Oefententamen 1
1.Binnen de levenslooppsychologie staat een bepaalde visie op de menselijke ontwikkeling
centraal. Zo wordt ontwikkeling gezien als zijnde multidirectioneel.
Wat wordt hiermee bedoeld?
- Ontwikkeling omvat zowel continue als discontinue veranderingen dit gaat over de
persoonlijke ontwikkeling
- Ontwikkeling is een dynamisch systeem, voortgestuwd door een voortdurende aanpassing
aan wisselende contexten. dit betekent adaptie
- De intra-individuele ontwikkeling wordt beschouwd in termen van stabiliteit, groei en
verlies. Artikel Berk. P8
- De interindividuele ontwikkeling verloopt in verschillende richtingen dit lijkt de uitleg van
multidimensionaliteit.
2Binnen de levensloopbenadering worden verschillende soorten invloeden als determinanten van
de levensloop onderscheiden.
Welke lijn geeft de invloed weer van de normatief leeftijdsgebonden determinanten van de
ontwikkeling gedurende de levensloop?
- lijn A (rood) normatieve leeftijdsgebonden invloeden- neemt toe tijdens de
kinderenjaren en ouderjaren.
- lijn B (groen) historische bepaalde invloeden - vooral actief tijdens de jongvolwassenen en
adolescentiefase
- lijn C (geel) door OU verzonnen, stond niet op de afbeelding in BS
- lijn D (blauw) niet normatieve invloeden – neemt toe met de leeftijd en stagneert tijdens
de ouderfase.
,3.Gegeven: onderstaande figuur.
Dit stroomdiagram (‘flowchart’) geeft weer hoe ontwikkelingsvraagstukken worden benaderd
vanuit het
- behavioristische perspectief richt zich op waarneembar gedrag en de invloed van
omgeving hierop.
- cognitief ontwikkelingstheoretische perspectief richt zich op hoe mensen leren, denken,
begrijpen en problemen oplossen.
- ecologische perspectief persoon en omgeving zijn in interactie met elkaar
- informatieverwerkingsperspectief. plaatje staat letterlijk in het boek bij dit perspectief.
De stappen van verwerking zijn te zien in deze afbeelding: coderen, ordenen en verwerken.
4.In het ecologische systeemmodel van Bronfenbrenner wordt de menselijke ontwikkeling
beschouwd in het kader van de verbanden tussen verschillende sociale contexten waarin het
individu zich bevindt.
Welke systeemlaag van het model wordt hieronder beschreven?
‘Dit systeem omvat de culturele waarden, wetten, gebruiken en (hulp)bronnen in de omgeving van
het individu.’
- het exosysteem omgeving waar kind zelf niet is maar wel invloed heeft (overheid, sociale
netwerken)
- het macrosysteem cultuur, wetten, normen en waarden van een samenleving
- het mesosysteem verbindingen tussen microsysteem (ouders en school)
- het microsysteem directe omgeving (thuis, school en vrienden)
5‘De onderzoeker manipuleert een onafhankelijke variabele en bepaalt het effect daarvan op een
afhankelijke variabele.’
Van welk onderzoeksontwerp wordt hier een beschrijving gegeven?
- correlationeel onderzoek meet correlaties, waar geen manipulatie plaatsvindt
- descriptief onderzoek staat niet in het tentamenstof
- experimenteel onderzoek het enige onderzoek waar je manipulatie in toepast.
- Alle hier genoemde alternatieven zijn juist.
, 6. Gegeven is de volgende figuur.
Welke zijn de manifeste variabelen in dit model?
- alleen de rechthoekige blokjes onder gezinsachtergrond observeerbare variabele
- alleen de rechthoekige blokjes onder schoolprestaties observeerbare variabele
- alleen de rechthoekige blokjes onder carrièresucces observeerbare variabele
- alle rechthoekige blokjes in de figuur alle rechthoekige blokjes zijn
waarneembare/observeerbare variabelen (definitie van manifeste variabelen)
info: de variabelen in de cirkel zijn latente variabelen niet waarneembare variabelen, maar ze
bestaan wel.
7.De Vries en collega’s (2023) voerden een tweelingenonderzoek uit waarbij de invloed van
erfelijkheid en omgevingsfactoren op het welbevinden werd onderzocht, beschreven voor
verschillende leeftijden.
Welke factor is volgens dat onderzoek het meest verantwoordelijk voor verschillen in welbevinden
op latere leeftijd?
- epigenetische invloeden staat niet in de tekst vernoemd
- gedeelde omgevingsfactoren wanneer eeneiige en twee-eiige tweelingen evenveel op
elkaar lijken, komt dit door een gedeelde omgevingsfactor.
- genetische invloeden wanneer een eigenschap zoals ‘welbevinden’ meer overeenkomt bij
een eeneiige tweeling als bij een twee-eiige tweeling
- unieke omgevingsfactoren omdat de tweelingleden individuele ervaringen door de unieke
omgevingsfactoren niet met elkaar delen
8 Wat is een doel van netwerkanalyse in de context van het bestuderen van een psychologisch
fenomeen zoals welbevinden?
- Het begrijpen van de complexiteit van het psychologisch fenomeen door te focussen op de
relaties tussen onderling verbonden elementen
- Het observeren van algemene trends in het psychologisch fenomeen gedurende de
levensloop verzonnen door OU.
- Het uit elkaar halen van de invloed van omgevingsfactoren en genetische factoren op het
psychologisch fenomeen gaat het uit elkaar halen, terwijl het netwerkmodel uitgaat van
verbindingen.
