Prenatale ontwikkeling en fysieke ontwikkeling in de babytijd.
Wat is het nut van kennis hebben over ontwikkelingspsychologie?
- Verklaren, je kunt meer in gedrag verklaren. Daarna begrijpen en begeleiden.
- Heb je kennis kun je meer signaleren, dan analyseren, begeleiden.
Stadia van de prenatale periode
Germinaal – bevruchting tot twee weken.
- Methodische celdeling
- Begin functiedeling
Embryonaal – twee tot acht weken. Vorm te krijgen van een zoogdier.
- Zygote nu embryo
- Drie lagen; ecto-, endo-, en mesoderm.
Foetaal - acht weken tot geboorte.
- Embryo nu foetus
- Differentiatie van belangrijkste organen, onderscheid.
- Snelle groei
Bevruchting van de eicel is conceptie.
Teratogene factoren; schadelijke factoren tijdens de zwangerschap.
Indirect schadelijk;
- Leeftijd
- Etniciteit
- Lage sociaaleconomische status
- Alleenstaand
- Lage opleiding
Direct;
- Roken, alcohol, drugs, etc.
,Experimenteel onderzoek
- Voor- en nameting
- Experimentele en controlegroep
- Randomisatie, voorkomst bias
Door middel van experimenteel onderzoek kun je effecten meten.
Longitudinaal (langdurig) onderzoek, o.a.
- Cohortonderzoek
Onderzoek waarbij een groep mensen met gemeenschappelijke kenmerken over tijd
wordt gevolgd om effecten van factoren te bestuderen.
- Tweelingenonderzoek
Je laat ze allebei ergens anders opgroeien dus door omgeving veranderen ze.
Continue vs discontinue verandering tentamen term
Continue is een geleidelijke verandering/ ontwikkeling zonder duidelijke overgang. Bv. De
groei van een boom.
Discontinue is een verandering die gaat in sprongen/stappen/fases met duidelijke overgangen
in verschillende stadia. Bv. Proces van een rups naar vlinder.
Erfelijkheid en omgeving
- Gen-omgevingseffecten
Genetische aanleg en omgeving beïnvloeden kinderen op drie manieren;
1. Passief
Ouders dragen zowel genen als omgeving over aan hun kinderen.
2. Actief
Kinderen selecteren of creëren zelf een omgeving die past bij hun genotype.
3. Evocatief
Het kind lokt door zijn genotype reacties uit de omgeving uit.
- Diathesis Stress Model = gevoelig voor stress
Aandoeningen ontstaan vanuit een aanleg (diathese) in combinatie met stressvolle
omstandigheden.
Bijv. faalangst.
- Differential Susceptibillity Hypothese (Belsky) = gevoelig voor alles (goed en slecht)
Gevoeligheid kan ook negatieve, maar ook juist positieve impact hebben.
Bijv. sensitiviteit.
, De fysieke/ lichamelijke ontwikkeling kenmerkt; (tentamenstof)
- Spieren, zenuwstelsel, zintuigen, etc. alles in je lichaam
- Eet-, beweeg- en slaapgedrag
- Bijv. meer kalk in je botten krijgen
Hoorcollege 2 ontwikkelingspsychologie
Motorische ontwikkeling
- “The ability to move”, de technische vaardigheid van bewegen.
- Bijv. leren lopen, leren kruipen, etc.
Kenmerken van motorische ontwikkeling
- Constante aanpassing (je ontwikkeling wordt steeds iets beter)
- Leeftijdsafhankelijk (er horen bepaalde mijlpalen bij bepaalde leeftijden)
- Sequentieel betekent dat het opvolgende fases zijn. Dus tijgeren, kruipen.
- (Herhaling) In relatie met sociale, psychische en fysiologische processen.
Vier principes van groei
- Cefalocaudale principe, je groeit van hoofd naar staart.
Eerst ontwikkel je je hoofd als baby en dan de rest.
- Proximodistaal principe, van binnen naar buiten. Eerst ontwikkelen de fysieke
vaardigheden van binnen zich (draaien met je heupen) en dan verder naar buiten (je
armen naar je handen, naar je vingers).
- Principe van hiërarchische integratie, van simpel naar complex. Eerst simpele
vaardigheden dan steeds moeilijkere vaardigheden. In opvolgende fases (sequentieel).
- Principe van de onafhankelijkheid van systemen, dat verschillende systemen zich
onafhankelijk van elkaar ontwikkelen. Dus bijvoorbeeld je bent sneller in de
motorische ontwikkeling met je handen handig zijn dan met je benen. Ene
ontwikkeling langzamer of sneller dan de ander. Kan in het algemeen een
ontwikkelingsgebied zijn maar ook iets in het specifieks.
De dynamische systeemtheorie
- Hoe motorische ontwikkeling zich in samenhang met andere velden van ontwikkeling
ontwikkelt. Het gaat bijv. samen met je cognitieve ontwikkeling.
- Bijv. zonder vertrouwen in jezelf (emotionele ontwikkeling) niet gaan kruipen
(motorisch).
Interactionele benadering betekent het idee dat ontwikkeling plaatsvindt door interactie met
elkaar. Door bijv. te spelen met andere kinderen of tv kijken.