SWK 4: Sociologie
Wat is sociologie:
Het systematisch onderzoeken van de samenleving.
- Algemene patronen in gedrag
- Invloed samenleving op gedrag- en andersom
- Sociologisch perspectief
Het sociologisch perspectief:
We begrijpen hoe de samenleving onze keuzes en ervaringen beïnvloed. Hoe worden onze
meningen gevormd door de maatschappij.
Functies voor pedagogen:
- Evalueren en ontwikkelen van pedagogisch beleid.
- Kritisch (pedagogische) reflectie
- - kritische blik op alledaags denken
- Spelinzicht, regels van sociale situaties
- Sociale activatie, inspireren
Het stelt je in staat om een stap terug te doen en te denken waar het vandaan komt.
Ontstaan sociologie:
- Franse revolutie (1789): standenmaatschappij verdween
- Gevolgen industriële revolutie
- - arbeidsdeling
- - verstedelijking
- Verdwijnen kerkelijke macht: secularisering
- Samenleving werd complexer
Tönnies:
- Van gemeinschaft naar gesellschaft
Marx:
- Arbeidsdeling
- Vervreemding
Durkheim:
- Het sociale als een eigensoortige werkelijkheid. Verschillende perspectieven
(persoonlijke en sociale werkelijkheid)
- Anomie (Normenloosheid) geen duidelijk kader wat normen en waarden zijn
- Van mechanische naar organische solidariteit. Ik ben goed voor jou, jij bent goed voor
mij.
Weber:
- Rationalisering, wordt minder bijzonder, eerst naar opkijken naar agent -> wordt
normaler
- De onttovering
- Waardevrij kijken naar sociaal handelen. Objectief zijn, zonder mening.
Wat is sociologie:
Het systematisch onderzoeken van de samenleving.
- Algemene patronen in gedrag
- Invloed samenleving op gedrag- en andersom
- Sociologisch perspectief
Het sociologisch perspectief:
We begrijpen hoe de samenleving onze keuzes en ervaringen beïnvloed. Hoe worden onze
meningen gevormd door de maatschappij.
Functies voor pedagogen:
- Evalueren en ontwikkelen van pedagogisch beleid.
- Kritisch (pedagogische) reflectie
- - kritische blik op alledaags denken
- Spelinzicht, regels van sociale situaties
- Sociale activatie, inspireren
Het stelt je in staat om een stap terug te doen en te denken waar het vandaan komt.
Ontstaan sociologie:
- Franse revolutie (1789): standenmaatschappij verdween
- Gevolgen industriële revolutie
- - arbeidsdeling
- - verstedelijking
- Verdwijnen kerkelijke macht: secularisering
- Samenleving werd complexer
Tönnies:
- Van gemeinschaft naar gesellschaft
Marx:
- Arbeidsdeling
- Vervreemding
Durkheim:
- Het sociale als een eigensoortige werkelijkheid. Verschillende perspectieven
(persoonlijke en sociale werkelijkheid)
- Anomie (Normenloosheid) geen duidelijk kader wat normen en waarden zijn
- Van mechanische naar organische solidariteit. Ik ben goed voor jou, jij bent goed voor
mij.
Weber:
- Rationalisering, wordt minder bijzonder, eerst naar opkijken naar agent -> wordt
normaler
- De onttovering
- Waardevrij kijken naar sociaal handelen. Objectief zijn, zonder mening.