkocht/aangekocht wordt
• Locatie: plaats waar de transacties doorgaan
• Tijd: periode waarin de transacties plaatsvinden
Vraagcurves
o Vraagcurve = curve die toont welke hoeveelheden consumenten bereid zijn te kopen bij
verschillende prijzen
o Als andere factoren CONSTANT beschouwd worden
• Ceteris paribus
o Aggregatieve vraag = totale vraag van alle kopers van het goed op de markt
o Directe vraag = vraag naar het goed voor directe consumptie
o Afgeleide vraag = vraag naar het goed, afkomstig van de vraag naar een ander goed (= uitgestelde
consumptie; goed is grondstof voor een ander goed)
o Wet van de vraag
• Inverse relatie tussen prijs en gevraagde hoeveelheid, als alle andere factoren constant zijn
,Aanbodcurves
o Aanbodcurve = toont hoeveel verkopers bereid zijn te verkopen tegen verschillende prijzen
o Als andere factoren CONSTANT beschouwd worden
• Ceteris paribus
o Wet van het aanbod
• Positieve relatie tussen prijs en aangeboden hoeveelheid, als andere factoren constant zijn
Marktevenwicht
o Marktevenwicht = situatie waarin er geen tendens is voor de marktprijs om te veranderen, zolang als
exogene variabelen niet veranderen
• Aanbodoverschot: bij gegeven prijs zal aanbod hoger zijn dan vraag => marktkrachten
brengen prijs naar beneden (excess supply)
• Aanbodtekort: bij gegeven prijs zal vraag hoger zijn dan aanbod => marktkrachten brengen
prijs naar boven (excess demand)
Veranderingen in vraag en aanbod
o Beweging LANGS de vraagcurve
• De prijs van het goed verandert
• Andere factoren blijven constant!!!
o Beweging VAN de vraagcurve
• Hele curve verschuift naar boven/onder
• Exogene factoren zijn gewijzigd
- Inkomen
▪ Normale goederen: inkomen ↗ = vraag ↗
▪ Inferieure goederen: inkomen ↗ = vraag ↘
- Prijzen van gerelateerde goederen
▪ Substituten
o = Goederen die elkaar volledig kunnen vervangen (bevredigen zelfde
behoefte)
o Vb. elektriciteit en aardgas
o Prijs A ↗ = vraag B ↗
▪ Complementen
o = Goederen die samen verbruikt worden
o Vb. auto’s en benzine
o Prijs A ↗ = vraag B ↘
- Reclame
▪ Meestal positieve invloed op vraag
▪ In sommige gevallen niet:
o Vb. rookwaren: bepaald merk maakt reclame, vraag naar rookwaren
stijgt, maar niet de specifieke vraag naar het merk.
o => afhankelijk van de merkgebondenheid!
- Andere factoren: voorkeur, …
o Beweging LANGS de aanbodcurve
• Prijs van het goed verandert
• Andere factoren blijven onveranderd
o Beweging VAN de aanbodcurve
• Hele curve verschuift
• Exogene factoren veranderen: bereidheid om te verkopen wordt beïnvloed
- Bereidheid om te verkopen ↗: curve naar rechts
- Bereidheid om te verkopen ↘: curve naar links
, De vraag- en aanbodcurves zijn niet observeerbaar! Men observeert slechts één punt op een
gegeven tijdstip. Dit punt is het marktevenwicht (evenwichtsprijs + verhandelde hoeveelheid).
Verzamelde punten zijn slechts een verzameling van verschillende marktevenwichten, ze geven
dus geen enkele informatie over de vraag/aanbod.
2.2 Prijselasticiteit van de vraag
o => Weergeeft prijsgevoeligheid, effect op vraag en aanbod
o Hoe vlakker de vraagcuve, hoe groter de elasticiteit
o Met welk percentage wijzigt de gevraagde hoeveelheid bij een verandering van 1% vd prijs?
• Prijselasticiteit is afhankelijk van het uitgangspunt
- Vb. als de prijs stijgt van 2 naar 2,2 en de vraag daalt van 10 naar 8 dan is de
(8−10)/𝟏𝟎
elasticitetit -2 ( (2,2−2)/𝟐 = −2)
• Boogelasticiteit: gemiddelde van twee uitgangsmogelijkheden (elasticiteit middelpunt)
- Onafhankelijk van het uitgangspunt
- Vorige voorbeeld evalueren in 2,1 en 9
= - oneindig < -1 of || > 1 = -1 > -1 of || < 1 =0
Perfect elastisch Elastisch Unitair Inelastisch Perfect inelastisch
Elasticiteit langs specifieke vraagcurves
o Lineaire vraagcurve
• Inverse vraagcurve = prijs in functie van gevraagde
hoeveelheid
• Choke prijs: prijs waartegen de vraag op nul valt
Prijselasticiteit van de vraag en totale inkomsten
o Income elasticity of demand measures how much the quantity
demanded of a good responds to a change in consumers’ income
o Vermits de hoeveelheid een functie is van de prijs: prijs ↗ ≠ inkomsten ↗
• Een hogere prijs doet immers de hoeveelheid dalen
• De mate waarin dit gebeurd is afh. v. de prijselasticiteit van vraag
o Effect van een prijsverhoging op de totale inkomsten:
o Verandering in de inkomsten enkel afhankelijk van de elasticiteit:
• Inelastische vraag: prijs ↗ = inkomsten ↗ (terugval vraag te verwaarlozen)
• Elastische vraag: prijs ↗ = inkomsten ↘ (vraag valt te sterk terug)