Leerdoelen:
- De kenmerken van de culturele strategie modellen en van taakstrategieën en
processtrategieën kunnen benoemen en toepassen.
- De verschillende culturele invloedsferen (Regionaal, Geografisch, Religieus, Taalkundig en
Historisch, maar ook Bedrijfstak, Beroep, Functie en Bedrijf) en hun complexe interactie
benoemen, analyseren en met voorbeelden onderbouwen.
- De invloed van cultuur op structuur, processen en de HRM aspecten identificeren
- Een onderbouwde keuze maken voor een strategie voor het succesvol samenstellen en
managen van een multicultureel team.
- Uitleggen welke verschillende strategieën er binnen organisaties worden gebruikt om met
culturele verschillen om te gaan.
- De vraag: Heeft ethiek in verschillende landen andere waarheidsnuances? Onderbouwd
beantwoorden.
College 1 | H3 | Culturele sferen
Boek: Schneider & Barsoux, hoofdstuk 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10
CULTURELE INVLOEDSFEREN
– Regionale culturen
– Bedrijfstakculturen
– Beroepsculturen
– Functieculturen
– Bedrijfscultuur
STELLING – CONVERGENTIEMYTHE 1 (‘the world is a global village’)
CONVERGENTIE = Samen brengen/komen
‘De wereld wordt kleiner’
Ene kant global village, andere kant verschillen tussen mensen
Alle mensen zijn hetzelfde, alleen hun gewoonten zijn zo verschillend, Confucius
De druk om te convergeren (bijeenbrengen) of te integreren creëert mogelijk een gelijke zo niet
sterkere tegendruk in de richting van divergentie (verwijdering) of fragmentatie.
STELLING – CONVERGENTIEMYTHE 2 (‘Management is management’)
Niet waar
Verschil per cultuur en land
CULTUUR:
Gedeelde gedragspatronen, of gedeelde afspraken-systemen
Onderliggende basis-aannames (tijd, ruimte, taal etc.)
NITZA HIDALGO:
Concrete (kleding)
Behavioral (gedrag)
Symbolic (symbolisch)
CULTUREEL MANAGEMENT:
Houdt zich bezig met het functioneren van mensen in een werkomgeving met een cultureel
verschillende context.