- Het vereenvoudigen van het psychologisch fenomeen door dit terug te brengen tot enkele
kernfactoren de vraag gaat niet over terugbrengen naar factoren
1.Binnen de levenslooppsychologie staat een bepaalde visie op de menselijke ontwikkeling
centraal. Zo wordt ontwikkeling gezien als zijnde multidirectioneel.
Wat wordt hiermee bedoeld?
- Ontwikkeling omvat zowel continue als discontinue veranderingen dit gaat over de
persoonlijke ontwikkeling
- Ontwikkeling is een dynamisch systeem, voortgestuwd door een voortdurende aanpassing
aan wisselende contexten. dit betekent adaptie
- De intra-individuele ontwikkeling wordt beschouwd in termen van stabiliteit, groei en
verlies. Artikel Berk. P8
- De interindividuele ontwikkeling verloopt in verschillende richtingen dit lijkt de uitleg van
multidimensionaliteit.
2Binnen de levensloopbenadering worden verschillende soorten invloeden als determinanten van
de levensloop onderscheiden.
Welke lijn geeft de invloed weer van de normatief leeftijdsgebonden determinanten van de
ontwikkeling gedurende de levensloop?
- lijn A (rood) normatieve leeftijdsgebonden invloeden- neemt toe tijdens de
kinderenjaren en ouderjaren.
- lijn B (groen) historische bepaalde invloeden - vooral actief tijdens de jongvolwassenen en
adolescentiefase
- lijn C (geel) door OU verzonnen, stond niet op de afbeelding in BS
- lijn D (blauw) niet normatieve invloeden – neemt toe met de leeftijd en stagneert tijdens
de ouderfase.
,3.Gegeven: onderstaande figuur.
Dit stroomdiagram (‘flowchart’) geeft weer hoe ontwikkelingsvraagstukken worden benaderd
vanuit het
- behavioristische perspectief richt zich op waarneembar gedrag en de invloed van
omgeving hierop.
- cognitief ontwikkelingstheoretische perspectief richt zich op hoe mensen leren, denken,
begrijpen en problemen oplossen.
- ecologische perspectief persoon en omgeving zijn in interactie met elkaar
- informatieverwerkingsperspectief. plaatje staat letterlijk in het boek bij dit perspectief.
De stappen van verwerking zijn te zien in deze afbeelding: coderen, ordenen en verwerken.
4.In het ecologische systeemmodel van Bronfenbrenner wordt de menselijke ontwikkeling
beschouwd in het kader van de verbanden tussen verschillende sociale contexten waarin het
individu zich bevindt.
Welke systeemlaag van het model wordt hieronder beschreven?
‘Dit systeem omvat de culturele waarden, wetten, gebruiken en (hulp)bronnen in de omgeving van
het individu.’
- het exosysteem omgeving waar kind zelf niet is maar wel invloed heeft (overheid, sociale
netwerken)
- het macrosysteem cultuur, wetten, normen en waarden van een samenleving
- het mesosysteem verbindingen tussen microsysteem (ouders en school)
- het microsysteem directe omgeving (thuis, school en vrienden)
5‘De onderzoeker manipuleert een onafhankelijke variabele en bepaalt het effect daarvan op een
afhankelijke variabele.’
Van welk onderzoeksontwerp wordt hier een beschrijving gegeven?
- correlationeel onderzoek meet correlaties, waar geen manipulatie plaatsvindt
- descriptief onderzoek staat niet in het tentamenstof
- experimenteel onderzoek het enige onderzoek waar je manipulatie in toepast.
- Alle hier genoemde alternatieven zijn juist.
, 6. Gegeven is de volgende figuur.
Welke zijn de manifeste variabelen in dit model?
- alleen de rechthoekige blokjes onder gezinsachtergrond observeerbare variabele
- alleen de rechthoekige blokjes onder schoolprestaties observeerbare variabele
- alleen de rechthoekige blokjes onder carrièresucces observeerbare variabele
- alle rechthoekige blokjes in de figuur alle rechthoekige blokjes zijn
waarneembare/observeerbare variabelen (definitie van manifeste variabelen)
info: de variabelen in de cirkel zijn latente variabelen niet waarneembare variabelen, maar ze
bestaan wel.
7.De Vries en collega’s (2023) voerden een tweelingenonderzoek uit waarbij de invloed van
erfelijkheid en omgevingsfactoren op het welbevinden werd onderzocht, beschreven voor
verschillende leeftijden.
Welke factor is volgens dat onderzoek het meest verantwoordelijk voor verschillen in welbevinden
op latere leeftijd?
- epigenetische invloeden staat niet in de tekst vernoemd
- gedeelde omgevingsfactoren wanneer eeneiige en twee-eiige tweelingen evenveel op
elkaar lijken, komt dit door een gedeelde omgevingsfactor.
- genetische invloeden wanneer een eigenschap zoals ‘welbevinden’ meer overeenkomt bij
een eeneiige tweeling als bij een twee-eiige tweeling
- unieke omgevingsfactoren omdat de tweelingleden individuele ervaringen door de unieke
omgevingsfactoren niet met elkaar delen
8 Wat is een doel van netwerkanalyse in de context van het bestuderen van een psychologisch
fenomeen zoals welbevinden?
- Het begrijpen van de complexiteit van het psychologisch fenomeen door te focussen op de
relaties tussen onderling verbonden elementen
- Het observeren van algemene trends in het psychologisch fenomeen gedurende de
levensloop verzonnen door OU.
- Het uit elkaar halen van de invloed van omgevingsfactoren en genetische factoren op het
psychologisch fenomeen gaat het uit elkaar halen, terwijl het netwerkmodel uitgaat van
verbindingen.
- Het vereenvoudigen van het psychologisch fenomeen door dit terug te brengen tot enkele
kernfactoren de vraag gaat niet over terugbrengen naar factoren