2.1 Het gezicht van de aarde verandert
De geschiedenis van de aarde beslaat miljarden jaren. Als je deze tijd
vergelijkt met een etmaal, verschijnen mensen pas in de laatste 40
seconden. De aarde ontstond als een gloeiend hete bol, die langzaam
afkoelde en een aardkorst vormde. Door vulkanische activiteit en
waterdamp ontstond er CO₂ in de atmosfeer, waarna water condenseerde
en oceanen vormde. Ongeveer drie miljard jaar geleden ontstonden
bacteriën die zuurstof produceerden, wat later complexer leven mogelijk
maakte.
Geologische geschiedenis
Het leven begon met bacteriën, gevolgd door weekdieren, schelpdieren,
vissen, landplanten, reptielen en zoogdieren. De geologische tijdschaal is
verdeeld in vier hoofdperioden:
Precambrium: Ontstaan van de eerste levensvormen, vooral bacteriën.
Het landoppervlak was kaal en leven bevond zich in het water.
Paleozoïcum: Ontstaan van trilobieten, samenvoegen van continenten
tot supercontinent Pangea.
Mesozoïcum: Tijdperk van de dinosauriërs, uiteenvallen van Pangea en
ontstaan van huidige continenten.
Kenozoïcum: Tijdperk van de zoogdieren, uitsterven van de dinosauriërs
en opkomst van de mens.
Massa-extincties
Vijf keer in de geschiedenis verdwenen grote delen van het leven op aarde
door massa-extincties, vaak veroorzaakt door klimaatveranderingen of
meteorietinslagen. De bekendste is die van 65 miljoen jaar geleden, toen
een meteorietinslag leidde tot het uitsterven van de dinosauriërs.
Geologische tijdschaal en continenten
De continenten veranderden voortdurend van vorm. Grote delen van de
continenten werden soms bedekt door zeeën, wat leidde tot het ontstaan
van verschillende gesteentelagen en fossielen.
Leerdoelen:
- Je weet hoe de aarde veranderde in 4,5 miljard jaar.
- Je begrijpt waarom het leven op aarde grote veranderingen onderging.
- Je kunt perioden onderscheiden met de geologische tijdschaal.
2.2 Het dagboek van de aarde
Overal op aarde is in gesteente van 65 miljoen jaar oud een laagje iridium
te vinden, wat wijst op een meteorietinslag. Gesteenten en fossielen
vertellen veel over de geschiedenis van de aarde. Fossielen ontstaan
wanneer organismen snel bedekt raken door modder of zand, waardoor ze
, goed bewaard blijven. Door lagen van sedimenten kunnen fossielen
miljoenen jaren oud worden.
Gesteenten worden ingedeeld in:
Sedimentgesteenten: Ontstaan door opeenhoping van lagen zand, klei
of kalk.
Stollingsgesteenten: Ontstaan door afkoeling van magma.
Metamorfe gesteenten: Ontstaan door druk en
temperatuurveranderingen.
Er zijn twee manieren om ouderdom te bepalen:
Relatieve tijd: Ouderdom bepalen door de volgorde van gesteentelagen.
Absolute tijd: Ouderdom bepalen met radioactieve isotopen.
Leerdoelen:
- Je weet hoe een fossiel in gesteente terechtkomt.
- Je begrijpt waarom bodemlagen en fossielen veel informatie geven over
het verleden.
- Je kunt het verschil tussen relatieve en absolute ouderdom uitleggen.
2.3 Delfstoffen in soorten en maten
Wat zijn delfstoffen?
Delfstoffen zijn stoffen die uit de grond worden gehaald omdat ze nuttig
zijn voor de mens. Er zijn verschillende soorten delfstoffen:
Metalen: Bijvoorbeeld ijzer, aluminium en goud. Minder bekend zijn
indium, tantaal en lithium.
- Fossiele brandstoffen: Bijvoorbeeld steenkool, aardolie en aardgas.
- Diverse grondstoffen: Bijvoorbeeld keukenzout, grind en kalksteen.
Delfstoffen worden gebruikt als grondstof, brandstof of bouwmateriaal. Zo
is ijzererts bijvoorbeeld de grondstof voor staal, wat wordt gebruikt bij de
productie van bijvoorbeeld elektrische fietsen.
Het ontstaan van ertsen en fossiele brandstoffen
Metalen uit ertsen
Metalen worden gewonnen uit ertsen. Het metaal ijzer komt bijvoorbeeld
uit het in de aarde veelvoorkomende ijzererts. Andere voorbeelden zijn
kopererts, zilvererts en gouderts. Deze ertsen zijn uit de aardmantel door
het magma meegenomen naar het aardoppervlak. Rivieren kunnen deze
ertshoudende lagen stroomafwaarts meenemen, zodat metalen in
sedimentgesteenten terechtkomen.
Fossiele brandstoffen
Fossiele brandstoffen ontstaan op een andere manier dan metalen. Ze zijn
afkomstig van resten van planten en dieren die miljoenen jaren geleden
leefden. Door hoge druk en temperatuur veranderen deze resten in
steenkool, aardolie of aardgas.